Het friese landschap

 

De activiteiten in het kader van de Culturele Hoofdstad 2018 houden niet op; ook buiten Leeuwarden niet, zelfs in Koudum zijn de invloeden merkbaar. Galerie Kunst in Beweging bijvoorbeeld laat met maar liefst vier Friese exposities van zich horen. De meest recente is die over het Friese landschap, een provinciebreed gedragen tentoonstelling. Achttien locaties halen op initiatief van de kunstenaars Sjoerdtje Hak en Tjeerd Landman, en Galerie Westerkade te Leeuwarden de wonderschone natuur naar binnen. En ieder op haar eigen manier. Hoe verrassend is dit!

 

Om nog even in Koudum te blijven: dit dorp met 2700 inwoners ligt in het Nationaal Landschap Zuidwest Friesland. Een uniek gebied door de combinatie van meren, bossen, stuwwallen en terpen. Zeven kilometer vanaf Koudum ligt het veel kleinere Warns, waar Sonja Steensma woont en werkt. Zij is een van de exposerende vrouwen bij Kunst in Beweging en kan uren achter elkaar genieten van het uitzicht vanuit haar woonboerderij. Haar aandacht richt zich op de zonsop- en ondergang, de boerderijdieren. Ze houdt van sfeer. Mist, nevel en bewolking zijn haar favorieten die ze in zachte tinten verneveld  op het schildersdoek laat neerdalen.

 

Van een geheel ander kaliber zijn Joke Ket en Hélène Ketzer, die veel noordelijker leven. Zij zijn de aanbidders van de zee en het strand. Het Waddengebied geeft ze de ruimte van ademhalen. Door de sensatie van zout op de lippen, voeten in het slik en zand op het lijf wordt hun hart geopend. Voor beiden het ultieme gevoel van vrijheid en verbondenheid met Friesland. In hun kunstuitingen verwerken ze wadvondsten, zoals schelpjes, stukjes kienhout. Joke gebruikt zelfs het slik. Hélène gaat in haar zoektocht naar bruikbaar materiaal ook nog op een andere manier verder. Daarvoor haalt zij materialen van de straat en uit afvalbakken, waarna de selectie begint op weg naar verwerking met kleurbehoud en geurverwijdering.

 

Kortom: vanaf nu kan het weer in Friesland gerust verslechteren, want ook dan kun je van het landschap blijven genieten; gewoon binnen in de galeries.

 

hitte

 

 

Deze dag zal er wel weer een hitterecord sneuvelen, ik kan me tenminste niet herinneren het ooit zo warm te hebben gehad. Was het nu nog maar gewoon heet, dan zou het nog wel gaan, maar dat drukkende, dat gevoel of er een klamme deken over je heen ligt, sloopt een mens. Van gezond zweten, verdampen en afkoelen - zo hoort het toch te werken? - is geen sprake. Alles plakt. Ik lijk wel gek om me in deze mensenmassa te begeven.

 

Nu ik er eenmaal in zit, lukt het mij niet uit te breken en door stille zijstraten rechtsomkeert te maken. Ik ben kennelijk al even apathisch als de mij omringende mensen die ik hoofdzakelijk ruik. Hoofden en schouders zijn het enige dat ik zie. Plakkende overhemden en blouses. Drie meisjes in bikini, glanzend of ze zo uit het water komen.

 

Op de hoek van een straat staat een gelovige, ik denk een aanhanger van een of andere onduidelijk sekte. Hij is de enige, die zich druk maakt. In een wit laken gewikkeld zingt hij bijbelse liederen, waarvan ik enkele flarden, zoals 'het einde nabij' en 'verdoemenis' opvang.

 

Ik weet wel hoe ik op het onzinnige idee ben gekomen de stad in te gaan. Het is die vertrouwenwekkende stem uit de radio die mij hierheen heeft gebracht. Na drie maanden hittegolf trekt mij niets meer. De zee, de plassen aan de stadsrand, de bossen; ik zie ze uitsluitend als plekken waar het óók heet is. De stem gaf de raad te doen alsof de hitte er niet is, je te gedragen alsof het een normale Hollandse zomer betreft. Van die voortdurende preoccupatie met de hitte zou je het alleen nog maar benauwder krijgen.

 

Ja, dacht ik, daar zit wat in, ik trek een luchtig jurkje aan en ga de stad in, laat die anderen maar in de auto kruipen en naar buiten tuffen.

