Camperblog SLOW LIVING

89. Doornroosje

Na een week in de stilte van de slaperige Müdenerberg te hebben verkeerd, waarbij we alle wandelwegen hebben verkend en de laatste dag in een zandstorm stonden, is de overgang naar de bewoonde, drukke en vooral toeristische wereld best weer even wennen.

We staan op een camperplaats in het wijndorp Ernst; vlak bij de Moezel, achter een vinotheek, waar we bij betaling een klein flesje witte Riesling cadeau krijgen. Deze bewaren we voor bij het warme eten; nu eerst de lunch met heerlijke verse broodjes, rucolasla, snoeptomaatjes, kaas, aioli en ham, en dan op de fiets langs de Moezel naar Cochem. Het is slechts zes kilometer en alles over een vlak pad, wat echt een verademing is na alle steilte van de afgelopen tijd.

De grootste bezienswaardigheid van Cochem is de Reichsburg, die je vanwege de ligging al van verre ziet liggen. Het kasteel staat namelijk op een heuvel, aan de oever, en torent ongeveer honderd meter boven de stad uit. En daar ongeveer begint ook de ergste drukte: tientallen partyships en reisbussen worden er op vaste lig- en standplaatsen geleegd met honderden of misschien zelfs wel duizenden dagjesmensen. Ze bevolken de smalle straatjes met gezellige winkeltjes en eetgelegenheden, waar de obers voor de deuren hun klandizie naar binnen babbelen. Zo ook op het marktplein, omringd door pittoreske vakwerkhuizen in verschillende kleuren en het barokke stadhuis uit 1739: het Erker Rathaus. In het midden van het plein staat de Martinsbrunnen, een fontein uit 1767. Verder heb je er het zicht op de mooie toren van de uit de 20ste eeuw stammende Sint-Martinuskerk. Bij een hevig bombardement op 5 januari 1945 werd de kerk grotendeels verwoest, waarbij slechts de buitenmuren en het koor overeind bleven. Twee misdienaren vonden er bij het in veiligheid brengen van liturgische voorwerpen de dood. Ter ere van hen hangt een eenvoudig herdenkingskruis aan de muur. Maar het opvallendst en het mooist van het interieur vind ik de moderne en zeer kleurrijke glas-in-loodramen.

Hoewel we voor drukke toeristische Moezelbegrippen beslist niet verkeerd staan in Ernst, besluiten we toch om ruim anderhalve kilometer verderop naar een camperplaats aan de andere kant van de rivier te gaan kijken en dat blijkt niet voor niets. Wel staan we hier dichter op de doorgaande verkeersweg, maar tegelijkertijd ook veel dichter bij de Moezel, waar we op de groenstrook achter de heg pal aan de hoge oever kunnen gaan zitten met aan de overzijde een wijds uitzicht op de wijnbergen, en dat is toch net een tikkie romantischer.

Onze nieuwe stek ligt in Bruttig-Fankel, een tweelingplaats waarvan de beide kernen - met elk een eigen kerk en eigen stadhuis - in de loop der jaren naar elkaar toe zijn gegroeid. De camperplaats ligt bij de kern Fankel en kijkt schuin uit over de stuwdam van de rivier met een sluis waarvan de scheepvaart een hoogteverschil van zeven meter moet overbruggen.

Bruttig-Fankel blinkt uit in schilderachtige, kronkelige steegjes en oude vakwerkhuizen met zowel trapgevels als overhangende gevels. Dwars door de plaats loopt een oud spoorviaduct. Met zijn bakstenen bogen ziet het eruit als een industrieel monument, ook al is er nooit een trein overheen gereden vanwege het simpele feit dat een deel in de richting van Treis nooit is voltooid. Het viaduct is nu deels beplant met wijnstokken. Op de spoordijk staan een paar oude kazernes, restanten van een werkkamp uit de laatste oorlog.

Een kleine drie kilometer verderop ligt Beilstein, dat slechts 131 inwoners telt en net als Cochem in het oog springt door een op een heuvel gebouwd kasteel, de Burg Metternich, inmiddels een ruïne. Het is een behoorlijke klim naar boven, maar dan heb je ook een magnifiek uitzicht over de Moezel en omliggende plaatsjes. Iets naar beneden ligt de Sint-Jozefkerk, een voormalige kloosterkerk van de karmelieten, een rooms-katholieke bedelorde die zich net zoals de franciscanen, dominicanen en augustijnen onderscheidt doordat ze niet de individuele maar de collectieve armoede belijdt. In deze barokke kerk wordt de Zwarte Madonna vereerd, een Mariabeeld uit de 12e of 13e eeuw vermoedelijk afkomstig uit Spanje. Het is een kerk met veel houtsnijkerk en vooral de vijf biechtstoelen met beige gordijntjes vind ik heel mooi.

Je zou het niet zo gauw denken bij het zien van ook hier weer de partyships, hetzij in kleinere formaten en geringere aantallen dan in Cochem, dat Beilstein het 'Doornroosje van de Moezel' wordt genoemd. Toerisme en wijnbouw lijken het plaatsje wakker genoeg te houden. Ik lees dat Beilstein vanwege zijn romantisch en middeleeuws karakter zelfs als decor in talrijke films is gebruikt. Dat schijnt vroeger wel anders te zijn geweest. Vóór deze tijd heerste er bittere armoede die de wijnboeren en landbouwers tot ver in de twintigste eeuw als in een diepe slaap hielden, zoals bij Doornroosje ook het geval was. Eigenlijk vergelijkbaar met ons tweetjes die boven op de stille Müdenerberg ook bijna in slaap waren gevallen en nu teruggekeerd in alle hectiek van de drukte in volle glorie zijn ontwaakt.

Commentaren: 0

88. van alle markten thuis

Vanwege een lege gastank rijden we voor de omruil van een volle een stukje terug naar Mendig, waar we het romantische Moezelgebied verruilen voor het wat ruigere landschap van de Eifel. Daarbij komen we op de Deutsche Vulkanstrasse terecht, een route van 280 kilometer lang die van de Rijn naar de Hohe Eifel loopt en 39 locaties verbindt die op een of andere manier met het Eifelvulkanisme hebben te maken.

In Mendig vinden we een plekje op de camperplaats. Hier stroomde zo'n 13.000 jaar geleden met de vulkaanuitbarsting lava het plaatsje binnen. De basalt die daarbij vrijkwam, werd later door de inwoners van Mendig gedolven en vormde een belangrijke bron van inkomsten, want basalt is een kostbaar bouwmateriaal. De kelders die ontstonden vanwege deze intensieve basalt- en lavamijnbouw, bestaan nog altijd en zijn voor een gedeelte te bezoeken, zoals in Mendig. Met een afdaling van 150 traptreden, kom je maar liefst 32 meter onder de grond. Verder maken bovengronds gebouwde brouwerijen nog altijd gebruik van de hoge, kathedraalachtige hallen in de basaltrots om er vers bier in op te slaan.

We raken helemaal enthousiast van deze informatie en besluiten eerst te fietsen naar een in de folder aangegeven punt met uitzicht over de Laacher See, dat in zijn geheel is omgeven door beboste heuvels. Het meer met een omtrek van circa 8 kilometer zou bij het uitbarsten van de vulkaan zijn ontstaan. Een uitbarsting zo immens dat de brokstukken ver in de omtrek werden teruggevonden. De Laacher See is nog steeds een bijzondere plek, aangezien vulkanische activiteiten hier door iedereen kunnen worden waargenomen, en dat terwijl de vulkaan zich onder de oppervlakte bevindt, want er is geen grote dreigende berg of iets dergelijks te zien. Nee, het is CO2 dat uit de bodem komt, waardoor je het water kunt zien borrelen. Er worden regelmatig watermonsters genomen. Ook staan er sensoren die de bewegingen en schokken moeten signaleren en registreren.

Dat klinkt allemaal reuze interessant. Bovendien zou de tocht langs een van de mooiste kloosters van Duitsland gaan: de Maria Laach Abdij.

Echter, de beloofde fietspaden, waarover we al dat moois moeten kunnen bereiken, zijn onvindbaar. Het enige dat rest zijn drukke, steile en bochtige provinciale wegen met veel vrachtverkeer, waar we op sommige plekken met een gang van 50 kilometer per uur van afsuizen. Echt veilig voelt het niet, hoewel die hoge snelheid wel een kick geeft. Een Duitse familie met een dochter van dertien die ook op de camperplaats van Mendig staat en die we aan het begin van de fietstocht tegenkomen, ziet vanwege de onveiligheid af van de tocht en keert om. Wij hopen op een verbetering onderweg die echter achterwege blijft. Jammer, want de omgeving laat niets te wensen over. Loofbossen en landerijen met lappen groen gras afgewisseld door geel koolzaad met in het dal het in de zon glinsterende blauw van de Laacher See. Alle kleuren even fel. Het is mooi weer, een beetje warm zelfs. Hagedissen schieten over het asfalt.

De abdij nemen we na een poosje al van verre waar, maar helaas... aangekomen bij het prachtige en imposante gebouw, zien we op het omliggende terrein grote borden met 'privé' erop. We proberen het via het ernaast gelegen hotel en stuiten daar op omvangrijke groepen oude, breekbare mensen met hun gezicht verscholen achter mondmaskers die net iets meer bewegen dan de beelden in de bijbehorende beeldentuin die ze bezoeken. Erachter kassen met bloemen en planten en nog meer stokoude bezoekers, maar geen doorgang naar de abdij.

We fietsen verder, de richting op van het uitzichtpunt, maar dan blijkt de openbare weg uit te komen bij een grote camping aan het water van de Laacher See en kunnen we niet verder. Het meer is gebarricadeerd met hoge hekken zonder doorgang. Geen enkele plek om even uit te rusten en al helemaal geen gelegenheid om borrelend water waar te nemen.

Lichtelijk gefrustreerd keren we om, terug naar ons huisje in Mendig. De lol is er af. Eensgezind besluiten we de volgende dag geen bezoek te brengen aan de lavakelders en ook niet aan de koudwatergeiser in Andernach die ook nog op het programma stond en heel bijzonder is. Een koudwatergeiser ontstaat namelijk door een onderaardse koolstofdioxidebron, waardoor het water op gezette tijden met veel kracht door het gat in de bodem omhoog wordt gespoten, en in het geval van Andernach wel tot 40 à 60 meter, waarmee het de hoogste koudwatergeiser van de wereld is. Hoewel Rienk het wel verdacht vindt, dat die geiser met de hand kan worden bediend.

Wat de variatie in landschappen betreft, blijft Duitsland ons verbazen. Het lijkt wel of alle specifieke kenmerken van Europese landen hier zijn vertegenwoordigd, met een concentratie bij de landsgrenzen. We zijn nog maar goed vijf dagen op weg en in die relatief korte tijd kwamen wijnbouw, vulkanen en geisers op ons pad. Een stukje Frankrijk, Italie en IJsland en dat alles zo dichtbij in Duitsland. De volgende dag doen we de binnenlanden van Spanje aan: een bijna verlaten camperplaats in stoffig zand aan de rand van een bos, gelegen boven op de Müdenerberg. Een plekje stilte in het Eifelgebergte. Honden mogen er niet los vanwege de vossen. In een boom tegenover de camper trippelt een specht Woody Woodpeckerachtig van onder naar boven, druk tikkend tegen de bast. Vogels zingen het hoogste lied en als ze zijn uitgekwetterd, is er alleen nog het zoemen van insecten. Een licht briesje vanuit het bos voert een geur van bloesem, koolzaad, rottende bladeren en hars aan en in een klein kerkje even voorbij de camperplaats vliegen de zwaluwen met je mee naar binnen. Boven ons zet een C-130 Hercules de landing in, een militair transportvliegtuig van Amerikaanse makelij. Het is het enige niet-natuurlijke geluid dat we waarnemen.

 

Maar de Müdenerberg vormt ook een uitdaging. De berg is 2,8 kilometer lang en overbrugt 189 hoogtemeters met een gemiddeld stijgingspercentage van 6.8%. Daarmee scoort deze klim 138 klimpunten. De top van de beklimming ligt op 271 meter hoogte. Vanaf de berg voeren meerdere zeer steile afdalingen naar Burg Eltz, een kasteel met een geschiedenis van meer dan 850 jaar. Natuurlijk willen we dit kasteel met eigen ogen zien. Opgewekt en volle goede moed gaan we op pad. Onze eerste poging mislukt, omdat we na een stuk van de rappe afdaling te hebben voltooid niet tot het eind durven lopen; we moeten de weg terug immers in flink stijgende lijn omhoog. De dag erop gaan we via een andere kant en komen op een doodlopend en stekelig pad uit, waar we het kasteel van bovenaf zien liggen. Door de ontoegankelijkheid van het pad en een smal water tussen ons en het kasteel in kunnen we er echter niet heen. Hoewel het resultaat van onze inspanningen niet optimaal is, zien we de burcht nu liggen. Dat is al een hele verbetering ten opzichte van onze vorige poging en daar zijn we voor dit moment tevreden mee. Omdat we een aantal dagen in dit gebied willen blijven, komt het er wellicht in een later stadium van dat we het kasteel van dichtbij kunnen bekijken. En zo niet, dan is het niet heel erg, want Duitsland is ook een land vol kastelen. Niet geheel ondenkbaar dus dat op onze ontdekkingstocht door 'Klein Europa' zich nog meerdere kastelen zullen aandienen. Duitsland is immers van alle markten thuis.

Commentaren: 1
  • #1

    Floriske (maandag, 09 mei 2022 23:35)

    Tjee wat interessant allemaal! Mooi ook om alles te onderzoeken. Bijzonder gebied hoor! Jullie hebben het er maar druk mee :-)

87. Bruinkool,wijn en heksen

Terwijl de meeste landen om ons heen enorm hun best doen de CO2-uitstoot zo veel mogelijk terug te dringen, blaast Duitsland koolstofdioxide vol overgave de lucht in. Natuurlijk wisten we dat al lang, maar als je Duitsland in het Ruhrgebiet binnenkomt, word je daarmee nog eens extra geconfronteerd.

Onze eerste stop is in Kranenburg, net over de grens, waar je nog niet zoveel van de vervuiling merkt. Eigenlijk is de camperplaats aan de rand van dit dorp de tweede overnachtingsplaats, want Warns – dat ongeveer 1 kilometer van onze woonplaats Molkwerum af ligt – kun je met goed fatsoen geen beginpunt van je reis noemen. Toch brachten wij er de eerste nacht door, omdat we - nadat we nog wat spullen van huis hadden opgehaald - geen zin meer hadden om een stuk te rijden en al helemaal niet om - na een week en route te zijn geweest – er weer te slapen.

Enfin, van Kranenburg gaan we naar Viersen voor een bezoek aan Rienks broer en zijn vrouw, waar we warm worden onthaald met een zelf gebakken appeltaart en een bord heerlijke spaghetti. De dag erop zetten we koers naar de mijnen. Als we toch door dit gebied moeten rijden, willen we ook wel eens met eigen ogen zien hoe die mijnen er precies uitzien. Ik heb inmiddels begrepen dat de bruinkool hier in dagbouw wordt gewonnen. Dat wil zeggen dat vanaf het aardoppervlak de grond eerst helemaal wordt uitgegraven tot aan de bruinkoollagen, voordat de bruinkool kan worden gedolven. Bij Hambach, waar de grootste bruinkoolmijn van RWE is, bevindt zich het laagste bovengrondse punt van Europa: 293 meter onder NAP, en maar liefst 399 meter onder het oorspronkelijke oppervlak.