 

Ik kom voorbij een portiekwoning, waar een penetrante geur mijn neus binnendringt. De walm komt uit een openstaande vuilnisbak en maakt me misselijk. Kennelijk ben ik niet de enige, een paar meter van mij af zie ik een kind overgeven. Nu ik er op ga letten, zijn er meer mensen die zich niet lekker voelen. Sommigen zitten met lijkbleke gezichten op de rand van het trottoir en staren met niets ziende ogen voor zich uit.

 

Voor me begint een man te schelden tegen een te zware vrouw in een bloemetjesjurk. Ik zag hoe ze met haar canvas big shopper tegen zijn kuiten opbotste. Ik vraag me af waarom deze man die alleen opvalt door de witte zakdoek met vier knopen op zijn hoofd mij aan een magazijnchef doet denken. Kennelijk is de kleine aanvaring het laatste duwtje dat nodig was om de verhitte man tot een staat van overspannenheid te brengen. De vrouw neemt niet de moeite tegen zijn hysterisch geschreeuw in te gaan. Niemand bemoeit zich er trouwens mee. Alleen de hitte telt, de rest lijkt onbelangrijk geworden.

 

Plotseling dringt de onheilsprofeet in zijn witte laken naar voren. Hij klimt op een stoel, die mij nog niet eerder is opgevallen. Het zweet druipt van zijn baard en ik ruik zijn tenen uit zijn Jezus-sandalen. Luid schreeuwend probeert hij zijn visie naar buiten te brengen: "Mensen, wees toch lief voor elkaar. Het einde van de wereld is nabij. Moeten we de laatste minuten van ons bestaan nog ruzie maken? Kunnen we de vrede niet voor even bewaren? Heel even maar, voordat het echt te laat is."

 

Ik geloof niet dat zijn woorden enige indruk maken. In het einde der wereld wil ik ook niet geloven. Maar wat mij verontrust zijn z’n laatste woorden. Dat over de vrede bewaren. Dat schijnt inderdaad heel moeilijk te zijn, zelfs voor heel even. Wanneer veel mensen bij elkaar zijn, dan is de verdraagzaamheid vaak ver te zoeken. Dat baart zorgen, of nou zorgen, maar het is toch wel iets om even bij stil te staan. Hoe komt het dat wij niet vredelievend zijn, dat wij elkaar zo gauw irriteren en ons zelf altijd op de eerste plaats zetten?

 

Intussen wordt het er om mij heen niet beter op. Een tenger uitziend vrouwtje met holle wangetjes en een verschoten zwart jurkje aan, ligt languit op de weg. De hitte is haar te machtig geworden. Achter mij valt een roodharige jongen tegen me aan; ook hij blijkt niet genoeg weerstand te kunnen bieden aan onze koperen ploert. Ik probeer de jongen die inmiddels is gaan schuimbekken, aan de kant te leggen, zodat hij niet door de mensenmenigte onder de voet wordt gelopen. De situatie lijkt hopeloos. Steeds meer personen worden onwel. Een enkeling bekommert zich erom, doch het gros blijft doorlopen, gestuwd door de massa achter hen.

 

Wanneer ik ga zitten op een hoge smalle stoep, denk ik iets te voelen. Het lijkt wel iets nats. Ik lik eraan. Ja, dat moet wel water zijn. Ik kijk naar boven, misschien heeft iemand wat uit het bovenraam laten lekken. Maar ik zie niets. Met mijn hoofd tegen een koele stenen pilaar geleund dommel ik een beetje weg, de mensen latend voor wat ze zijn en de hitte uitkotsend op de straat voor mij. Als ik tussen mijn oogspleten tuur, zie ik een groot wit laken. De Godsgezant heeft het nog niet opgegeven. Ik zak dieper en dieper. De straatbeelden vermengen zich met oorlogsbeelden en ik zie de Ark van Noach voor mij. Een ark drijvend in het water. Ik voel me nat. Dat zal wel door het zweet komen. Witte lakens wapperen boven me. Een teken van vrede?