Vanuit een camperplaats in de buurt, in Jülich - waar maar liefst 200 campers kunnen staan - fietsen we naar Inden. De bruinkool die hier wordt gewonnen, gebruikt men in de nabijgelegen elektriciteitscentrale Weisweiler. Vanaf een heuveltje hebben we goed overzicht over de mijn en zien we aan de randen van de krater duidelijk de diverse grondlagen in verschillende kleuren. Het graven is er in 1989 begonnen en het complete dorp moest wijken voor het grote gat dat er nu ligt. De prognose is dat hier over twintig jaar het grootste kunstmatige recreatiemeer van Noordrijn-Westfalen ligt.

Ik word er niet vrolijk van. Dan is het in Jülich beter toeven. Wat bij binnenkomst direct opvalt zijn de ringmuur en bastions van de citadel die model staat voor de Italiaanse hoog renaissance ten noorden van de Alpen. Een mooie, frisse en robuuste aanblik.

Een stukje zuidelijker komen we - na een goede nachtrust en wat kilometers asfalt onder de wielen - aan bij ons begin van de Moezelroute. De Moezel is een rivier die door Frankrijk, Luxemburg en Duitsland stroomt. De rivier ontspringt in de Vogezen op een hoogte van 735 meter en mondt na 544 kilometer uit in de Rijn bij Koblenz. De route die wij willen volgen, loopt van Trier naar Koblenz, maar omdat wij vanuit het noorden komen, rijden we de weg in omgekeerde volgorde.

Als eerste standplaats kiezen we niet voor Koblenz, omdat we daar vorig jaar al waren, maar voor het iets zuidelijker gelegen Kobern-Gondorf, een alleraardigst oud wijnstadje in een van de warmste gebieden van Duitsland. Eigenlijk is het een tweelingstad en bevindt de camperplaats zich in Kobern. Als je de veelvuldig passerende treinen met bruinkool en de autobaan weg denkt, de perfecte plaats om de romantiek van de Moezel op je in te laten werken. Miljoenen madeliefjes sieren de oevers van het langs stromende water, terwijl hoog boven ons rotsachtige bergen met wijnranken op talrijke smalle terrasjes uittorenen. Op een van de toppen verheft zich een ruïne, duidelijk zichtbaar vanuit ons huisje. Iets lager staat een eenzame toren, ooit de klokkentoren van de eerste parochiekerk die er niet meer staat. Nog altijd vervult de toren zijn taak en wel voor de in 1828 gebouwde nieuwe parochiekerk die zelf geen torenklok heeft en alleen in het bezit is van een heel klein torentje. Op het historische marktplein staat de fontein met de Tatzelwurm, een mythisch wezen – half leeuw, half lintworm – dat ooit verborgen leefde in de tunnels van Kobern-Gondorf.

Langs de Moezel is het prachtig fietsen tussen spoorbaan, bergen en heuvels. Een pad meandert al stijgend en dalend door de heerlijk geurende natuur met een hoog geel koolzaadgehalte aan beide zijden. Op de hoogste punten - met het zicht op de voorbij varende schepen en de trein in het dal - lijkt het of we midden in een aflevering van Rail Away zijn beland. Onderweg passeren we Winningen, een belangrijk Riesling-wijndorp waar de druivenranken hoog boven de straten groeien, van gevel naar gevel. In de kern staat de fontein van de wijnheks die als monument voor de wrede heksenvervolging is opgericht. Een afbeelding van de wijnheks is ook verwerkt in vele geveldecoraties en cafénamen.

Terwijl ik naar de langharige vrouw op de bezemsteel kijk die model staat voor de wijnheks, vraag ik me af of er ook zoiets bestaat als een bruinkoolheks. Wellicht ligt er ergens wel een vederlichte kol verborgen tussen de bruinkoolbriketten in de bouwmarkt of roetst ze me nu voorbij in de trein langs het Moezelpad om straks te verstarren als een beeld aan het meer dat ooit een bruinkoolkrater was. Wie zal het zeggen?

Commentaren: 0

86. de aanloop

Bij elkaar duurt het twee maanden voordat we ons los kunnen maken van het huis, dat we zullen behouden en voortaan als 'vakantiehuis' gaan betitelen. Al mogen we dan van de overheid en allerhande instanties niet permanent in onze camper wonen, we beschouwen ons huisje op wielen nog altijd als ons hoofdverblijf.

Dat het zo lang moest duren, voordat we eindelijk weer voor langere tijd op stap gaan, heeft - behalve met het klussen - vooral te maken met allemaal leuke dingen die op ons pad kwamen. Nou moet ik daarbij wel zeggen dat we elk uitstapje hebben aangegrepen om er een paar dagen aan vast te plakken, zodat we zo lang mogelijk onderweg konden zijn. Zo wisselden we voor onze bezoeken aan Leeuwarden de standplaats in Lekkum af met die in Jelsum. Twee plaatsen die - gescheiden door de Dokkumer Ee - hemelsbreed nog geen kilometer uit elkaar liggen en mede dankzij de scheiding elk een eigen karakter hebben. De een iets primitiever en landelijker dan de andere.

In Leeuwarden ga ik uit eten met een paar vriendinnen en vieren Rienk en ik de verjaardagen van onze dochter Sietske en die van mij. Ook bezoeken we de feeërieke uitvoering in en rond de Prinsentuin van Theater Tol, en - hoe bijzonder - Sietske maakt er met haar dans op een praam alle drie de avonden deel van uit. Eerder pakte ik samen met haar in Leeuwarden de trein naar Amsterdam, waar we bleven overnachten om de ene dag het Tropenmuseum te bezoeken en de andere dag het MOCO. Een cadeautje aan elkaar, moeder en dochter; ik dit jaar qua leeftijd precies het dubbele van haar.

Voor de bezoeken aan Rienks moeder in Gouda doen we tot twee keer toe de camperplaats in Huizen aan. De eerste keer fietsen we langs het Gooimeer door de bossen naar Naarden, een van de best bewaarde vestingsteden in Europa. De vesting in stervorm is onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie en heeft maar liefst zes bastions, een dubbele omwalling en een dubbele grachtengordel. We drinken er koffie op een terras schuin tegenover het uit 1601 daterende Stadhuis, een fraai voorbeeld uit de Hollandse renaissancestijl. De Sint-Vituskerk, een grote, gotische basiliek, kunnen we vanwege een verbouwing niet bezoeken. Wel hebben we het standbeeld bekeken, dat voor de kerk staat. Het beeld van de Tsjechische wijsgeer en theoloog Jan Amos Comenius.

De tweede keer in Huizen drinken we koffie bij het industriële gebouw 'De Krachtcentrale', waarin ook ateliers zitten en een galerie in aanbouw. Ik sprak er twee kunstenaars: een man en een vrouw. De man was galeriehouder in Australië geweest en de vrouw grafisch ontwerper. Ze showt me bij een mager en van opwinding trillend hondje een van de hondendekjes die ze als aanvulling op haar andere werk maakt.

Op de camperplaats komt een vrouw naar ons toe. Ze is pas 70 geworden en wil haar verjaardag met haar kinderen met een diner in een plaatselijk restaurant vieren. Te laat kwam ze erachter dat ze slechts twee dagen op deze plaats mag staan. Gelukkig behoort ze tot de groep van ''brutalen hebben de halve wereld' en vraagt aan ons: "Vindt u het erg om morgenochtend op ons te wachten voordat u verder gaat, zodat wij dan op uw plekje kunnen staan? Ik ben bang dat we met deze drukte anders geen plaats meer kunnen bemachtigen. Dan gaan wij nu naar Laren en overnachten daar."

Uiteraard hebben we daar geen bezwaar tegen. Het is inderdaad overal druk, te druk, en zeker drukker dan normaal met de meivakantie en Koningsdag. In Huizen wordt het grasveld naast de camperplaats ingericht met foodtrucks. Bij het zien van het noodaggregaat en de stroomkabels die worden uitgelegd, gooit de vrouw opnieuw haar charmes in de strijd. Of ze de iPad mag opladen, want ze staat al een paar dagen zonder externe stroomvoorziening en het zonnepaneel op het camperdak voorziet vanwege beperkte zonneschijn onvoldoende in haar behoefte. Ze krijgt alweer haar zin, wat haar aanmoedigt nog een stapje verder te gaan door op een elektriciteitskastje haar koffiezetapparaat te installeren.

Ook in Gouda is het druk. De camperplaats hebben we nog nooit zo vol gezien. Het ziet er wit van de verrijdbare huizen; de meeste gekomen uit Frankrijk, Duitsland, Italië, met daartussen een handjevol Nederlanders. Ze zijn hier allemaal om te genieten van de verjaardag van de Koning. Wij wijken met ons huisje uit naar een parkeerplaats bij een bouwmarkt en fietsen via het centrum, waar we een lekkere Indonesische maaltijd voor slechts 5 euro scoren, naar het verpleeghuis aan de rand van de stad. Na het bezoek aan Rienks moeder gaan we door naar Woerden, naar een camperplaats waar spoor en snelweg elkaar kruisen, maar waar we vooral van het lenteachtige groen en de volkstuintjes genieten. Hier geen camper te bekennen.

Onwillekeurig moet ik terugdenken aan Koningsdag van vorig jaar in Groningen en hoe stil het toen was op straat. Het was één dag voordat de terrassen na een wekenlange lockdown weer open mochten. Wat een verschil met nu. In de twee maanden in aanloop op onze volgende reis is het alleen maar druk geweest. Het maakte niet uit waar we waren. In Leeuwarden, Gouda of Amsterdam. Overal waren we toerist in eigen land, waarbij me opviel dat je in Amsterdam op de meeste plekken zelfs niet meer met Nederlands terecht kunt. Engels is er tegenwoordig de voertaal. Hopelijk is de drukte slechts de opmaat van de nieuwe reis en kunnen wij in redelijke rust gaan genieten, met ditmaal Duits als voertaal.

Commentaren: 0

85. pauze

Tot nu toe gingen we er in ons achterhoofd nog steeds een beetje vanuit dat we ons huisje in Molkwerum van de hand konden doen en echt helemaal permanent in de camper konden gaan wonen, maar nadat twee van onze vrienden afzonderlijk van elkaar aanboden als postadres te fungeren, is daar definitief een einde aan gekomen. Hun aanbod was voor ons de aanleiding om nog eens dieper in deze materie te duiken. Direct bij de verzekeringsmaatschappij liep het al mis. Op één maatschappij na ziet men van verzekering af en die ene die wel wil, zegt de jaarlijkse bijdrage met 25 procent te zullen verhogen en de mogelijkheid tot repatriëring en pech onderweg te laten vervallen. En dat is nog maar het begin van de problemen waar we tegenaan lopen.

De andere optie is het huisje in Molkwerum te behouden, maar dan wel in een beetje meer opgeknapte staat, en dus lassen we een reispauze in. Om te beginnen gooien we de indeling om. Bed in de woonkamer en atelier in de voormalige slaapkamer, wat een veel opgeruimder beeld oplevert. Voorts aan de slag met muren witten, vloeren deels in de betonverf zetten en deels met laminaat bedekken. En raad eens: we worden er helemaal blij van! Wat overigens niet wil zeggen dat het camperen in deze periode finaal op een zijspoor staat. Behalve een paar overnachtingen in Gouda en Lekkum voor bezoek aan familie en vrienden, brengen we twee nachten door in Burgum. Dit vanwege een expositie die ik daar samen met Art Connection inricht bij Ouderenzorg Berchhiem. De camperplaats ligt aan het prinses Margrietkanaal, dat van Lemmer naar Delfzijl loopt, hoewel na Bergum de naam verandert in Van Starkenborghkanaal. Dit traject is een van de drukste en belangrijkste van Nederland en we zien dan ook heel grote boten voorbij varen, onder andere de 'Antonie' die ik eerder in Groningen op de foto heb gezet.

Officieel is de camperplaats nog niet open maar we mogen al wel op het gravelterrein staan tegen gereduceerd tarief. Watervoorziening en stroom zouden gewoon moeten functioneren, zo werd ons eerder verteld; echter als we water proberen te tanken komt het er slechts druppelsgewijs uit. We bellen naar het telefoonnummer op het informatiehokje. Na een paar minuten verschijnt een bruinverbrande eigenaresse op de fiets. Zij en haar man zijn net terug van een paar maanden Spanje. Er blijkt een tweede sanizuil te zijn, nog dik ingepakt met houtwol en alufolie en bedekt met plastic zakken die bij elkaar worden gehouden door spinnenkoppen. Na de ontmanteling blijkt ook deze zuil er geen zin in te hebben. Ze vindt het erger dan wij en verontschuldigt zich meerdere keren dat net nu haar man weg is met de auto, maar dat hij aan het eind van de middag weer terug is. Ondertussen blijft haar bovenkamer doormalen hoe ze ons op korte termijn kan helpen totdat plotseling haar gezicht opklaart en ze zegt: "Ik weet het. Jullie kunnen met een gieter water halen uit de keuken in de loods."

Ze ontgrendelt de grote zware deuren, waarna we binnen mogen komen. De keuken is boven maar voordat we daar arriveren, zijn we zeker een uur verder. Eerst moeten we langs een oud militair vrachtvoertuig waarop haar man een rode kraan heeft gemonteerd. Erachter staat een Concorde, hun huis op wielen en net een slag groter dan dat van ons. Het is duidelijk de trots en ze laat hem dan ook graag van binnen bekijken waar we alle in-en-outs krijgen te zien.

En dan is het eindelijk de beurt aan de waterkraan boven in de keuken. Als we de trap ernaartoe hebben genomen, zien we ook daar iets aparts: een complete stuurhut behorend bij een Rotterdamse boot bevaren door haar schoonvader. De eraan gekoppelde verhalen zijn even interessant als pikant en maken het tijdelijke watergemis meer dan goed. Want water halen met de gieter wordt 'm niet; daarvoor is de afstand tussen gootsteen en kraan te klein. Als je nu denkt, dat daarmee de mogelijkheden voor de vrouw zijn uitgeput, heb je het mis. Er popt een nieuw voorstel op: de waterkoker. We schieten beiden in de lach en de vrouw doet hartelijk mee.

Eenmaal weer buiten komt een blij lachende man resoluut het erf opgewandeld. Hij groet ons vriendelijk. Ik denk dat het een bekende is en vraag me af waar hij naartoe loopt. Hetzelfde speelt iets later door het hoofd van de vrouw die ineens bedenkt dat hij misschien een kleine boodschap heeft te brengen. Met grote stappen loopt ze in de richting waar hij naartoe is gegaan en waar ze hem inderdaad met open gulp achter de heg aantreft.

Na dit akkefietje gaan we ieder ons weg en wachten wij in de camper het bezoek van de campereigenaar af die net zo'n smakelijke verteller blijkt te zijn als zijn vrouw. Ondertussen vechten twee mannetjes fazanten om een vrouwtje, gieren twee kartende jongens om het ernaast gelegen gebouw en pruttelt een klein bootje door het kanaal. Al met al een heel gezellige zondagmiddag die uiteindelijk met een volle watertank wordt afgesloten. Een zondag met een korte waterpauze in een wat langer durende reispauze.

Commentaren: 1
  • #1

    Roel Berger. (zondag, 20 maart 2022 12:05)

    Noemen we dit onthaasten? Veel plezier met wat jullie doen.

84. Gouden sterren

Bij elkaar is het vanaf de camperplaats ongeveer zeven kilometer fietsen naar het centrum van de Elzasser hoofdstad Straatsburg. De stad is vooral bekend, omdat de zetel van de Raad van Europa en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens er zijn gevestigd. Verder is het een universiteitsstad met in 1770 en 1771 de Duitse dichter Johann Wolfgang Goethe als bekendste student.

Voor ons wordt de stadstrip een korte verkenningstocht met nieuwsgierigheid als onderliggende reden. Net als de lezers van het net uitgekomen 'SLOW LIVING deel 1, van huis naar camper' mijn boek eerder hebben gezien dan ik, zijn het niet wij maar mijn schilderijen die jaren geleden Straatsburg als eerste hebben gezien. En ja, in tegenstelling tot de lezers zijn de schilderijen heel wat minder mededeelzaam. De hoogste tijd dus om er samen met Rienk een bezoek te brengen. Bij aankomst komen we gelijk terecht op een brocantemarkt. Er staan en liggen veel mooie dingen waarvan we er direct enkele zouden hebben aangeschaft in de tijd dat we nog met onze woning en galerie in het voormalige bankgebouw in Koudum zaten, maar waar in ons ienie miene huisje in Molkwerum absoluut geen plek voor is. Een van de consequenties van ontspullen, behorend bij de nieuwe leefwijze slow living. Desalniettemin heel leuk om al dat moois te bekijken.

Vanaf de brocante trekken we dieper het oudste deel van de stad in: 'la Petite France', waar de rivier de Ill zich in tweeën splitst. Het is tevens het meest toeristische deel met een mengelmoes van typisch Duitse en Franse bouwwerken. Als vanzelf worden we naar de kathedraal getrokken, waarvan de 142 meter hoge torenspits hoog boven de omliggende gebouwen uit torent. Het betreden van de 332 treden van de wenteltrap naar het platform moet een prachtig uitzicht opleveren. Het in 1439 voltooide en langste gebouw ter wereld staat bovendien op de lijst van UNESCO-werelderfgoed. Omdat het van oorsprong een kloostervestiging was spreekt men ook wel over de 'Strassburger Münster'. Het is in ieder geval op de Notre Dame in Parijs na de meest bezochte kathedraal in Frankrijk en daardoor de parel van Straatsburg. Op de gevel zijn honderd beeldhouwwerken aangebracht, gemaakt van roze zandsteen afkomstig uit de Vogezen, waarbij de kleur steeds verandert, afhankelijk van de uren. Tegenover de kathedraal ligt het Palais Rohan, een historisch monument en museumgebouw. Aan de voorzijde ligt dit 18e-eeuwse gebouw aan de Ill, waar tussen rijen knoestige bomen een oeroud bomenexemplaar uit 1812 staat.

Straatsburg is qua bouw een stad van contrasten. Je treft er niet alleen Duits en Frans uitziende huizen aan, maar er er is ook een verschil tussen oude en moderne gebouwen. Van 'la Petite France' fietsen we naar de andere kant van de stad. Op naar het ronde glazen gebouw van het Europees Parlement, waarmee ik in zekere zin ook een connectie heb. Toen Leeuwarden in 2018 hoofdstad van Europa was, had ik meerdere tentoonstellingen in de provincie Friesland met mijn project 'Friesland in Europa', bestaande uit ruim vijftig schilderijen en gedichten. Op de een of andere manier integreert die samenwerking van verschillende landen me. In 2012 was ik met onze zoon in Frankfurt, waar we bij het hoofdkantoor van de Europese Centrale Bank waren met daarvoor het grote blauwe euroteken omringd door twaalf gouden sterren. Het leverde een schilderij van behoorlijk formaat op. Nu in Straatsburg zie ik diezelfde sterren terug, op de grond niet ver van het Europees Parlement. Deze keer niet in het goud maar in blauw, hoewel de verf al behoorlijk is begonnen af te bladderen en ze meer roze van kleur zijn. En ook met het glazen gebouw schijnt iets aan de hand te zijn; het staat voor een groot deel in de steigers.

En daarmee sluiten we na maanden aaneengesloten op pad te zijn geweest voorlopig even ons leven in de camper af. Wat rest is een stop in Ladenburg, waar het Carl Benz Museum is gesloten, en een stop in Paffendorf, waar het kasteel is gesloten; en wij dus wegens de sluitingen eerder dan gepland in Nederland arriveren, waar de mondkapjesplicht inmiddels is opgeheven. Het is op de zaterdag van carnaval en twee dagen na het begin van de Russische oorlog dat wij aankomen in een zonnig Molkwerum. Hoe tegenstrijdig kan het zijn? We maken plannen om onze vaste basis een beetje op te knappen. Na de snelle verhuizing vanuit St.-Annaparochie hebben we nog niets gedaan, omdat de reis binnen Europa lokte. Al die tijd gingen we onder de gouden sterren; symbolen voor de idealen van eenheid, solidariteit en harmonie tussen volkeren binnen Europa. Het zou ronduit verschrikkelijk zijn als ze aan Poetins aandacht ontsnappen. 

Commentaren: 1
  • #1

    Roel Berger (zondag, 06 maart 2022 10:03)

    Ontspullen heb ik 2 jaar geleden gedaan toen ik van een gezinswoning naar een klein appartement ging. En ook bijna alles vernieuwd, het was een verademing en het gaf rust in het hoofd. Als ik de naam Straatsburg zie denk ik altijd aan de enorme verspilling die in dat EP gebeurt, het wekt bij mij weerzin op. Het word komende week weer warmer en ik verlang er naar om weer met de scooter er op uit te trekken. Prettige dag nog.

83. Verbondenheid

Met de stop in Oppenau die uitloopt tot een volledige week, zou je de zoektocht naar een gasfles bijna vergeten. Het is dat we na het bezoek aan de Allerheiligen waterval nog even een stuk verder omhoog rijden, waardoor we in een skigebied terechtkomen en Rienk op een wegwijzer de naam ziet van het 'gasplaatsje'. En ja hoor, daar is het dealerschap nog niet opgeheven en kunnen we weer geheel gevuld terug naar Oppenau, waar we het uitstekend naar ons zin hebben en ik mijn werk op de laptop voortzet: een compilatie van 6500 foto's van het afgelopen jaar.

Ondertussen krijgen we van de stormen en orkanen in Nederland telkens een klein staartje mee. Een uurtje harde wind met regen, hagel, sneeuw en een slag onweer. Niets om over wakker te liggen, maar wel dusdanig slecht dat we er de rit naar Straatsburg een paar dagen voor uitstellen. De ingezette temperatuurdaling duurt voort en er ligt zelfs alweer een dun laagje sneeuw beneden in het dal. Tijdens een van de stormachtige nachten belanden de - vanwege de in modderachtige substantie verkerende staat van het camperveld - buiten de camper geparkeerde crocs in een greppel, waar ze in een klein laagje ijswater blijven drijven. Met behulp van de stok van een gecombineerde wasborstel en ijskrabber lukt het me ze te bevrijden. Ze worden beloond met een staanplaatsje op de binnentree.

En dan is het eindelijk zover. Wat we in het begin vanuit Nederland bij België en Duitsland deden en later vanuit Duitsland bij Zwitserland, doen we nu bij Frankrijk: even met de fiets over de grens piepen. Daarvoor parkeren we ons huisje in het Duitse Kehl aan de Rijn die de natuurlijke grens met Frankrijk vormt. Aan de overzijde ligt Straatsburg. Door de nabijheid van die stad is het Frans een gebruikelijke taal in Kehl die je veel op straat hoort. Dit is niet de enige connectie met Frankrijk. Een groot deel van Kehl heeft namelijk veel weg van een banlieue, een troosteloze buitenwijk van Straatsburg waar de criminaliteit hoog is, althans als we de man mogen geloven die we bij een supermarkt tegenkomen. Hij wijst met verbazing naar onze e-bikes. "Dat jullie niet bang zijn dat ze worden gestolen. Ik ben een fervent wielrenner, maar mijn mooie fiets laat ik thuis in Straatsburg. Als ik naar Kehl ga, ga ik op dit exemplaar." Toch is de man blijkbaar van mening dat ook het oude rijwiel interessant genoeg is om mee te nemen, want terwijl hij met ons staat te praten, haalt hij een groot hangslot door zijn achterwiel waarmee hij de fiets vastzet aan een paal. Wij vragen ons af of het echt zo'n vaart zal lopen, maar zien dan op het parkeerterrein een paar personenauto's, waarop een grote kras loopt van voor naar achter, dwars over beide portieren, alsof iemand er met een scherp mes is langsgelopen. En ook later op de camperplaats loopt een onguur personage met snor in een lichtblauw zomerjack en een pet op het hoofd zeker een uur te ijsberen. Hij sjouwt een grote tas mee die hij neerzet om te plassen tegen de schutting, waarna hij geluidloos verdwijnt.

Enfin, wij laten ons humeur er niet door bederven en fietsen de volgende morgen in een lekker zonnetje over de 387 meter lange voetgangers- en fietsbrug 'Passerelle des Deux Rives' met in het midden een platform van 100 vierkante meter waar je op houten bankjes kunt zitten. Een constructie die uitnodigt tot verbondenheid. De brug is ontworpen door de Parijse architect Marc Mimram en bedoeld als het middelpunt van de grensoverschrijdende parken tussen de steden Straatsburg en Kehl, met in de verte aan de ene kant de Vogezen en de andere kant het Zwarte Woud. En net zoals Kehl onderhevig is aan Franse invloeden, kent Straatsburg Duitse kenmerken zoals bij veel gebouwen is terug te zien. Bovendien draagt een aantal straten namen met een Duitse klank. Ook wordt hier het meeste bier van Frankrijk gebrouwen, zijn ze er dol op knakworsten en eten zuurkool. En eigenlijk is dat helemaal niet zo vreemd als je weet dat de stad diverse malen van Duitse naar Franse handen is overgegaan, totdat Straatsburg na de Tweede Wereldoorlog het symbool werd van de samenwerking tussen beide landen en van die binnen Europa. Over verbondenheid gesproken...

Ondanks de verbindende factoren kan ik mij niet aan de indruk onttrekken dat Straatsburg veel stadser en frivoler is en in meerdere opzichten rijker dan Kehl. Aan de staalblauwe hemel zie ik 's middags een wolkje oppoppen aan de Duitse kant in de vorm van een zeer laag vliegende donkerblauwe politiehelikopter en twee agenten aan het einde van de brug met achter hen een geparkeerde politiewagen. Ook in het centrum zijn meerdere politieauto's op de baan of staan langs de kant van de weg geparkeerd, totdat in de avond ineens een rij blauwe zwaailichten met sirenes voorbijsnelt. Ondertussen loopt over de camperplaats opnieuw de besnorde man met pet in lichtblauw jack te ijsberen.Of hij zijn big shopper bij zich heeft, kan ik niet zien. Ik heb in ieder geval niet de indruk dat hij zich verbonden voelt met het aan de overkant van de Rijn liggende Straatsburg.

82. waterballet

Nu het gas bijna op is, moeten we op gasflessentocht. We hebben twee adressen van dealers langs de route naar Triberg, waar Duitslands hoogste watervallen en grootste koekoeksklok zijn. Maar bij alle twee de verkooppunten halen we nul op het request. Omdat de daarop volgende dealer meer dan honderd kilometer verderop ligt, besluiten we eerst in Nussbach te overnachten. Daar is een camperplaats zonder voorzieningen dicht bij Triberg, naast een doorgaande weg en een handvol huizen. Samengeperst tussen twee bergen ligt het camperterrein waar slechts een eenzame vuilnisbak is te bekennen. We zijn omgeven door sneeuw en ijs, terwijl de regen met bakken uit de hemel valt. Een wandeltocht is onmogelijk; daarvoor zijn de wandelpaden veel te glad. Er zit niets anders op dan vanachter de bedruppelde raampjes te genieten van het uitzicht, want dat is adembenemend mooi.

De middag en nacht komen we lekker warm door, maar voor nog een etmaal hebben we echt te weinig gas. Omdat we geen zin hebben in weer een lange rit door de koude bergen, zoeken we op internet naar een camperplaats met een goede en tegelijk geen geldmunten slurpende stroomvoorziening. In Oppenau vinden we er zo één. De weg ernaartoe wordt een duizelingwekkende mooie tocht door het Zwarte Woud, langs veel houtzagerijen, dwars door dalen met dorpen vol opgehangen slingers, en dan weer verder over meanderende weggetjes en smalle passen met mist, sneeuw en regen. De Tribergse watervallen en koekoeksklok bewaren we voor een moment met beter weer. Nu hebben we een missie te voltooien: een warm plekje voor de komende nacht.

De overal met slingers versierde dorpen duiden op het naderende carnaval. Nog een goede week te gaan, voordat het feestgedruis losbarst. Ook in Oppenau viert de carnavalsversiering hoogtij. Manshoge stoffen poppen hangen in bomen, en aan gevels en bruggen. Ze zijn werkelijk overal, ook in etalages, en op bankjes en stoelen in wachtruimtes en dan zijn er natuurlijk ook nog de half ontmantelde Kerstbomen vol ballonnen en maskers. Oppenau ligt in een prachtige omgeving met beken en beekjes en watervalletjes, maar is momenteel ook een gebied met soppige paden in een nimmer ophoudende regenval, waardoor ons verblijf veel weg heeft van een waterballet. Het weerhoudt de plaatselijke jeugd er overigens niet van een balletje te trappen op het voetbalveld tegenover de camperplaats.

Via een wandelpad langs de wild stromende Lierbach belanden we tussen de buien door lopend in het centrum, waar we de Pfarrkirche St. Johannes Baptist bezoeken. Deze parochiekerk is gebouwd in 1826 en 1827 in de klassieke stijl met een interieur vrij recht toe recht aan. Terug nemen we het bovenpad, waarmee we een mooi overzicht hebben op de gekleurde huizen. Bij het invallen van de schemer wordt het pas echt knus wanneer de lampjes in de huizen naast en boven ons aangaan, want ja, in de bergen zijn de huizen op meerdere etages gebouwd wat een geborgen gevoel geeft. Bij het eten koken, kijk ik neer op een man die met een groene schop meerdere rode afwasteiltjes vol zand wegschept van een berg op de ernaast gelegen gemeenteplaats opzij van de camper. Hij kijkt schielijk om zich heen of niemand hem ziet en heeft niet in de gaten dat ik hem vanachter het fornuis haarscherp in de peiling heb. Mag hij al op het idee komen om omhoog te kijken, dan nog zal hij mijn gezicht niet zien, want de raampjes zijn op zithoogte afgestemd, zodat wanneer je staat vanaf buiten alleen het middenstuk van het lijf zichtbaar is.

Het mooie van deze camperplaats - behalve dat hij gratis is en je slechts drie euro per etmaal kwijt bent aan stroom – is dat hij aan de rand van het Nationaal Park ligt, en ongeveer zeven kilometer vanaf de Allerheiligen waterval en een kloosterruïne. We zitten twee regendagen uit, voordat we aan dit uitstapje beginnen. Hoewel de zon dan niet schijnt, is het in het dal vijftien graden. Het voelt en hoort als voorjaar, want die ochtend word ik gewekt door vogelgezang.

Je kunt de wandeling vanaf twee kanten maken: vanaf de ruïne naar beneden langs de watervallen of van de watervallen omhoog naar de ruïne. Wij kiezen voor het laatste. Bij aankomst hebben we de bijbehorende parkeerplaats voor ons alleen. Later lees ik dat de meeste bezoekers voor de afdaling kiezen. Het lijkt ons minder mooi en die overtuiging houden we al wandelend en klimmend vast, want een klim is het. Via paden en trappen - meer dan 200 treden bij elkaar en meer dan 100 meter hoogte overbruggend - treffen we aan het einde van de route alweer plakaten ijs en sneeuw aan. Ondertussen stort het water met wild geraas neer via meerdere treden in de kloof op weg naar het beneden gelegen Lierbachtal. In het oorverdovende kabaal maken we via diverse bruggetjes de oversteek over dit ontzagwekkende natuurgeweld, af en toe met verstuivende waterdruppels op de jas. We zijn hier meer water dan ooit. Je ziet, hoort, voelt en proeft de kracht van het water. Alle zintuigen doen mee, want in de nauwe kloof waar het water zich tussendoor wurmt, ruik je ook het vocht. Bomen, struiken, afgevallen takken en ontwortelde boomstammen, evenals rotsen, zijn bekleed met een dikke laag mos die fluoriserend oplicht tussen het verder nog dorre hout. Onnodig te vertellen dat het hier om een indrukkende trip gaat met als verrassend eindpunt de gotische12de eeuwse kloosterruïne. Het restant van een kerkelijk gebouw, dat zich al glibberend op sneeuw- en ijsresten staande houdt; bevroren in de tijd en het waterballet bedwongen.