 

Plotseling kom ik tot mijn positieven. Toegegeven: het heeft even geduurd, maar dan dringt het tot mij door: regen! Water gutst langs mijn rug. Ik lik langs mijn lippen. Heerlijk koel en zoet: een ware verfrissing. De immer blauwe lucht van de afgelopen maanden is veranderd in een grijsgrauwe sluier. Parasols worden omgekeerd en als drinkplaatsen omgetoverd. Een kind met twee gele vlechtjes danst in de plassen. Mijn schoenen lopen vol en ik hoor ze soppen. Een dikke deftige heer met een bolle buik ligt languit in een plas water en knort tevreden voor zich uit. Twee oma's dansen in het rond. Een meisje met rood stekelhaar zingt een liedje. Wanneer ik goed luister, hoor ik de woorden. It's raining again. Wat een feest en wat een saamhorigheid!

 

Ik denk beschaamd aan mijn wantrouwen van daarnet. Mensen blijken wel degelijk in staat de vrede te bewaren. Die predikant had het helemaal mis. Wij hoeven niet op vrede te worden gewezen. Wij kunnen het best zelf. By the way, waar is hij eigenlijk?  Zeker met de noorderzon vertrokken. Voelde zich waarschijnlijk behoorlijk voor schut staan met zijn ‘einde van de wereld’. Het einde van een alles verzengende hittegolf zal hij hebben bedoeld en dapper stap ik verder, vol goede moed.

 

Dit verhaal komt uit (On)geloofwaardig, een boek dat ik een aantal jaren geleden heb geschreven.

 

passie en verbondenheid

 

Een tijdje geleden werd mij gevraagd een stukje te schrijven over passie als never-ending-story, oftewel over een passie die nooit met pensioen gaat. Dit onder het mom van: eens een gepassioneerd mens, altijd een gepassioneerd mens. Om dit te kunnen verwoorden, moet je natuurlijk wel eerst weten wat je passie is. In mijn geval is dat het scheppen van nieuwe dingen en het delen van al het moois dat op mijn pad komt. En wie weet, hiermee misschien wel te inspireren. Daarvan word ik gelukkig en ik zou me dan ook geen dag kunnen voorstellen zonder boeken, kunst en reizen. Naar mijn idee draagt dit alles bij tot verdraagzaamheid en verbinding. Samen sta je sterk.

 

Met die reden vraag ik nog een keertje de aandacht voor de verkoop bij opbod voor het expressieve en kleurrijke verzamelwerk “De Friese Elfsteden”, een schilderij van 1 bij 2 meter, waarvan een gedeelte van de opbrengst is bestemd voor Galerie ArtBrut058 in Leeuwarden. Deze galerie biedt een podium voor pure kunst gemaakt door kunstenaars met een beperking. Het is een vrolijk en ongecompliceerd kunstwerk, net als de kunstenaars voor wie de opbrengst is bestemd, en het hangt tot het eind van dit jaar bij De Kanselarij in Leeuwarden.

 

Ook in mijn eigen galerie is er sprake van passie en verbondenheid. Een van mijn cursisten poëzie, een enthousiast bewonderaar van de dichtkunst, zit in een rolstoel. Zij is aangewezen op een invalidentoilet die hier niet voorhanden is. Gelukkig mag ze gebruikmaken van die extra voorziening bij het tegenoverliggende Beeldhouwcentrum. Bij deze eigenaresse gaan kunst en medeleven ook hand in hand.

 

Hiermee is het probleem van mijn cursist voor dat moment opgelost. Maar zo makkelijk gaat het helaas niet altijd. Te vaak loopt zij tegen situaties aan die haar bewegingsvrijheid en deelname aan de maatschappij ernstig belemmeren. Daarom vraag ik namens haar aan iedereen met een invalidentoilet deze te plaatsen op de app Hoge Nood. Want van een beetje passie voor de medemens wordt iedereen blij.

 

harlingen

 

Als kleindochter van een hoofdwerktuigbouwkundige op de grote vaart is het misschien niet zo gek dat Harlingen als Elfstedenstad mij het meest aanspreekt. Het is immers de enige stad die grenst aan de Noordzee. Hoe heerlijk is het om je hoofd leeg te laten waaien daar waar schepen komen en gaan om daarna nog even het gezellige centrum te bezoeken. Mijn man en ik mogen het plaatsje graag aandoen.