Commentaren: 0

81.GRENZEN EN DOUCHES

Grenzen zijn er om overheen te gaan, zeggen ze wel eens, hoewel dat natuurlijk niet opgaat als ze van seksuele aard zijn en tegen iemands zin, zoals je nu zo vaak hoort. Het kan ook zo zijn dat het overschrijden van grenzen onbedoeld gebeurt, bijvoorbeeld omdat de navigatie een verkeerde locatie aanwijst zoals bij ons tijdens het zoeken naar een 'Entsorgungsplatz', zoals de Duitsers een plek noemen waar je je van het vuile water en toiletinhoud kunt ontdoen. Zo komen we ineens oog in oog te staan met twee bewakers van brouwerij Fürstenberg op wiens terrein een sanizuil met loosfaciliteiten staat te blinken. Tot zover heeft ons navigatiesysteem gelijk, het had alleen vergeten te vertellen dat de voorzieningen zich op privéterrein bevinden. Gelukkig staat er aan de andere kant van Donaueschingen nog een ander exemplaar op openbaar terrein, dus wat ons betreft is er weinig aan de hand, en ook de bewakers blijken het licht op te nemen.

Helemaal 'ontzorgd' rijden we richting Zwitserland, waar we in het plaatsje Stühlingen de camper neerzetten op een parkeerterrein behorend bij supermarkt Norma. Zwitserland ligt aan de overkant van de weg. Op de fiets passeren we de officiële grensovergang bij Schleitheim, waar vandaan we op een mooie weg - hoog boven en parallel aan de autoweg - naar de kern van dit dorp rijden. We komen langs een klein kerkje, omgeven door druivenvelden, waar we even uitstappen om de binnenkant te verkennen. Verder is het landschap grijs, grauw en beige, want gek genoeg ligt er geen vlokje sneeuw.

Schleitheim is een klein dorp en zo heel anders dan de plaatsjes in Duitsland. Het ruikt er ook anders, naar de boerderij. Vakwerkhuisjes met achterstallig onderhoud en houten stallen leunen gemoedelijk tegen elkaar aan, met in de voortuin de landbouwwerktuigen. Langs de rivier de Wurtach, half boven het water hangend, vind je de kippenhokken; eveneens van hout. Winkeltjes zijn er nauwelijks te bekennen. Een frisse blikvanger vormt de witte Dorpskerk, waar het interieur even puur is als het karakter van het dorp en bovendien verrassend eenvoudig na de vele barokke kerken die we de afgelopen tijd van binnen hebben bekeken. Zachte pastelkleuren verdwijnen er op de achtergrond wanneer de zon door de glas-in-loodramen schijnt. Een gloed van voornamelijk rood, geel en blauw vult de ruimte, zowel beneden als boven. Ook op de vide staan kerkbanken met op de kopse kant het orgel. Je strijkt er voor je plezier even neer.

Eenmaal weer in Duitsland pikken we gelijk even het centrum van Stühlingen mee, op zoek naar een kop koffie en chocolademelk met wat lekkers erbij, want zoiets kent Schleitheim niet. Op een gevel zie ik een groot bord met de aankondiging van een café, bakker en Konditorei in één. Ernaartoe is het nog een stukje fietsen vanaf de winkelstraat, maar dan heb je ook wat. Althans dat denken we tot en met het afrekenen van onze bestelling. Daarna, als we ons naar het zitgedeelte begeven, blijkt dat we in het restaurant van een bejaardentehuis zijn beland met veel boeken, hoge stoelen en mensen van meer dan een gemiddelde leeftijd. Op de tafeltjes liggen uitgevouwen papieren servetjes met carnaval opdruk en ook in de rest van de ruimte hangen vrolijke poppetjes, clowns en slingers. Naast mijn kop chocolademelk ligt een van sisaltouw geknoopt hartje met een rood strikje, waarvan er meerdere exemplaren in de Kerstboom hangen, want ja, in Duitsland moeten Kerstbomen een lange adem hebben. Ver voor de Advent zijn ze op elke mogelijk te verzinnen plek aanwezig, of dat nu binnen of buiten is. Tot na Drie Koningen blijven ze opgesierd met traditionele Kerstversiering, waarna rond eind januari/begin februari de onderste takken eraf worden gehaald en de Kerstversiering plaats maakt voor felgekleurde maskers, ballonnen en slingers; de laatste het liefst samengesteld uit repen stof die overigens ook van gevel tot gevel over de straten worden gespannen.

Na het bezoek aan de bejaardensoos gaan de fietsen in de garage en rijden we naar de camperplaats naast het historische treinstation in Blumberg-Zollhaus, waarbij we onder twee viaductbruggen doorrijden met de boog aan de onderkant, waardoor het lijkt of ze op de kop hangen. Met het zicht op het oude station en de nostalgische treinwagons lees ik met plezier het bericht van een vriendin die bezig is in mijn net uitgekomen boek 'SLOW LIVING - deel 1' vol reisverslagen van het afgelopen jaar. Ze leest het boek naast de computer, zodat ze de locaties kan opzoeken en aantekeningen maken van plaatsen die ook zij wil gaan bezoeken. Zo wil ze zeker naar Oirschot waar 300 bezienswaardigheden zijn, naar fort Everdingen en museum Cruquius en ook naar de Michaëlskerk in Oosterland, opgetrokken in tufsteen. Maar als allereerste wil ze naar onze vaste standplaats Molkwerum, het Venetië van het noorden. En zo krijg ik een leesverslag van mijn eigen verslagen te lezen, dat overigens een aanvulling is op de fotoreportage die er een dag eerder aan voorafging met foto's van de plaatsen waar het boek door mijn vriendin wordt gelezen. Het schijnt zich overal thuis te voelen. Leuk en origineel om na onze grensoverschrijdende tocht zo te worden getrakteerd op een warme douche; helaas in de nacht wel opgevolgd door een koude douche. Dat gebeurt wanneer de lege gasfles door een domme bedieningsfout niet automatisch is overgeschakeld op de volle. Jammer, want we hadden er een grenzeloos vertrouwen in dat dit altijd zou lukken.

Commentaren: 0

80. WISPELTURIG EN MISLEIDEND

Het is al bijna vijftig jaar geleden dat ik er met mijn ouders ben geweest en hoewel ik er geen bijzondere herinnering aan heb, willen we Rottweil toch even aandoen; gewoon omdat het kan en we er langsrijden. De camperplaats ter plekke doet ons hart echter niet sneller kloppen, zeker niet als we zien dat het bijna twee kilometer lopen is naar het centrum. Dan wordt het tijd om een afweging te maken of hetgeen de stad te bieden heeft ook werkelijk de moeite waard is. Na internet te hebben geraadpleegd, komen we tot de conclusie dat dit voor ons niet het geval is.

Gelukkig zijn we vanochtend vroeg vertrokken, of liever gezegd vroeg verjaagd. De ijskoningin had 's nachts weer onbarmhartig toegeslagen, zodat het enkel ijs, mist, regen en sneeuw om en op ons huisje was. Zelfs met de kachel op de hoogste stand was het moeilijk om de kou binnen de baas te blijven. Buiten was het pad naar de doorgaande weg boven de koudeput waar wij bivakkeerden totaal weggevaagd, zodat ik voor de camper uitlopend Rienk de goede kant moest wijzen zodat hij mij al slippend kon volgen. Op de openbare weg was het weliswaar een stuk begaanbaarder, maar echt lekker rijden was het zeker niet. De weersomstandigheden waren kennelijk te hevig geweest om de gladheid door de winterdienst teniet te laten doen. Maar na elke tunnel gloort licht, zo ook deze keer en wel na een kilometer of tien toen de weg ineens grijs en droog werd - alsof er een knop was omgezet, zodat het restant van de route naar Rottweil een peulenschilletje werd.

Enfin, Rottweil wordt het niet. We zetten koers naar Triberg, waar de hoogste watervallen van Duitsland zich moeten bevinden. Op weg ernaartoe zie ik op de borden 'Donaueschingen' staan, een plaats waarvan ik dacht dat die een stuk verder van Rottweil af ligt. "Zullen we daarnaar toegaan; dan pikken we de Donaubron ook nog mee?", vraag ik aan de altijd flexibele Rienk, die zonder maar een ogenblik na te denken, antwoordt: "Ja, waarom niet? Als er een leuke camperplaats is..." Mijn smartphone geeft die inderdaad aan en zo is de routewijziging opnieuw binnen een minuut beklonken.

De camperplaats in Donaueschingen ligt naast een park tussen een atletiekbaan en een hondentrainingscentrum in. Hoewel er in de reviews wordt geklaagd over hondengeblaf in de morgenstond, laat zich de volgende ochtend geen hond horen. Wel word ik wakker van het afschieten van rotjes. Als ik het gordijntje oprol, zie ik naast ons de snelstromende Breg, waarvan Rienk eerst nog dacht dat het de Donau was, terwijl de Breg juist - gezamenlijk met de Brigach - samenvloeit in de Donaubach. Deze laatste ontspringt in het centrum van Donaueschingen en wordt door sommigen gezien als het begin van de Donau. In werkelijkheid worden de Breg, Brigach en Donaubach pas 1,4 km ten oosten van deze plaats de Donau; een rivier die vanaf de Duitse stad Kelheim - even voor Regensburg - bevaarbaar wordt. In aanmerking genomen dat de Donau in het Zwarte Woud ontspringt en uitmondt in de Zwarte Zee is de bijnaam Zwarte Rivier door de Duitsers nog niet zo gek gevonden. Met 2829 kilometer lengte is het de langste rivier binnen de Europese Unie en ook de enige grote rivier die in oostelijke richting stroomt.

In tegenstelling tot andere rivieren worden de kilometers van de Donau stroomopwaarts geteld: het officiële nulpunt is de vuurtoren van Sulina aan de Zwarte Zeekust. 

Ik besef dat we eigenlijk wel een beetje worden beetgenomen met de Donaubron als toeristische attractie. Het water mag hier wel met zo'n honderd liter per seconde uit de grond borrelen, maar daarmee is het dus nog niet het begin van de Donau. Maar ach, het is een mooie gedachte op een mooi vormgegeven locatie en of hier nu wel of niet de oorsprong van de Donau te vinden is, de stad is in ieder geval prachtig. In de achttiende eeuw werd er veel in barokstijl gebouwd en na een stadsbrand in 1908 kwamen er jugendstil-huizen bij. Ook het Museum Art.Plus met hedendaagse kunst, is een bezoek waard. Weer zijn we de enige bezoekers; we lijken er een patent op te hebben.

Om nog even terug te komen op de misleiding rond de Donau: er is meer, want wie wordt er niet door de bekende wals 'An der schönen blauen Donau' van Johann Strauss jr. op het verkeerde been gezet door te denken dat deze eer een Oostenrijkse rivier toekomt, terwijl de bron locatie toch echt in Duitsland ligt, op nog geen 25 kilometer van Zwitserland af. Vind je het gek dat we er wispelturig van worden. Deze ontdekking vraagt gewoon om weer een routewijziging. Zo dicht bij een grens en er niet even overheen gaan, kan gewoon niet. Misschien dat we later nog eens naar Oostenrijk gaan, al is het alleen maar om te kijken of we erachter kunnen komen waarom ze de Donau blauw noemen en niet zwart, zoals de Duitsers doen. Maar voorlopig wispelturigheid genoeg en beperken we ons tot een Zwitsers uitstapje.

Commentaren: 0

79. ZON EN IJS

We staan in Tuttlingen aan de Donau met het centrum om de hoek. Hoewel de camperplaats aan de rand van het park anders doet vermoeden, valt het stadje een beetje tegen. Eigenlijk bestaat het uit één lange winkelstraat met aan weerskanten saaie gebouwen. Het enige dat er uitspringt zijn een paar beelden bij het Rathaus, het Rathaus zelf en de Evangelische Stadtkirche die na aan de deur te hebben gevoeld, gesloten blijkt te zijn.

Nee, voor de pracht en de praal moet je hier echt in de natuur zijn, zoals op de stille, kronkelige weg naar het op 800 meter hoogte gelegen Obernheim, waar de sneeuw in grote hopen aan de zijkanten ligt. Eigenlijk hadden we juist voor deze omgeving gekozen en niet voor de Alpenroute, omdat we dachten dat het hier met de sneeuw en hoogte wel zou meevallen, maar de waarheid is anders. Met dit huisje op wielen zijn we nog niet zo winters en bergachtig op pad geweest. Meerdere passen moeten worden bedwongen om telkens opnieuw te kunnen genieten van uitgestrekte plateaus met magnifiek weidse uitzichten en telkens daarna de afdaling naar lieflijke dorpjes met smalle straatjes.

Ook Obernheim is een schattig plaatsje, waar ik me er al doorheen rijdend in een dorpje in het Italiaanse Süd-Tirol waan. Helemaal wanneer ik uitstap om brood te halen bij de plaatselijke kruidenier 'Gut und Nah', waar het weinige personeel dat er werkt op elke afdeling een andere pet op heeft. Zo word ik door een en dezelfde struise vrouw eerst op de broodafdeling en later bij de kassa geholpen. Het kasregister staat naast een houten bak met een zeer snel lopende band van niet meer dan 1 meter lengte. Van zulke dingen kan ik echt genieten.

Obernheim ligt in het meest zuidwestelijke deel van de Zwabische Jura in het natuurpark Boven-Donau. Niet ver hier vandaan ontspringt de rivier de Donau. Het stadscentrum ligt ongeveer 900 meter boven de zeespiegel. Een poos geleden zijn hier meerdere nederzettingsresten gevonden; de oudste uit 1200 v. Chr. In december 2020 verwierf het plaatsje landelijke bekendheid vanwege een 4,5 kilometer lange kerstwandelroute langs meer dan zestig verschillende zogeheten Kerststations die tijdens de coronapandemie op initiatief van de lokale bevolking werd uitgezet.

Vanaf de camperplaats lopen we rechtstreeks naar het stuwmeer, via een klein paadje omhoog. Het meer is omgeven door bossen en er liggen veel omgezaagde boomstammen te wachten op transport. We doen een rondje meer. Op slechts een klein stukje water - daar waar de diverse beekjes instromen - ligt geen ijs. Met de zon erbij voelt het warm aan. Na de wandeling pakken we dan ook de tuinstoelen erbij en kunnen zeker tot drie uur 's middags buiten zitten. Een vrouw met twee grote honden komt voorbij. We raken met haar aan de praat. Ze komt uit een iets verderop geparkeerde camper, waarin ze sinds drie jaar permanent woont. Haar ouders in Stuttgart vangen haar post op. Als we de ochtend erop uit het raam kijken, is ze weg, op naar de volgende bestemming. Wellicht is het haar te koud geworden, want hoewel de zon nog steeds een beetje schijnt, staat er nu ook een straffe wind. We besluiten naar de zonnige kant van de bergen te lopen, even weg van de ijsplaat waarop we staan en de sneeuw om ons heen. We gaan door het wit uitgeslagen dorp Oberdigisheim. In de verte ligt een ander dorp in de vallei, zonnig en groen. Het lijkt een scene uit een sprookje: aan de ene kant woont de goede en goedgemutste zonnekoningin en aan de andere kant de boze en slechte ijskoningin. Onderweg passeren we een oude dame met nordic walking-stokken. Ze gaat niet zo snel als wij. Bij het inhalen spreekt ze ons met een krakerige stem aan in een onverstaanbaar dialect. Je zou bijna denken dat ze daar in levende lijve voor ons staat: de ijskoningin, maar het is slechts een oude dame van negentig die direct overschakelt op Duits. Ze vertelt dat ze alleen in een huis woont, zelf kookt en de huishouding doet. Dat is niet mis op die leeftijd, maar misschien is het wel zo dat in Oberdigisheim niet alleen de huizen, de straten en het landschap zijn bevroren, maar ook de menselijke jaren waardoor haar leeftijd aanzienlijk lager ligt dan de negentig jaren die zij zegt te zijn.

Commentaren: 0

78. Met dank aan Erwin Hymer

De avond is bijna gevallen en wij gaan er een klein feestje van maken. In opmars naar de tentoonstelling in het Erwin-Hymer-Museum luiden we ons uitje in met een lekker etentje in het museumrestaurant. We zijn de enigen in de grote zaal, maar het etentje is er niet minder om, of wellicht zelfs wel iets beter. Wie zal het zeggen? We zijn om 18.00 uur uitgegeten en willen een kaartje kopen voor de museumbezichtiging. Maar dat gaat zomaar niet. Hoewel het gebouw al vanaf 10.00 uur 's morgens open is en er helemaal niemand is te bekennen, moeten we een uur wachten totdat we erin mogen. "De avondopenstelling loopt van 19.00 tot 21.00 uur", zegt de mevrouw achter het loket.

Een beetje flauw; maar goed, regels zijn regels en wij zitten de voorgeschreven tijd in de camper uit. En dat wachten doen we niet voor niets, zo blijkt later, want de tentoonstelling is werkelijk verrassend. We komen terecht in het verhaal van het mobiel reizen, gezien vanuit het perspectief van de reiziger. Er is een route uitgezet met (sta)caravans, auto's motorfietsen en campers uit het verleden tot in de toekomst; van klein tot groot, waarvan sommige bizar en zeldzaam. Vooral aan de interieurs is veel zorg besteed, mede vanwege de bijpassende accessoires. Verspreid over 6000 m2 kom je langs een parade van meer dan 80 oldtimers en historische recreatievoertuigen van over de hele wereld. Zonder te worden gestoord door andere bezoekers - we zijn echt de enigen!!! - kunnen we alles van alle kanten bekijken. Bovendien is de uitgezette route niet alleen een reis door de tijd maar gaat ook door de Alpen, Italië, India, de Oostzee, de woestijn, Noord-Amerika, het noorderlicht en de Atlantische Oceaan. Gedurende de tocht door de verschillende landschappen en culturen komen we vier punten tegen waar je foto's van jezelf kunt laten maken die later op één ansichtkaart worden afgedrukt zodat je die bijvoorbeeld kunt versturen naar het thuisfront. Helaas laat de printer het net vandaag afweten...

Het museum is geopend in 2011, twee jaar voor het overlijden van Erwin Hymer, de oprichter van caravan- en camperfabrikant Hymer. De collectie van de Erwin Hymer Foundation omvat ongeveer 250 voertuigen van een grote verscheidenheid aan bouwjaren en fabrikanten, waarvan de oudste uit 1850. De eerste Hymer-camper is de Caravano op basis van een Borgward B 611. Daar bestaan slechts drie voertuigen van, omdat Borgward kort daarna failliet ging. Een nieuwe variant volgde pas in 1971 met de serieproductie 'Hymermobil' op basis van Mercedes-Benz, het type waar wij nu ruim dertien maanden in wonen.

Na een paar dagen tussen de voertuigen en bijbehorende industrie te hebben gebivakkeerd, wordt het weer eens tijd voor iets idyllischers. Zo'n plekje vinden we in Ochsenhausen met aan de ene zijde een diep dal, waarin het centrum ligt en aan de andere zijde een gigantisch groot klooster van de voormalige Benediktijner Rijksabdij, dat veel weg heeft van een slot; zo groot is het. De eerste kloosterkerk werd in 1093 gewijd, terwijl de huidige kloosterkerk tussen 1489 en 1495 werd gebouwd. Met het later toegevoegde kloostergebouw, en weer later met de bibliotheekzaal en een extra kloosterzaal is het een enorm complex geworden. Ik zie zelfs stallen met paarden en buiten een enorme hooibak en trailers. Wellicht lopen er ook kippen en hanen rond, want zodra we ons hoofd om de hoek van de camperdeur hadden gestoken, horen we hanengekraai. Tegenwoordig doet de voormalige benedictijnenabdij dienst als Staatsacademie voor jonge muzikanten in de deelstaat Baden-Württemberg.

Het is een mooie zonnig dag tijdens onze verkenning van Ochsenhausen. We drinken voor het eerst koffie buiten op een terras. Nog wel een beetje koud, maar in de beschutting van een glazen scherm is het goed te doen. We kuieren door het niet al te enerverende centrum en nemen notie van het standbeeld van een os, waar Ochsenhauzen zijn naam aan te danken heeft.

Na een dag vol zon en staalblauwe luchten maar ook kou, gaan we naar een nacht, een dag en nog eens een nacht met storm, regen en nog meer kou, totdat we 's ochtends wakker worden in een witte wereld en we in verband met de weersomstandigheden alle voorgenomen plannen omgooien. We gaan niet naar Tuttlingen, maar terug naar Bad Wurzach, een locatie waar we eerder waren en waarvan we zeker weten dat er water en stroom is. Bovendien moeten we er nog een mooie natuurwandeling maken door het bos en moeras, waar we vorige keer door de verschrikkelijke sneeuwstorm niet aan toe kwamen. En zo heeft de natuur steeds weer iets nieuws voor ons in petto, zoals dit landschap dat we zonder ons huisje op wielen nooit zouden hebben gezien. Met dank aan Erwin Hymer.

Commentaren: 0

77. tentoonstellingen

Toen we op Kerstavond uit Molkwerum vertrokken, hadden we drie doelen voor ogen. Eén: de route van de Romantische Strasse afmaken, wat we inmiddels hebben gedaan. Twee: de Alpenroute rijden, wat we hebben geprobeerd maar tijdens het winterseizoen niet handig is gebleken. Drie: het Erwin-Hymer-Museum bezoeken. En dat laatste is wat we nu gaan doen.

Als we het buitengebied van Bad Waldsee binnenkomen, zien we alleen maar gebouwen met Hymer-reclame, zowel van kantoren, winkels als de fabriek. Het is echt een imperium, waarin we belanden. Op een heuvel ligt het verlichte museum in de vorm van een heel groot camperraam met ronde hoeken. Op het bijbehorende parkeerterrein met ruimte voor 600 auto's en campers overnachten we. We zijn de enigen, maar we slapen er niet minder om en ontwaken met een fel schijnend zonnetje. Eenmaal buiten voelt het zelfs voorjaarsachtig aan. Vanwege het mooie weer besluiten we het museum voor de avond te bewaren en overdag op de fiets naar het centrum van Bald Waldsee te gaan. Deze plaats wordt gekenmerkt door een unieke ligging tussen twee meren: de Stadtsee en de Schlosssee. Komend van de heuvel, rijden we recht op een van de meren af met de achterliggende huizen weerspiegelend in het water. We stappen af bij de Stiftskirche St. Peter. De tweelingtorens zijn het symbool van de stad. Dominikus Zimmermann, een naam die we al vaker in dit gebied zijn tegengekomen, was betrokken bij de barokke herinrichting van het interieur in 1765. Hij bouwde het hoofdaltaar, de koorbanken en de sacristiekast. Recht tegenover de kerk staat een prachtige fontein ter ere van voormalig inwoonster Elisabeth Achler, bekend als de gezegende Goede Beth, die in 1766 heilig werd verklaard.

Bad Waldsee bestaat uit zowel gotische als barokke gebouwen, waarvan de St. Peter Kirche dus tot de barok behoort. Het Rathaus daarentegen is gotisch. Dan komen we bij het aan de buitenkant mooist uitziende gebouw van de stad: de Ziekenhuiskerk uit 1300. De rijk versierde gevel is van de hand van H. Kolb die de voorstelling in 1885 heeft geschilderd en die alweer in 1978 is gerestaureerd. Het huis was niet alleen een ziekenhuis, maar ook een bejaardentehuis, weeshuis en ontmoetingsplaats voor bedelaars. Misschien is dit de verklaring voor het feit dat de binnenkant van de kerk uiterst sober is ingericht.

Verder een leuk carnavalweetje. Vijf Zwabisch-Alemannische originele maskertypes bepalen het beeld van de stad: Federle, Schrättele, Schorrenweible, Faselhannes en Narro, met elk zijn eigen verhaal. Op carnavalsmaandag paraderen honderden mensen met deze maskers in dwaze sprongen door de straten en vieren het hoogtepunt van het jaar. Van een uitbundig springende jongen met Federle-masker is een fontein gemaakt. Federle is de verleider die een verschrikkelijke rol speelde in de heksenprocessen. Alle maskers hangen meer dan levensgroot aan de gevel van het schuin tegenover liggende restaurant en nog veel meer maskers vind je in de etalage van een winkeltje iets verderop.

We verlaten de stad via de Wurzacher Tor die, met de uitbreiding van de stadsmuur, in 1400 werd gebouwd. Via het Waldsee Golf-Resort rijden we terug naar de camperplaats. Het resort ligt in het natuurgebied Hopfenweiler met daaromheen zeven 'prinselijke wandelroutes' die allemaal beginnen bij de houten Prinses Sophie Kapelle. Oorspronkelijk stond daar de huiskapel van het landgoed Hopfenweiler uit 1606. Prinses Sophie zu Waldburg-Wolfegg verwierf de huidige kapel in 1889 op de Wereldtentoonstelling in Parijs en liet deze onder leiding van architect Carl Haggeney optrekken op de plaats van de toen afgebroken oude kapel. Het is een prachtig bouwwerkje geworden met een verrassend druk en vrolijk interieur.

En zo bezoeken we voorafgaand aan de lokale tentoonstelling in het Hymer-Museum een klein overgebleven component van een wereldwijde tentoonstelling. Later zal blijken dat er van een lokale expositie in het museum totaal geen sprake is, want Erwin Hymer heeft de nadruk gelegd op een mondiale ontdekkingstocht door de culturele en technische geschiedenis van mobiel reizen. Kortom, aan alomvattende informatie geen gebrek in Bad Waldsee.

Commentaren: 0

76. FOTO IN DE SNEEUWSTORM

Vroeg ik me in Wolfegg nog af of we voor deze winter het sneeuwtijdperk achter ons hadden gelaten, dan kom ik daar in Bad Wurzach helemaal op terug. Op zich is er bij aankomst op de camperplaats nog weinig aan de hand. De aangrenzende heuvels en bossen kleuren bruingroen en het plaatsje in de verte, waarvan de oranje daken van de huizen en de witte kerktoren goed zichtbaar zijn, oogt vriendelijk. Bad Wurzach is een klein kuuroord op 600 kilometer hoogte en de thuisbasis van de oudste moeras-spa in de deelstaat Baden-Württemberg. Ook heeft het een van de grootste aaneengesloten hoogveengebieden van Europa. Sinds 1950 draagt de stad het predicaat 'Bad'(kuuroord). Geheel in de lijn van wat deze plaats wil uitstralen, moeten wij een parkeerkaart halen in een thermenbad, dat tien minuten lopen is. De administratie ervan gebeurt heel grondig, terwijl het bedrag, inclusief stroom, onder het tientje ligt. Voor dit geld wordt het terrein ook nog een gladvrij gehouden en de prullenbakken geleegd.

Eigenlijk waren we nog steeds op weg naar het Hymermuseum in Bad Waldsee, maar voor een nieuwe gasfles moest eerst Bad Wurzach worden aangedaan. Daar aangekomen bleek het gas bij de dealer niet leverbaar, maar daarvoor in de plaats kwam deze goed voorziene camperplaats op ons pad, waar we twee dagen zullen blijven. En laat nu net in die periode storm Corrie opdoemen, compleet met sneeuw en al. Windkracht 6 met een gevoelstemperatuur van min 8. Boven op de heuvel is het snijdend koud en op het aangrenzende wandelpad naar het woud is niemand te bekennen die de sneeuwstorm wil trotseren. Corrie reist snel. Een dag eerder was ze in Nederland. Van de woningbouwvereniging krijgen we bericht dat ze de kapot gewaaide regenpijp van ons huisje in Molkwerum moeten repareren.

Terwijl de camper staat te schudden op zijn wielen en de sneeuw langs de ramen stuift, krijg ik bericht van het Friesch Dagblad voor een interview met foto in de weekendbijlage over mijn nieuwste boek 'SLOW LIVING deel 1 - van huis naar camper'. Het toeval wil dat tegelijkertijd met het persbericht dat ik de dag ervoor had verstuurd, een persbericht van iemand anders bij de redactie binnen is gekomen. En die persoon heeft nogal wat met mij gemeen: voormalig journalist, kunstschilder, een boek over reizen en wonen in een camper geschreven en dat ook nog eens bij dezelfde uitgever ondergebracht. Alleen bewandelt deze schrijver die iets ouder is dan ik, de omgekeerde weg. Hij gaat, samen met zijn vrouw, van een camper naar een huis. Ik ben het met de journalist van het Friesch Dagblad eens dat dit interessante stof is voor een overkoepelend artikel, waarin allebei de kanten worden belicht.

Het interview gaat telefonisch, voor de foto moeten we zelf zorgen, en dat valt in deze weersomstandigheden nog niet mee. Het moet een afbeelding worden van ons beiden voor de camper. Een selfie wordt afgekeurd, dus de inbreng zal van een passant moeten komen, maar ja, een wandelaar in dit barre weer: daar kun je lang op wachten, en dat doen we dus ook. Tevergeefs. Na overleg met de journalist mag het eventueel een foto van mij alleen zijn, maar wel een leuke. Oké, ik zal proberen creatief te zijn. Het wordt een plaatje van mij op een stoel voor de camper, met op mijn schoot een laptop. Op de stoel moet ik haastig gaan zitten, anders waait hij naar de andere kant van het camperterrein. De laptop klap ik zo laat mogelijk open, huiverig voor een besneeuwd scherm. Ondertussen springt een steeds roder en paarser uitslaande Rienk om me heen, totdat we hopen het verlangde resultaat te hebben vervuld. "De krant moet het er maar mee doen", luidt onze conclusie, en gelukkig is de journalist tevreden. We aan zijn aan zijn deadline tegemoet gekomen.

Nadat de wind enigszins in kracht is afgenomen, wagen wij ons aan de afdaling naar het dorp, waar het gelukkig iets minder koud is, maar nog altijd koud genoeg om ons te laten opwarmen in de plaatselijke Konditorei, waar we met open armen worden ontvangen. Bij vertrek krijgen we het jaarprogrammaboekje van Bad Wurzach mee en worden we uitgezwaaid achter een ruit met carnavalsversiering. Dan nog even snel een blik werpen op het slot met aan de de overzijde van de straat een goudkleurig Mariabeeld op een blauwe fontein, voordat we aan de barre tocht terug beginnen. Ook passeren we een grote witte kerk: St. Verena Kirche. We wippen naar binnen en stuiten op een man die de kerkvloer schoon zwabbert. Hij geeft geen krimp. Ook hier weer balkons in het interieur en verder veel grote witte heiligenbeelden. Vervolgens komen we langs het ernaast gelegen klooster Maria Rosengarte. Het nonnenklooster met rococo-huiskapel uit 1763 ligt aan de rand van het plaatsje. Vanaf de onbebouwde kom loopt de weg omhoog en komt het er op aan. De wind heeft hier vrij spel en de rap naderende sneeuwbui is niet ver weg. We hebben de pas erin en zijn bijna bij ons huisje als het loos gaat.