 

Toch was er een periode dat we er niet meer kwamen. Dat had te maken met een familielid die daar onwel was geworden en door de ambulance werd opgehaald. Gelukkig bleek er niets ernstigs aan de hand, maar door deze gebeurtenis was er voor ons wel een kleine smet op deze stad komen te liggen. Echter: net als bij de zee het geval is, keerde ook hier het tij. Hoewel wij niet degenen waren die Harlingen weer opzochten. Nee, Harlingen kwam naar ons toe. Een krant en radioprogramma besteedden namelijk aandacht aan mijn project “Friesland in Europa” en de organisatie achter “Kunst achter de Ramen” nodigde me uit kunstwerken op te hangen. We konden niet achterblijven. Als Elfsteden-liefhebber móést ik de fontein bekijken. Dus liepen we een paar dagen later over de karakteristieke hoge trappen en staken het spoor over, waar we aan de overkant de “potvis” zagen liggen. Het werd een heerlijke wandeling over de pier met de zon in ons gezicht en de geur van witte bloemen die onze neus prikkelde. Harlingen pakte ons opnieuw in. En alsof dit alles nog niet genoeg was om ons te overtuigen, stapte er een week later een mevrouw de galerie binnen die haar oog had laten vallen op het schilderij van Harlingen. Omdat ze er graag nog wat persoonlijke noten en warmere tinten aan wilde hebben toegevoegd, gaf ze me de opdracht haar stad opnieuw vorm en kleur te geven. Zo gebeurde het dat ik niet alleen als bezoeker maar ook als kunstenaar deze stad opnieuw mocht ontdekken en beleven. Harlingen bedankt!

 

Colourfield Performance

 

In Sloten werkt men aan een veld vol kleur. Tegenover het kanon - aan de andere zijde van de doorlopende weg - staan maar liefst 499 panelen van elk 122 x 122 opgesteld. Een megadriehoek van 144 meter per zijde. Het getal 144 is afkomstig uit de reeks van Fibonacci die is verbonden met de maatverhouding van de Gulden Snede. De driehoek staat voor de beginselen van Gelijkheid, Vrijheid en Broederschap, zo staat te lezen op de site van initiatiefnemer Dirk Hakze. Hoe het ook zij: dit landart-project, waaraan tot half september kunstenaars zullen werken, is een maand aan de gang met nog heel veel witte panelen te gaan en biedt nu al een indrukwekkend gezicht. Met recht een Gesammtkunstwerk helemaal passend binnen het idee van Iepen Mienskip.

 

Eind mei was het mijn beurt om me te laten zien, samen met drie andere kunstenaressen. Een prachtige warme dag midden in het weiland met een stevige koele bries vanaf het Slotermeer, een sloot vol kwakende kikkers en een bolderkar met materiaal. Dirk had mooie houten stellages met rechthoekige gaten ter grootte van een patatbakje laten zagen en die op de bolderkar gemonteerd. Op een centraal punt staat een tafel met verf, waarmee je de bakjes kunt vullen. Onder de tafel jerrycans met schoon en vuil water voor het spoelen van de kwasten. Daar had Dirk goed over nagedacht. Hij leek alles onder controle te hebben. Leek, want het weer blijft onvoorspelbaar. Een plaag van stekende insecten en een te snel drogende verf vallen daar ook onder. Kijkend naar het resultaat van mijn “Initialen” begon het ineens te regenen. Dat gebeurde zo onverwachts dat het met plastic bespannen houten rek als bescherming tegen nattigheid nog niet gebruiksklaar was. Gelukkig liep er net een behulpzame man voorbij die samen met mij het plastic boven het paneel wilde vasthouden. Bijna platgedrukt tegen het nog niet geheel droge werk schoten we beiden spontaan in de lach. Soms moet er gewoon iets te improviseren overblijven…

 

'iepen mienskip'

 

Van meet af aan voel ik me aangetrokken tot het algemeen thema van LF2018: ‘Iepen Mienskip’. Ik houd nu eenmaal van samenwerking en verbinding. Ik denk dat mijn eigen galerie, centraal gelegen en prominent aanwezig op het zogenoemde Frieslandplein in Koudum, daar een goede broedplaats voor is. Immers: hier komen mensen met passie voor beeldende kunst en poëzie bij elkaar. Aan de grote tafel buigen cursisten zich over poëzieopdrachten. Vinden elkaar in gemeenschappelijke ervaringen, wisselen tips uit, geven zichzelf bloot. Daarmee ontstaat een vertrouwensband, onontbeerlijk voor een goede samenwerking. Op de rand van diezelfde tafel liggen romans, korte verhalen en dichtbundels; niet alleen die van mij maar ook van anderen, in consignatie.

 

Het is op deze plaats dat het idee voor ‘Friesland in Europa’ is ontstaan: mijn bruggenbouwproject door middel van kunst tussen een Nederlandse provincie en het Europees continent.