Bij het naar binnen gaan waait de deur bijna uit onze hand. Snel de natte kleren uit en dan lekker bij de warme kachel achter glas kijken naar de inmiddels horizontale voortjagende sneeuwvlokken. Ik check mijn smartphone op berichten en zie ik dat er een mail is binnengekomen van de Leeuwarder Courant. Het spijt ze dat ze geen aandacht aan mijn boek kunnen besteden, omdat het thema 'slow living' nog niet zo lang geleden uitgebreid in de krant is belicht. Op zich jammer, maar waarschijnlijk is het wel beter zo in deze omstandigheden. Stel je voor dat we opnieuw aan het werk zouden worden gezet en weer een foto moeten maken in dit extreme weer. Daar moeten we echt niet aan denken.

Commentaren: 1
  • #1

    Floriske Gerritsma (zondag, 06 februari 2022 13:40)

    Zo heerlijk om deze verslagen te lezen en ik ben zo lekker mee op reis :-) Dit is al artikel 76, je kunt er nog veel boeken mee vullen. Ik ga nu je eerste boek bestellen en weet zo gauw niet meer hoeveel verslagen daar in staan. Je corrigeert ze nog wel voor ze geplaatst worden he? Ik ben een rare maar struikel altijd direct over foutjes al zijn ze nog zo klein. Ik kom niet aan elk artikel toe om te lezen maar als ze in boekvorm staan leest het vlotter :-) Nog een fijne zondag verder mocht je dit nog lezen. Groeten XX

75. Valkuil

Slow Living en leven in vrijheid zijn de twee beste ingrediënten om je leven op een mooie en bevredigende manier in te delen. Toch houdt het voor mij ook een valkuil in en dat heeft vooral te maken met mijn enthousiasme voor het ontdekken van nieuwe dingen. Ik heb de neiging ongecontroleerd van het een naar het ander te vliegen, waardoor de aaneenschakeling van gebeurtenissen en nieuwe indrukken mij weleens boven het hoofd dreigen te groeien. Gelukkig heb ik Rienk die me helpt af en toe een rustpauze in te lassen, waarin ik alle opgedane ervaringen rustig kan verwerken met het schrijven van blogs en het uitzoeken van foto's. Dan is het dus extra leuk wanneer er ineens een camperplaats voorbijkomt, waarvan je meteen denkt: dit is de plek waar we een aantal dagen willen blijven. Wolfegg is zo'n plek.

Om er te komen hebben we vanuit Marktoberdorf eerst in westelijke richting gereden, parallel aan de bergen, en zijn we het laatste stukje naar het noorden gegaan. Een prachtige rit door een dik besneeuwd landschap, dat naarmate we Wolfegg naderden steeds dunner en zelfs af en toe een beetje groen werd. De camperplaats is groot en heeeeeeeel rustig met ernaast op een heuvel de witte Loretakapel waar je via een glooiend pad met aan weerskanten oude bomen kunt komen. De naam 'Loreto' verwijst naar het gelijknamige Italiaanse bedevaartsoord, waar de Casa Santa wordt bewonderd, het heilige huis uit Nazareth dat volgens de legende in de 13e eeuw door engelen werd overgebracht naar Loreto bij Ancona. Het in 1668 gebouwde kapelletje in Wolfegg is een van de talloze Loreto-kapellen die geleidelijk aan in Zuid-Duitsland werden gebouwd als kleine afbeeldingen van de grote plaats van genade. Binnen is het niet groter dan een redelijke huiskamer, bijna raamloos en donker. Terwijl er in de barokperiode vaak grote processies kwamen, is het tegenwoordig een rustig bedevaartsoord, waar elke middag om drie uur de rozenkrans wordt gebeden. 

We bevinden ons in een mooi wandelgebied met in de verte de besneeuwde toppen van de Alpen. Aan de horizon doemt een zogeheten drumlin op. Dit is een langgerekte heuvel, gevormd door een gletsjer. De lange as van de drumlin is parallel met de stroming van het ijs, de stompe kant wijst in de richting van waar het ijs vandaan kwam. Vanaf de drumlin zou je een panoramisch uitzicht over de Alpen hebben; van het Zugspitze-massief in het oosten tot de Berner Alpen in het westen. 

Maar er is nog veel meer moois te zien in Wolfegg. Van een pikzwart eekhoornstelletje op de camperplaats tot en met een kasteel, en een kerk die ons steil achterover doet slaan. Het kasteel is gesloten en de St. Katharinakerk een theater, althans dat is waar het mij aan doet denken als we de barokke ruimte betreden, waarbij je onmiddellijk verdwijnt in het immens grote plafondfresco, ontworpen door Franz Joseph Spiegler en Caspar de Crayer. Een dak in fleurige herfstkleuren met daaronder het laat barokke stucwerk in roze, oker en turkooisgroen van Johannes Schütz, de balkons inbegrepen. Niet één maar meerdere exemplaren in de rondte met ballustrades en al. De pasteltinten vormen een prachtig contrast met de bovenliggende fresco, waardoor dit nog meer op je af lijkt te komen; druk en ruimtelijk tegelijk. Samen met de kroonluchters en de roze beklede kerkbanken wekken de balkons de indruk dat je in een theater bent.

In Wolfegg kwamen we met een dunne laag sneeuw. In de vier dagen dat we er verblijven, veranderde het witte landschap in groen en de camperplaats in een modderpoel. Zo warm hebben we het in tijden niet gehad. Zal dit het einde zijn van ons sneeuwtijdperk?

Ik moet denken aan de zwarte eekhoorns, hoe zichtbaar zij waren in de witte sneeuw. Ik had er nog nooit één gezien. Als ik het op zoek, lees ik dat het Amerikaanse voseekhoorns geweest moet zijn, waarvan er in Europa vermoedelijk geen vrijlevende populaties zijn. Misschien is dit eekhoornstelletje net zo reisenthousiast als ik en is zij door een vlieg- of bootreis in een valkuil getrapt. 

Commentaren: 1
  • #1

    Roel Berger (donderdag, 03 februari 2022 16:24)

    Die eekhoorns zijn misschien ook met een camper gekomen....................Dank voor je toelichting en fotoos. Ik geniet ervan.

74. Boven en beneden

Nu de route van de Romantische Strasse erop zit, willen we verder met de Alpenroute. De Romantische Strasse komt hier recht op uit. De met sneeuw bedekte bergen fascineren en smaken naar meer, maar vormen ook een behoorlijke uitdaging. Omdat wij niet van campings houden en ons beperken tot overnachtingen op camperplaatsen, vraagt de zoektocht naar locaties met stroom en water veel tijd omdat die - zoals ik al vaker heb geschreven - nu eenmaal niet voor het oprapen liggen. Toch denken we er een in Murnau am Staffelsee te hebben gevonden. De tocht ernaartoe verloopt spannend. Sneeuwhopen langs beide kanten van de niet al te brede weg en dikke mistbanken die het zicht belemmeren; gelukkig schijnt er wel zo af en toe een waterig zonnetje dat in combinatie met de mist en sneeuw de prachtigste beelden oplevert.

In Murnau schijnt de zon volop. We nestelen ons op de camperplaats langs het spoor met uitzicht op de bergen die nog steeds in dunne mistslierten zijn gehuld. Er staat geen zuchtje wind en het lijkt qua gevoelstemperatuur al wel een beetje voorjaar. Helemaal in ons element kuieren we relaxed langs de spoorlijn om zo gelijk de camperfaciliteiten te inspecteren, totdat mijn oog valt op een verkeersbord waarop een wit papier met gele letters is geplakt. "Oh, dat zal toch niet. Moet je kijken, Rienk, deze camperplaats is gesloten."

"Dat zal toch niet!", herhaalt Rienk verbolgen mijn woorden, om er direct iets ingetogener aan toe te voegen: "Och ja, je hebt gelijk. Kijk, de waterkraan en stort zijn ook afgesloten." Er zit niets anders op dan de plaats te verlaten, maar niet voordat we hebben geluncht met het zonnetje op onze borden, zodat we dit in ieder geval te pakken hebben. Zonder ons verder in Murnau te verdiepen, rijden we dezelfde weg terug als dat we zijn gekomen. We willen voor donker een andere camperplaats hebben bereikt en omdat het in deze tijd vroeg donker wordt, zeker in de bergen, dringt de tijd. 's Avonds, wanneer ik de reacties lees op de foto's die ik dan net op Facebook heb geplaatst, krijgen we pas door hoe jammer het is dat we het centrum van Murnau niet hebben aan gedaan. Zo schijnt er een kwaadaardige tovernares am staffelsee te zijn geweest die alles wilde veranderen in sneeuw en ijs. En nog frappanter: de van oorsprong Russische expressionistische kunstschilder Wassily Kandinsky heeft in 1909 het plekje aan de spoorlijn geschilderd, waar wij hebben geluncht. Dat was in de periode dat hij samen met Gabriele Münter in Murnau woonde. Als we dat van te voren hadden geweten, had het toch net iets anders gegeten.

We zijn in noordelijke richting gereden, een beetje weg van de mist en de bergen. Volgens de weersberichten is er de komende dagen veel sneeuw op komst en daarom hebben we opnieuw voor de laag gelegen camperplaats in Schongau gekozen, waar we over een nieuwe tussenbestemming nadenken. De keuze valt op het Erwin Hymer Museum in Bad Waldsee die ons wordt ingefluisterd door het huisje op wielen uit pure nieuwsgierigheid naar zijn voorouders.

Ook deze keer gaan we de stevige klim naar het bovenliggende centrum aan, waar de bakkerin uit haar zelf 1 euro-munten wisselgeld teruggeeft. Dat weet ze nog van de vorige keer. In de straten moeten we oppassen voor zogeheten Dachlawinen, waarvoor overal waarschuwingsbordjes staan en dat is niet voor niets. De sneeuw is smeltende en hangt in Dalì-achtige vormen over de dakgoten heen. Als de schemer begint te vallen stuiten we op een protestmars tegen coronamaatregelen, waar zeker duizend mensen aan meedoen. Het is een vreedzame optocht met kaarsjes en lantaarntjes, honden aan de lijn en kinderen aan de hand. Wij vormen onze eigen korte stoet naar beneden langs de volkstuintjes naar de lichten van de papierfabriek tegenover ons huisje.

Als we de volgende ochtend na een kort ritje in Marktoberdorf aankomen, is de situatie precies omgekeerd. Daar staan we met de camper hoog bij het slot en de katholieke parochiekerk St. Michael die naast elkaar op de heuvel liggen en boven de stad uitsteken. Voor de winkels in het centrum moeten we afdalen. En waar het in Schongau beneden minder mooi was dan boven in het centrum, is ook dat in Marktoberdorf precies omgekeerd.

Hoewel de naam anders doet vermoeden is Marktoberdorf een stad, weliswaar met een dorps karakter. Zo zijn de winkels tussen de middag gesloten en de opzet van de kern simpel en saai en bovendien ook nog eens flink verwaarloosd wat een deprimerende indruk geeft. Het is overigens wel de geboorteplaats van Fendt, de fabrikant van landbouwwerktuigen, maar wij gaan gauw terug naar boven waar we aan het eind van de klim de kerk in worden gelokt door de organist. Wijd en zijd is zijn spel te horen. We nemen plaats achterin, vlak onder het orgel en laten de ambiance op ons inwerken, waarbij de meeste aandacht wordt getrokken naar de grote cyclus fresco's van lokale kampioenen, omlijst door stucwerk. Als een van de belangrijkste barokke landkerken in deze regio is ook deze kerk weer een parel.

 

Een beetje in hogere sferen verlaten we het heiligdom en lopen op onze weg langs het aangrenzende kerkhof bijna tegen een man met kruiwagen aan. Hij is van de gemeente en haalt het vuilnis uit de wegwerpbakken dat hij zak voor zak met de kruiwagen naar zijn auto brengt. Boven ons zweven twee luchtballonnen, een blauwe en een witte; in de kleuren van de lucht en sneeuw. Voor hen bestaat er geen hoogteverschil. Geen boven en beneden; zij zien alleen maar onder.

Commentaren: 0

73. sprookjeskasteel

Een bezoek aan de koningssloten schuiven we een paar dagen achter elkaar voor ons uit, omdat we denken dat er een zonnetje voor nodig is om het contrast tussen het wit van het kasteel op de wit besneeuwde bergtop tegen het blauw van de lucht sprekender te maken en daardoor de beleving groter. Wel ''cirkelen' we er al eerder laat in de middag - wanneer de zon zich even laat zien - een beetje omheen. Het is een toertje met de camper door het landschap, de kastelen hoog boven ons. We passeren skikpistes en langlaufbanen, souvenirswinkels en grote parkeerterreinen. Het toerisme is hier goed doorgedrongen; daarvan raken wij zelf direct al behoorlijk doordrongen. Het sterkt ons in het besluit de berg niet met een bus of - nog erger - met paard-en-wagen te bedwingen, maar met de fiets. Vanaf een parkeerplaats in Schwangau bij de witte Sint-Colomankerk omgeven door louter sneeuw, verheugen wij ons op dit uitstapje. Met een kop koffie in de hand en de blik gericht op de koningssloten in de verte is het echt genieten. Jammer genoeg is de kerk gesloten, anders hadden wij die ook nog even van binnen kunnen bekijken.

De dag erop is het nog steeds mistig en gaan we op verkenningstocht nummer twee. Dik ingepakt met twee broeken, twee truien, twee mutsen, dikke jas en handschoenen om de kou van min 3 op de fiets te trotseren, gaan we op pad. Dit keer gaan we voor een confrontatie dichterbij. We trotseren alle paard-en-wagens en slalommen langs de wandelende horde op weg naar kasteel Neuschwanstein, het meest aansprekende van de twee koningssloten wegens de sprookjesachtige uitstraling. Het gaat behoorlijk steil omhoog. De weg neemt zelfs de vorm van een pas aan en het is dan ook ongeveer op de helft dat we de fiets inruilen voor de benenwagen. Pfff, dat het zo'n klim zou zijn, hadden we niet verwacht.

We hebben nog geen kaartjes voor de binnenbezichtiging gekocht, omdat dit bezoek puur ter orientatie is. We gaan immers voor de zon, maar hoe hoger we komen en hoe meer we van het kasteel te zien krijgen, des te meer we overtuigd raken van het feit dat dit wel eens ons definitieve bezoek zou kunnen zijn. Sterker nog, het ongenaakbare van de kou, benadrukt door de dikke mistflarden die om de berg hangen, versterken het sprookje Neuschwanstein zodanig dat het lijkt dat een zon er niets meer aan kan bijdragen. Oké, we lopen de aanschouwing van het interieur en de binnenplaats mis, maar om daarvoor de hele klim weer overnieuw te doen, is ook niet echt aantrekkelijk. Bovendien is de mooiste kamer vanwege renovatie niet toegankelijk en ook de Mariënbrücke - de voetgangersbrug tussen twee rotspieken die uitzicht biedt op het slot - is tijdelijk gesloten.