 

Op Hemelvaartsdag en de vrijdag erna leek met ‘At the Watergate’ alles samen te komen. Binnen hingen de Friese Elfsteden broederlijk naast de voorstellingen van Tsjechië en Duitsland. Buiten speelden jeugdige muzikanten; van symfonische-, kamer- en koormuziek tot jazz, pop en rock. Belangeloos. Leerlingen van muziekopleidingen uit zo’n 26 landen - waaronder dus ook uit Tsjechië en Duitsland - verdreven met hun muziek de kou, de wolken; en lieten de zon letterlijk schijnen.

 

Niet alleen de muziek en de kunst zorgden die dagen voor verbondenheid. Want wat zou een zo groots opgezet muziekevenement zijn zonder de inzet van vrijwilligers? Zonder mensen die zorgen voor koffie, thee, frisdrank, banken, tafels en de geluidsinstallatie?

 

In de stromende regen arriveerden zij die donderdagochtend. In plaats van zich door het slechte weer uit het veld te laten slaan, regelden ze ter plekke twee partytenten en timmerden een provisorische verlenging van het overdekte podium, zodat publiek en muzikanten redelijk droog de dag zouden doorkomen. Het was niet voor lang. Al na het eerste muzieknummer trok de regen zich terug, want tegen zo veel ‘mienskip’ is zelfs neerslag niet bestand.  

verhuizen en inrichten in het kwadraat

 

De ene periode verloopt hectischer dan de andere. Zo is het in het echte leven, maar ook in de kunstwereld. Bij mij was beide het geval. Eerst de verhuizing van Warns naar Koudum met de aankleding van woon-, werk- en galeriegedeelte en daarna het inrichten van diverse locaties met kunstwerken uit het project “Friesland in Europa”. April spande de kroon. Behalve dat in die maand thuis de keuken gebruiksklaar werd en mijn man en ik ons stortten op de realisatie van een badkamer, was er de uitruiming van de expositie in het ziekenhuis in Sneek, de herinrichting van de eigen galerie en de inrichting van de Kanselarij in Leeuwarden. Topsport, waaraan ik duidelijk moest wennen. Vooral bij de grote schildersdoeken van 120 x 90 cm vergde het een behoorlijke krachtsinspanning om het achterliggende bevestigingsmateriaal van alle individuele stukken precies op gelijke hoogte op de ophanghaken te krijgen. Groot is dan ook mijn bewondering voor Ed van Dijk, de man achter Art Connection: het kunstbemiddelingsbureau dat verantwoordelijk is voor Art Tour Leeuwarden 2018. Deze tour bestaat uit maar liefst 19 binnen- en buitenlocaties met op elke plaats vier wisselende tentoonstellingen. En Ed, vrolijk en ongecompliceerd als altijd, staat de kunstenaar graag terzijde als het om de inrichting gaat. Sterker nog: hij verricht het zwaarste werk. Wiebelende krukjes en onstabiele trappen zijn z’n werkterrein. Manoeuvrerend met lange stokken dirigeert hij de onwillige glijders over de ophangrails, net zo lang tot ze zich op gelijke afstand van elkaar bevinden. Niets lijkt Ed te deren. Balancerend op een hoge stoel met smalle poten is er nog altijd ruimte voor humor en zelfspot. Tussendoor even iets eten of snoepen doet hij niet; koffie drinken des te meer. Na afloop is er tijd voor een goed gesprek, het tonen van een mooie ruimte of apart gebouw, of een rondleiding over een of  andere expositie waar zijn hart ligt. Van vermoeidheid geen spoor te bekennen.  

 

Misschien dat ik ook maar eens zo’n koffiedieet moet gaan volgen…

blokpaneeltjeshype

 

Ook ik ben verleid door het geweldig originele en inspirerende idee van dichter/kunstenaar/organisator Henk Dillerop. Als een van de eersten beschilderde ik het door hem aangereikte blokpaneeltje van 20x18x3 cm. De dikte van het materiaal, de beperking van het formaat en de vele toepassingsmogelijkheden intrigeerden me. Niet alleen de voorkant kon worden beschilderd, maar ook de achterkant en de zijkanten, waardoor een schilderijtje abrupt in een object veranderde. Om nog maar te zwijgen over de mienskip-gedachte die achter het initiatief ‘Kunstenaar laat je kunsten zien op 20x18 in 2018’ zit: een expositie gemaakt door de gemeenschap. Zowel professionele kunstenaars als amateurs en creatieven met een verstandelijke beperking meldden zich spontaan aan. Het idee werkte zo aanstekelijk dat het op een gegeven moment gonsde door de stad: “Heb jij je al aangemeld voor een paneeltje van Henk?”

 

Het was vorig jaar september toen de omvang Henk boven het hoofd dreigde te groeien. We zagen elkaar tijdens Paradepaadje, de kunst- en cultuurroute binnen de gemeente Littenseradiel. Tijdens ons gesprek kreeg ik per telefoon te horen dat het voormalig bankgebouw in Koudum definitief aan mijn man en mij was verkocht. Een bericht dat ik natuurlijk gelijk met Henk moest delen. Het was gewoonweg te mooi om het voor mezelf te kunnen houden. Immers: een langgekoesterde wens ging in vervulling. Een eigen galerie met werk- en woonruimte!

 

Henk lachte zijn scheve grijns en zag direct mogelijkheden om zijn eigen ruimtegebrek in galerie Westerkade te Leeuwarden aan te pakken. “Wil jij niet een stukje van je ruimte afstaan voor de paneeltjes?”, vroeg hij.

 

Nou, dat was helemaal wat. Binnen vijf minuten had ik niet alleen met een eigen galerie in een authentiek pand te maken, maar ook nog eens een geweldige tentoonstelling waaraan ik nota bene zelf meedoe!

 

Inmiddels staan er 48 blokpaneeltjes in Koudum. Een schijntje als je het vergelijkt met het totaalaantal van 528 stuks, vervaardigd door maar liefst 348 kunstenaars. Maar toch: ik participeer en ben onderdeel van de hype.

De origamiman

 

Of de vreedzaamheid die mij een paar zondagavonden geleden omarmde, nu lag aan de kunst of aan het iepen-mienskip-idee kan ik niet zeggen. Wellicht was het een combinatie van beide. Wat wel vaststaat, is de animator van deze vredige bijeenkomst: Marten Sale Brouwer. Oftewel Manna Ori, zoals hij zich in Japan laat noemen.

 

Voor mij is het de Origamiman. Of misschien kan ik beter zeggen: de Vredesman. Want dat is wat hij doet: vrede brengen. Met dit doel heeft hij duizenden kraanvogels gevouwen, het symbool voor liefde, vrede, gezondheid en geluk. Zo ook voor die zondagavond, als cadeautje voor alle aanwezigen.

 

Hoe ik de Origamiman ken? Van de Openlucht Kunstroute die hij voor Leeuwarden organiseert met op MDF-platen geschilderde voorstellingen die de straten kleuren. Tientallen kunstenaars heeft hij voor de route weten te enthousiasmeren, zo ook mij. Kleur is aan mij besteed. Alleen had ik vanwege de verhuizing naar Koudum en het opzetten van de galerie weinig tijd om te schilderen. Daarom vroeg ik of ik een paar van mijn schilderijen mocht laten afdrukken als buitenposter en die op MDF plakken. Dat was goed.

 

Na informatie bij de bouwmarkt te hebben ingewonnen over de te gebruiken materialen ging ik aan de slag. Alles ging volgens plan tot ik op de inleverdag kleine kiertjes tussen het PVC en MDF bespeurde. Nee, zo kon en wilde ik het schilderij niet aanbieden. Per telefoon meldde ik me af voor het project, maar dan kende ik de Origamiman nog niet. Na rustig te hebben geluisterd vroeg hij me met de voorstelling langs te komen. Een oplossing was volgens hem nooit ver weg. Hij kende iemand met veel materiaalkennis.

 

Ik was er niet gerust op. Totdat hij me de volgende ochtend vroeg belde: “Ik ben eruit. Ik ga de nieuwe lijm direct uitproberen.” Via WhatsApp hield hij me de hele morgen met foto’s en werkbeschrijving op de hoogte. Om 13.00 uur typte hij: “Het is gelukt!”.

 

Een moment waarop de Origamiman niet alleen een straat maar ook mijn dag had gekleurd.