En ja, dan sta je ineens in een bevroren omgeving van sneeuw, ijs en mist oog in oog met het mooiste kasteel van Duitsland; met recht een sprookje en niet alleen vanwege het uiterlijk. Want ook de geschiedenis achter dit magische gebouw laat zich lezen als een sprookje, dat dan ook begint met: er was eens een koning, Maximiliaan II van Beieren, die de in de twaalfde eeuw door de ridders van Schwangau gebouwde burcht Schwanstein betrok. Deze in verval geraakte burcht werd van 1832 tot 1837 in neogotische stijl verbouwd en kreeg de naam Hohenschwangau. Maximiliaan II trouwde met Marie van Pruisen. Zij kregen twee zoons, kroonprins Ludwig (1845) en prins Otto (1848) die een zeer spartaanse opvoeding kregen. Een deel van hun jeugd brachten de jongens door in het saffraangele gebouw Hohenschwangau, gelegen op een heuvel niet ver van Neuschwanstein vandaan. Na de plotselinge dood van Maximiliaan II besteeg Ludwig - ook wel bekend als Lodelwijk II - op achttienjarige leeftijd de troon. Hij was uitgegroeid tot een knappe jongeman die de naam 'sprookjeskoning' kreeg vanwege zijn enorme interesse in legenden en sagen. Totaal ongeïnteresseerd in het leger liet hij zich als aanvoerder vertegenwoordigen door zijn broer. Ludwig was altijd al enigszins mensenschuw en onevenwichtig geweest, en naarmate hij langer aan de macht was trok hij zich steeds meer terug in de Alpen, waar hij diverse kostbare sprookjeskastelen liet bouwen. Het beroemdste is slot Neuschwanstein, bedoeld als middeleeuws ridderslot, waarvan met de bouw in 1869 werd gestart. Hoewel het kasteel nog lang niet klaar was, ging Ludwig er in 1884 wonen om zich zo aan het publieke leven te kunnen onttrekken. Hij heeft er slechts iets langer dan een halfjaar van kunnen genieten.Op het einde van zijn leven liet de regering de koning onbekwaam verklaren. De officiële reden was dat men vanwege zijn excentrieke gedrag dacht dat hij krankzinnig was geworden. Hij werd gevangen gezet in Slot Berg, iets ten zuiden van München, waar hij volgens de officiele lezing als uitstekend zwemmer op 13 juni 1886 verdronk - slechts een dag na zijn afzetting. Het ware verhaal is dat de vorst is omgebracht door huurmoordenaars, ingehuurd door samenzwerende leden van de hofhouding. Zeven weken na Ludwigs dood werd het kasteel opengesteld voor het publiek en werd hij als koning opgevolgd door zijn jongere broer, Otto I. Omdat de geesteszieke Otto niet tot regeren in staat was, nam zijn oom, prins-regent Luitpold, in zijn plaats de honneurs waar.

 

Dit wat het Neuschwanstein-sprookje betreft en helaas kan ik niet eindigen met 'ze leefden nog lang en gelukkig'. Toch is er wel degelijk sprake van een happy end. Later bezocht Walt Disney het slot en liet zich door Neuschwanstein inspireren voor het kasteel van Doornroosje in zijn toen nog te bouwen themapark Disneyland in Californië. Neuschwanstein zelf is goed voor zo'n 1,3 miljoen bezoekers per jaar en daarme een van de populairste toeristische attracties van Duitsland. Voor ons betekent het bezoek aan het sprookjeskasteel een mooi slot van de route Romantische Strasse, zoals een van mijn kunstvrienden het zo cryptisch uitdrukte.

Commentaren: 1
  • #1

    Floriske Gerritsma (dinsdag, 01 februari 2022 15:54)

    Ik ben even meegereisd en zag het helemaal voor me. Wat komen jullie veel moois tegen onderweg!
    Jullie moeten er af en toe wel wat voor over hebben maar zo blijven jullie in vorm :-)

72. WASSEN TE MIDDEN VAN HISTORIE

In Füssen moet ik wennen aan de nieuwe geluiden die we nog niet eerder zo veelvuldig op onze reis zijn tegengekomen, zoals het schrapen van sneeuw van wegdek, trottoirs en balkons door particulieren afgewisseld door strooiwagens en sneeuwschuivers die al om vijf uur 's ochtends beginnen. We zitten midden in de winter.

De eerste dag heb ik gereserveerd voor de was. Er zijn maar weinig plaatsen die een wasserette herbergen. Ik heb er zeker een week op moeten wachten todat er zich eentje aandient, maar dan heb je er ook één. Alles tiptop in orde met vijf wasmachines en twee drogers; alles voor mij alleen, want in die paar uur dat ik er ben, is er geen klant te bekennen. Er hangt zelfs een geldwisselmachine, waar je papieren geld kunt inwisselen voor muntgeld. Een geweldige uitvinding, waarvan ik goed gebruikmaak, want een paar extra munten kan nooit kwaad met al die parkeermeters, sanizuilen en stroompalen waar je niet met een pas kunt betalen. Er is slechts één klein akkefietje: in het apparaat dat de machines aandrijft, moet je heeeeeel langzaam de muntjes laten glijden; dat staat er duidelijk op. Nu ben ik met 'slow living' natuurlijk wel aan 'langzaam' gewend, maar toch waarschijnlijk net niet genoeg om het apparaat naar behoren te laten functioneren, want na twee keer loopt het systeem gigantisch vast. Gelukkig hangt er een briefje met het telefoonnummer van de eigenaresse met het verzoek een sms'je te sturen bij calamiteiten, maar wanneer er na een kwartier nog niemand is gekomen, probeer ik het toch maar via een telefonische oproep. En dat werkt. De vrouw zegt zelf niet te kunnen komen. Ze stuurt een mannelijke kennis die na vijf minuten arriveert en het apparaat weer laat draaien. Na zijn vertrek heb ik het rijk opnieuw alleen en geniet ik onder het opvouwen van het prachtige uitzicht op de bergen. Wat een locatie!

Om de hoek ligt het oude centrum. Net als bij Schongau gaan de wortels van Füssen terug tot de Romeinse tijd. Ook deze stad ontwikkelde zich langs de Romeinse weg, Via Claudia Augusta die van Noord-Italië naar Augsburg leidde. Dankzij opgravingen op de Füssener Schlossberg stuitte men zelfs op de fundamenten van een laat-Romeins fort uit de vierde en vijfde eeuw. Hoog boven de stad ligt nu het Hohe Schloss, ooit de zomerresidentie van de prins-bisschoppen van Augsburg. Vandaag de dag zijn er een belastingkantoor en museum in gevestigd.

Het centrum is niet zo groot, maar er zijn wel heel veel kerken en kloosters, waarvan ik er een aantal zal uitlichten. Vlak bij het slot ligt het Klooster Sankt Mang, een voormalig Benedictijnerklooster, waar nu een stadhuis, historisch museum en bibliotheek in zitten. Het iets verder gelegen Franziskanerklooster is nog wel altijd intact gebleven en dient als verblijfplaats voor oudere Franciscaanse broeders die werk verrichten in de pastorale zorg van de parochiegemeenschap van Füssen. Schuin tegenover Sankt Mang ligt misschien wel het mooiste gebouw van de stad: de ziekenhuiskerk van de Heilige Geest met prachtige kleurrijke en direct in het oog springende fresco's op de voorgevel. Deze kerk werd in het midden van de 15e eeuw in gotische stijl gebouwd en al in 1733 verwoest door een brand. Van 1748 tot 1749 herbouwde Franz Karl Fischer de ziekenhuiskerk naar het model van de kloosterkerk van de Franciscanen van Dillingen en was het Anton Joseph Walch die de buitengevel met kleurrijke fresco's in rococostijl beschilderde. Leuk detail is dat je vanuit het ernaast gelegen ziekenhuis direct naar het balkon kunt lopen boven het kerkkoor. Ik kijk even om het hoekje en zie dat het interieur net zo mooi is als het exterieur, maar ik durf er geen foto's van te maken. In de betrekkelijk kleine ruimte zit pontificaal in het midden een oud vrouwtje vol overtuiging te bidden. Daar plaatjes van te schieten zou een beetje ongepast zijn.

Ik loop verder naar de rand van Füssen, waar tussen de stadsmuur en het historische kloosterterrein de begraafplaats St. Sebastian ligt met daarbij de laatmiddeleeuwse voormalige pestkapel. In de muur bevinden zich nog grafschriften uit deze tijd met naast de ingang het graf van Domenico Quaglio, de architect van het koninklijk kasteel Hohenschwangau.

Het lijkt wel of alles veel is in Füssen; niet alleen kloosters en kerken maar ook muurschilderingen en fonteinen nemen hun plaats in. Een markante fontein is die in de winkelstraat Reichenstrasse. Nadat in 1965 de neogotische stadsfontein werd afgebroken om de weg vrij te maken voor het toenemende verkeer, dat toen nog door de Reichenstrasse liep, verscheen het nieuwe exemplaar gewijd aan de heilige Magnus, de missionaris van de Allgäu die de draak - het symbool van het kwaad - met het kruisteken bedwong.

Al met al valt er dus best veel te vertellen over deze relatief kleine stad en dan heb ik het nog niet eens gehad over het pronkstuk der pronkstukken, even buiten Füssen: het kasteel Neuschwanstein en het daarbij gelegen saffraangele kasteel Hohenschwangau, oftewel de twee koningssloten waar we later naartoe gaan. Voorlopig eerst maar even de in historische omgeving gewassen kleding in de camperkastjes opbergen.

Commentaren: 0

71. Twee gezichten

Vandaag zijn we echt op weg naar de Oostenrijkse bergen. Vage contouren worden scherper en tekenen zich alsmaar hoger tegen de horizon af. Terwijl Rienk rijdt, laat ik mijn gedachten nog even gaan over de positie binnen het nationaal-socialisme van het net bezochte Landsberg am Lech. Na München en Neurenberg nam deze stad de derde centrale plaats in. Vanwege Hitlers gevangenschap in 1924 werd Landsberg vanaf 1933 onderdeel van de nazipropaganda en diende als ontmoetingsplaats voor de Hitlerjugend. Ondanks de centrale betekenis tijdens het nationaal-socialisme en de militaire faciliteiten die zich in de buurt bevonden, zoals vliegbasis Penzing en de Saarburg-kazerne, bleef Landsberg als een van de weinig districtssteden gespaard van geallieerde luchtaanvallen. Het kan soms vreemd lopen.

Na een poosje rijden we de camperplaats van Schongau op. Het is een plek met twee gezichten. Aan de ene kant kijken we uit op een grote, rokende papierfabriek en aan de andere kant tegen een steille heuvel met volkstuintjes, waartussen zich een steil pad met trappen richting Altstadt meandert. Boven op de ovalen heuvel aangekomen, waarop het oude centrum ligt, loopt een pad aan de buitenkant van de oude stadsmuur. Er staan tal van bankjes tegen de muur, allemaal bezet door oudere mensen die in de zon genieten van het uitzicht beneden hen met daarachter de toppen van de Alpen, waaronder de Zugspitze.

In de middeleeuwen was Schongau een belangrijk knooppunt en betekenisvolle handelsplaats, mede door de ligging in de buurt van de voormalige Romeinse weg Via Claudia Augusta naar Augsburg. De bloeitijd duurde tot de ontdekking van Amerika. Na die tijd werden de handelsroutes verlegd en kwam Schongau buiten die routes te liggen. In de jaren daarna werd de stad zo arm, dat belangrijke gebouwen in verval raakten. Na de Tweede Wereldoorlog nam het aantal inwoners door de toestroom van vluchtelingen weer toe en ontwikkelde zich een redelijk welvarende middenstand.

Nu staat de oude binnenstad in zijn geheel onder monumentenzorg. Daar waar je vanaf de camperplaats omhoog de stadsmuur rondom het centrum bereikt, is een poorttoren uit de dertiende eeuw. Nadat deze zijn functie van stadspoort had verloren, werd hij geschikt gemaakt als woning voor politiebeambten en heet sindsdien de Polizeidienerturm. Eenmaal door de poort loop je als het ware zo tegen het zogeheten Ballenhaus aan, waarvan het onderste gedeelte vroeger werd gebruikt voor de opslag van de handelswaren die via de oude handelsstraten werden vervoerd. De bovenste etages waren bestemd voor het stadsbestuur.

Het centrum is niet groot en de parochiekerk Maria Hemelvaart in rococostijl is een van de weinige gebouwen die in het oog springen. Na een hapje te hebben gegeten, lopen we parallel aan de stadsmuur het centrum rond en dalen vervolgens weer af naar ons huisje beneden in het dal bij de papierfabriek, dat met de gratis stroom geen slechte plek is. Wel moeten we het ditmaal zonder water stellen, want de buitenkraan is afgesloten en het sanitairgebouw dicht. Maar dit is voor een nachtje helemaal niet erg. We hebben genoten van de prachtige wandeling in de zon en gaan met een tevreden gevoel de nacht in. De volgende ochtend is alles wit en staat er geen zon aan de hemel. Dus niet alleen qua uitzicht maar ook wat het weer betreft is deze locatie er eentje met twee gezichten.

Door naar Füssen, de laatste stad op de Romantische Strasse. Verder zou ook niet kunnen, want deze stad ligt pal tegen de Oostenrijkse grens aan en tevens aan de voet van de Alpen. De camperplaats ligt op twee kilometer afstand van het centrum en hoort bij een oubollig sportcentrum met toestellen dicht op elkaar en tapijt op de vloer. De plek die met twee aangrenzende camperterreinen deel uitmaakt van een bedrijventerrein, is niet mooi. We staan ingeklemd tussen twee andere campers, waarvan één met de ietwat lugubere en egoïstische tekst 'Reise vor dem Sterben, sonst reisen deine Erben'. In de voorzijruit hebben we het zicht op alweer een coronasneltestcentrum; ditmaal niet ondergebracht in een houten hokje en tent, maar in een stenen gebouw.

Via de König-Ludwig-Promenade, een voet- en fietspad, met een behoorlijk stuk langs een gigantisch kerkhof, kom je in de Altstadt terecht; met complimenten aan de winterdienst, want die is in Duitsland geweldig. Deze zorgt niet alleen voor begaanbare autowegen, maar ook voor elk voet- en wandelpad, hoe onbeduidend en weinig gebruikt ook. Op de heenweg zien we links van ons de bergen met daarop ieniemienie klein het koningsslot Neuschwannstein; op de terugweg is dit alles verdwenen. Grote wolken vol sneeuw belemmeren het gezichtsveld en zo is ook Füssen een locatie met twee gezichten.

Commentaren: 0

70. Pas op de plaats

Vanaf Landsberg am Lech krijgt de Romantische Strasse een Oostenrijkse uitstraling die steeds duidelijker wordt naarmate we de grens naderen. Robuuste huizen, veel sneeuw, bergen en sportieve mensen. Net als Augsburg ligt Landsberg, zoals de naam al dat vermoeden, aan de Lech, een zijrivier van de Donau. De stad fascineert door de ruim opgezette oude binnenstad, vele goed bewaard gebleven historische torens en muren, én een schilderachtige ligging aan de steile oevers van de mintkleurige Lech, met indrukwekkende wild groeiende bossen net buiten de bebouwde kom. Langs de stadsmuur, op het centrale plein, is vooral de brullende Lech-stuw indrukwekkend. Het water stroomt hier over betonnen traptreden en maakt een enorm kabaal. Onbegrijpelijk dat in deze snelstromende rivier kanoërs durven varen.

Wanneer we voor het eerst aankomen op onze woonlocatie voor de komende vier dagen, een grote zonovergoten mixparking, skeelert een aantal kinderen vrolijk over het asfalt en schiet een joekel van een eekhoorn net de boom in. Het terrein wordt omzoomd door kale bomen en struiken, huizen, een kantoorgebouw en twee kerken die qua klokslagen perfect op elkaar zijn ingespeeld. De ene kerkklok slaat één slag op kwart over, twee op het halfuur, drie op kwart voor en vier slagen op het hele uur, waarop de andere kerkklok op het hele uur naadloos aansluit met de werkelijke tijd. Dit gaat de hele dag zo door, waarna beide klokken - na een enorm gelui om negen 's avonds - om elf of twaalf uur stoppen. De exacte tijd weet ik niet, omdat wij meestal rond elf uur naar bed gaan. Wat ik wel zeker weet, is dat ze allebei om zes uur 's ochtends weer van zich laten horen met hetzelfde doordringende geluid van de avondklok, zodat ik dan gelijk goed wakker ben.