Kiekes en poëzie

 

Wat hebben een poëziemiddag in Koudum en een videodagjournaal voor jongeren op YouTube nu met elkaar te maken, zou je zeggen. Oké, er is al langer een tendens zichtbaar dat poëzie niet alleen een stoffig tijdverdrijf is voor ouderen en ook wordt ingezet bij activiteiten voor jongere doelgroepen. Rappers zouden immers de hedendaagse dichters zijn. Maar dat is heel iets anders dan dat je als vijftigplusser een gedicht mag voorlezen voor een groepje studenten. En toch overkwam me dat!

 

Aangezet door een familielid van een van de bezoekers aan de Koudumse poëziemiddag stuurde ik een gedicht en afbeelding van Leeuwarden op naar verschillende media in Friesland. Tot mijn grote verbazing reageerde daar een stagiaire van Kweekvijver Noord op. Ze is werkzaam bij Kiekes. Ik had er nog nooit van gehoord, maar ja ik behoor natuurlijk ook niet meer tot de doelgroep. Het blijkt een videodagjournaal over Leeuwarden Culturele Hoofdstad te zijn dat wordt gemaakt in opdracht van NDC mediagroep. Of ik zin had in een interview in het Antonius Ziekenhuis Sneek over mijn expositie. Dat had ik. Het werd een leuke middag, samen  met Douwe, Famke en Reinout. We stonden in de drukste gang van het ziekenhuis, met zo’n duizend passanten per dag. De opnames moesten dan ook twee tot drie keer over, want met het camerastatief versperden we de weg voor rollators, kinderwagens, bedden en piepende karretjes. Nadat uiteindelijk alles erop stond, reden we naar Koudum, naar Galerie Kunst in Beweging. Hoewel de naam anders doet vermoeden, ging het er daar heel wat rustiger aan toe. In ieder geval zo rustig dat het voorlezen van een gedicht ineens heel vanzelfsprekend leek. Uiteraard wel een kort exemplaar, want ja, de jongeren moeten wel geboeid blijven. Voor de nieuwsgierigen onder ons hier de inhoud: Zo met wiskundige principes spelen,/ dat perspectieven wankelen gaan./ Met scheppingen die nooit vervelen/  bedrieglijk onmogelijke wegen inslaan./ Creaties, waarin niets is wat het lijkt./ Bezield door islamitische kunsttechniek/ heeft Escher eindeloze herhaling bereikt/ in een regelmaat van patronenacrobatiek.

Warm welkom

 

CH2018, LF2018. Het had voor mij niet echt gehoeven en dat zeg ik niet omdat ik het geen goed initiatief vind. Maar waarom zou je voor een Friese lofzang één jaar afbakenen? Ik ben al járen gefascineerd door de Friese saamhorigheid, rijke cultuur en frisse natuur. Eigenlijk al vanaf de eerste dag dat ik in Friesland kwam wonen, en dat is alweer bijna elf jaar geleden. En als ik heel eerlijk ben al ver vóór die tijd: vanaf mijn achttiende toen ik samen met mijn toekomstige Friese echtgenoot zijn pake in Warns opzocht. Dan dwaalden we door de weilanden, beklommen het Reade Klif en tuurden over het IJsselmeer. Het voelde als een warm welkom. Soms gingen we naar Rijs, waar we via één lang bospad bij het strand van Mirns uitkwamen. Of we liepen door Stavoren, over de dijk, dwars tussen de schapen met een zakje dúmkes in de hand.

 

Het is hier allemaal zo anders dan in de Randstad, waar ik vandaan kom. Water, polders, bossen, pittoreske stadjes. En wat te denken van die vrolijk rode pompeblêdden die ik in het begin hardnekkig hartjes bleef noemen. Ja, Friesland had me echt te pakken! Ik besloot een serie van de Elfsteden te schilderen en schreef vervolgens bij elke stad een gedicht.

 

Nadat dit alles af was, voelde ik me een beetje leeg. Net toen ik dacht een Frieslandloze werkperiode tegemoet te gaan, was daar de verkiezing voor de Europese Culturele Hoofdstad. Leeuwarden! Het sprak vanzelf dat ik daar van me moest laten horen. En omdat ik juist in die periode bezig was met een serie schilderijen en gedichten over Europese steden was de link gauw gelegd. Friesland in Europa met natuurlijk het Iepen Mienskip als centraal thema. Hierin kon ik het warme welkom van destijds helemaal kwijt. Dus in die zin is LF2018 wel aan me besteed, maar het had van mij net zo goed LF 21e eeuw mogen heten. Want ook ná 2018 blijf ik een bewonderaar van deze mooie provincie.