In het midden van het terrein staat een schamel houten hokje met twee witte tenten, ingericht als coronasneltestlocatie. De ene tent, bedoeld voor mensen zonder auto, is gesloten, zodat de autolozen zich in de rij wachtende auto's moeten opstellen voor slijmafname. En die rijen zijn flink, vooral op zondagmiddag en maandagmorgen. Als je dan in de bijtende kou van sneeuw- en hagelbuien met een aanwakkerende wind een tijd moet wachten, is dat geen pretje. Misschien dat dit ook een van de redenen is dat op een avond hier een wandeling met honderden mensen van start gaat die tegen de coronamaatregelen, inclusief vaccinaties, protesteren.

Hoewel het verder geen noemenswaardig mooie plek is, voelt het met water en stroom in de direct nabijheid gelijk goed aan. De stroom kost slechts € 4 per dag. Daar kun je thuis niet voor stoken. De gasflessen blijven voorlopig bijna onaangeroerd en de plaatselijke supermarkt is zo vriendelijk ons steeds van 1 euro-munten te voorzien. Wat me overigens in Duitsland hogelijk verbaast, is dat je bijna overal met contant geld moet betalen en de betaalpas slechts op een paar plekken, zoals in de grote supermarktketens, wordt geaccepteerd.

De camperplaats in Landsberg is een plek, waar we met gemak wat langer kunnen blijven en dat is na de aaneenschakelingen van korte bezoeken aan de vele steden en stadjes van de afgelopen tijd ook wel weer eens nodig. 'Een pas op de plaats' zogezegd, want hoe meer je beleeft des te groter het aantal foto's dat moet worden gerubriceerd. En datzelfde geldt voor de zich alsmaar uitbreidende hoeveelheid aantekeningen die moeten worden verwerkt in blogs. Bovendien ben ik sinds half december bezig om alle camperblogs uit ons eerste camperjaar onder te brengen in een boek, dat door het plaatsen van de tekst op een correcte manier in het format best nog een klus is. Gelukkig heb ik een vriendin in Friesland wonen die ik een proefexemplaar kan toesturen om te kijken of de ingebrachte indeling op de juiste manier op het papier is komen te staan. Ondertussen kan ik niet anders dan de conclusie trekken dat de nadruk - in plaats van op schilderen en tekenen - weer steeds meer op schrijven en fotografie komt te liggen, precies zoals ik veertig jaar geleden ben begonnen als journalist.

Na onze aankomst duurt het dus nog even, voordat we aan de verkenning van dit voor ons nieuwe stadje beginnen. De zon heeft inmiddels plaatsgemaakt voor mist en dat maakt de wandeling net iets minder sprankelend. Vanaf de camperplaats loopt een pad naast het kerkhof naar de Lech, waar we via een brug direct in het oude centrum terechtkomen. Als eerste gaan we naar de grote Stadtpfarrkirche Maria Hemelvaartkerk uit 1219, van oorsprong een laat-romaanse kerk die in de 17e eeuw barok werd. Dus ook hier weer een veelvuldig gebruik van goud. De plafondschilderingen in het koor werden gemaakt door Johann Jakob Pottmayer, in 1902 overschilderd door Waldemar Kolmsperger de Oude en in 1968 opnieuw bewerkt. Zoals we ook al bij het Wevershuis in Augsburg zagen, blijken fresco's niet oneindig houdbaar.

Vervolgens bezoeken we het kleine rococokerkje St. Johannes, ter grootte van een huis. Een brede kroonlijst draagt het ovale koepelgewelf en verleent de kleine kerkruimte een bijna classicistische monumentaliteit die wordt versterkt door het ontbreken van stucwerk op de muren. Door twee verborgen vensteropeningen valt indirect het licht op het pronkvolle hoogaltaar, dat wordt overdekt door een ronde schijnkoepel. Het zo ontstane 'Theatrum Sanctum' wordt gezien als een van de mooiste werken van de Beierse rococo. De kerk is gewijd aan Johannes de Doper en is het meesterwerk van Dominikus Zimmermann, een naam die je hier in de omgeving vaker tegenkomt, zoals bij het een paar honderd meter verderop gelegen stadhuis en het voormalige Ursulinenklooster.

Al met al brengen we een aangename tijd door in Landsberg en is er van de bijzondere rol die deze plaats speelde in het nationaal-socialisme vanwege de gevangenschap van Adolf Hitler, niets meer te merken. Toch is het een raar idee, dat in de plaats waar ik mijn boek 'Slow Living, deel 1, van huis naar camper' gestalte geef, Hitler in 1924 in de gevangenis 'Mein Kampf' schreef. Maakte hij toen net als ik een pas op de plaats?

Commentaren: 0

69. gemengde gevoelens

Hoewel de kathedraal, zoals veel andere gebouwen in de binnenstad, in de steigers staat, moet ik bekennen dat ik bij het betreden ervan mijn mening over Augsburg voorzichtig begin bij te stellen. En dat terwijl dit binnenwerk zeker niet het mooiste is van wat ik de laatste tijd aan kerkinterieurs heb mogen aanschouwen. De kathedraal, ook wel de Hoge Kathedraal van de Visitatie van de Maagd Maria genoemd, heeft geen specifieke uitstraling. In feite zijn het meerdere stijlen door elkaar heen. De toepassing van verschillende materialen, zoals brons, hout, steen en smeedijzer maken dat de aankleding rommelig aandoet. Tijdens mijn rondgang langs de Romaanse crypten, de glas-in-loodpanelen, middeleeuwse olieverfschilderijen, sculpturen en de moderne rood marmeren preekstoel heb ik dan ook meer het idee dat ik door een museum met verschillende stijlkamers loop dan door een kerk; en gek genoeg is dat voor een keer best verfrissend, vooral omdat dit alles op een wonderlijke manier toch ook weer een geheel vormt.

Wanneer ik het witte gebouw verlaat en me bij Rienk voeg die altijd veel sneller klaar is met kerkbezichtigingen dan ik, wacht ons op de Rathausplatz een verrassing. Allereerst het stadhuis zelf, dat geheel in renaissancestijl is opgezet. De zogeheten Gouden Zaal - rijkelijk versierd met grote deuropeningen, muurschilderingen en een cassetteplafond als de meest indrukwekkende kamer en tevens een van de belangrijkste culturele monumenten van de late Duitse renaissance - verzuimen we binnen te lopen. Wij hebben, na onze fikse wandeling, meer trek in een kop koffie en thee dan in weer een bezichtiging. Bovendien nodigt de fel schijnende zon uit voor een plaatsje op het terras. Jammer genoeg zijn er zo veel studenten en andere jongeren op dezelfde gedachte gekomen, dat wij voor onze inwendige bevrediging tot de ernaast gelegen Konditorei zijn veroordeeld.

Bij binnenkomst ziet de vitrine vol gebak en koek er niet verkeerd uit en wij kiezen alle twee iets uit om in de Konditorei op te eten. Zo gaat het bij veel van deze gelegenheden: eerst bepaal je in het winkelgedeelte je gebakkeuze en wordt er aan de hand daarvan een minuscuul bonnetje overhandigd dat je moet meenemen naar je tafeltje om vervolgens aan de degene af te geven die de rest van de bestelling komt opnemen. Nog voordat we van het moderne winkelgedeelte beneden naar het van buitenaf niet zichtbare oubollige zitgedeelte op de bovenverdieping worden gedirigeerd, merken we dat het er hier toch nog net iets anders aan toe gaat. Zo zijn alle producten dubbel geprijsd: meeneemprijzen en het ter-plekke-opeetprijzen, waarbij de laatste aanmerkelijk hoger liggen. Dan de bestelling zelf: mijn gebakje overleeft de eindgoedkeuring maar de koek van Rienk wordt geweigerd. Hij moet een andere uitkiezen. Zijn eerste keuze is blijkbaar te goedkoop. Bovenaan de trap worden we opgewacht door een serveerster die ons controleert op 2G, mondmasker en identiteitspapieren. Plotseling komt de baas eraan, trekt me aan mijn mouw en snauwt dat ik de rij ophoud. De rij? Als ik omkijk, vermoed ik dat hij doelt op de twee mensen achter mij die zonder controle om mij heen mogen lopen. Na deze twee incidenten lopen we door het mistroostige interieur naar een tafeltje, waar ons tot driemaal toe wordt gevraagd of we al hebben besteld. Na tien minuten arriveren koffie en thee en nogmaals tien minuten later, als het drinken is afgekoeld, de rest. Het afrekenen levert al even veel problemen op. Om de rekening moeten we meerdere malen vragen, waarbij het personeel telkens naar elkaar wijst als de aangewezen persoon die zich van deze taak dient te kwijten. Enfin, drie kwartier later met de spijzen achter de kiezen en de rekening betaald, volgen we de pijlen naar de uitgang die langs een stenen trappenhuis voert waar een kapper en notaris zijn gevestigd.

Mijn net aangewakkerde positiviteit ten opzichte van Augsburg is naar een nulpunt gedaald, maar al verder wandelend blijkt dat we op een verkeerd punt zijn gestart. De rest van het centrum doet mooi en gezellig aan met tal van wel leuke horecagelegenheden en interessante panden. Zo komen we langs het met vrolijke kleurrijke fresco's versierde Weberhaus, dat in de periode 1389 tot 1548 functioneerde als gildehuis van de wevers. Het was het eerste wevershuis gemaakt van steen en hout. In de jaren 1605 tot 1607 versierde de Augsburgse stadsschilder en burgemeester Matthias Kager de buitenmuur met fresco's. Iets meer dan drie eeuwen later moest het oude huis wijken voor een nieuw gelijkvormig gebouw, omdat het niet paste in een nieuw stratenplan en bovendien in verval raakte. Op basis van sjablonen werden de oude gevelschilderijen overgenomen. Deze werden rond 1935 in een andere stijl overgeschilderd, maar ook deze fresco's waren geen lang leven beschoren. Nadat het wevershuis in de oorlog was verwoest en in 1959 origineel herbouwd, moest de gevel opnieuw worden beschilderd en alweer in 1981 worden vernieuwd vanwege milieuvervuiling. Een verwoestende brand in 2007 maakte dat de fresco's nogmaals werden hersteld. Ik ben benieuwd hoe lang deze het volhouden.

Even verderop, in de Maximilianstrasse, ligt het 16e-eeuwse Fuggerhaus, een koopmanshuis in renaissancestijl. Het is het eerste renaissancebouwwerk van de noordelijke renaissance en dus niet door Italiaanse architecten gebouwd. Tot slot passeren we de gotische kloosterkerk Sankt Ulrich und Afra, waarna we de drukke autowegen opnieuw trotseren om naar de camper te lopen. Onderweg denk ik aan de vele bekende mensen die hier zijn geboren, zoals de dichter en toneelschrijver- en regisseur Bertolt Brecht (1998-1956) en Leopold Mozart (1719-1787), vader van Wolfgang Amadeus Mozart en belangrijk genoeg om zijn eigen rode huis in de stad te hebben dat nog altijd kan worden bezichtigd. Wat vonden zij van Augsburg? Hielden zij er net zulke gemengde gevoelens op na als ik?

Commentaren: 1
  • #1

    Mieke Schepens (zondag, 23 januari 2022 12:26)

    Ik zie het voor mijn ogen gebeuren. Ook de 'rij' die je aan het ophouden bent, ha ha.
    Graag gelezen.

68. VEEL INDUSTRIE, WEINIG ROMANTIEK

De regio rondom Donauwörth lijkt meer op het Ruhrgebied dan dat het thuishoort op de Romantische route. Een vlak landschap met veel industrie. Ook Airbus Helicopters heeft zich hier gevestigd. Ze doen er onderzoek met de zogenaamde City-Airbus als een soort luchttaxi: een kleine helikopter die eerst met een piloot en later autonoom met passagiers door grote steden vliegt om het wegverkeer te ontlasten. Vooral in Aziatische steden schijnt hier belangstelling voor te zijn en de eerste prototypes zouden binnen een paar jaar kunnen vliegen. Op een rotonde wordt op dit initiatief de aandacht gevestigd met een gele helikopter die op zo'n manier hangt, dat het net lijkt of hij bezig is aan een landing. Als we eromheen rijden, vraag ik me af in hoeverre het nieuwe prototype zal afwijken van dit hangend exemplaar.

Onze bestemming is Rain. Vanaf de grote weg leidt een lange straat naar de camperplaats. We passeren het fors rokende fabriekscomplex van Südzucker, waar dagelijks enkele duizenden tonnen bieten worden aangevoerd en verwerkt. De jaarlijkse productie van de fabriek is voldoende om aan de behoeften van 4 tot 5 miljoen consumenten te voldoen. De zeven silo's van de fabriek hebben ruimte voor meer dan 100.000 ton suiker. Achter de fabriek ligt een bouwterrein met barakken én de camperplaats, vanwaar je tussen de barakken door nog net de rook van de suikerfabriek omhoog ziet gaan. Rienk en ik kijken elkaar aan. Willen wij hier staan? "Nou, dat dacht ik niet! Bovendien stinkt het hier ook nog eens behoorlijk chemisch", zeiden we in koor.

Dus op naar de volgende 'romantische plek': Augsburg. Daar ligt de camperplaats in een bocht langs een drukke weg met een brug over de rivier Wertach die een stukje verderop in de Lech stroomt. De Lech is in Duitsland erg belangrijk voor de elektriciteitswinning. Sinds 2019 staat het waterbeheersysteem van Augsburg, dat kan worden gezien als voorbeeld van de geschiedenis van watergebruik en waterbeheer in een Europese stad, op de UNESCO-Werelderfgoedlijst. Het bestaat uit een netwerk van multifunctionele waterkanalen, het oudste waterleidingbedrijf, de oudste waterleidingen en de oudste watertoren van Duitsland. Bronwater en rivierwater worden strikt gescheiden. Watertorens uit de 15e tot 17e eeuw die pompwerktuigen huisvestten, werden eerst aangedreven door waterraderen en nu door turbines om de hoogteverschillen in het historische stadscentrum te overbruggen. Het waterbeheersysteem verzorgt ook een watergekoelde slagerij, drie monumentale fonteinen en waterkrachtcentrales die duurzame energie leveren. De technische innovaties die er voor nodig waren, hebben er aan bijgedragen dat Augsburg een pionier in de waterbouwkunde is geworden.

Dat klinkt allemaal heel interessant en als we op de camperplaats ook nog eens heel hartelijk worden ontvangen door een 78-jarige man die zijn oude dag slijt in een camper met geopend raampje waardoor hij met alle komende en gaande campergasten direct contact kan aangaan, besluiten we te blijven, ook al is de plek niet echt rustig te noemen.

Het is een mooie dag. De zon schijnt en de temperatuur ligt boven nul. En dat is heel fijn, want voordat we in het oude stadscentrum geraken, moet er een lange, ongezellige, drukke weg worden afgelegd, waar alleen een stukje langs de Wertach en een stukje door een kleurrijk beschilderde tunnel enige afleiding vormen. Het moge duidelijk zijn: we zijn niet direct gecharmeerd van de op München en Nürnberg na grootste stad van Beieren. Zelfs niet als we aan de rand van de Altstadt het mooie kerkje St. Peter am Perlach met een klokkentoren uit 1182 passeren. En misschien ook niet zo gek, want een hier wonend echtpaar met wie we aan de praat raakten en dat ons de weg wees, kwam ook niet bijster enthousiast over. In het gesprek hadden we dan ook meer lol om de man die constant in de clinch lag met de begrippen 'oost-west' en 'links-rechts' dan dat we werden gemotiveerd voor een nadere kennismaking met de cultuurhistorie die de oude stad voor ons in petto zou kunnen hebben. Dat gevoel blijven we nog even houden, want is het tot nu toe niet zo dat de omringende industrie voorlopig alleen nog maar heeft plaatsgemaakt voor drukte en veel verkeer, en dat de romantiek zich angstvallig op de achtergrond houdt.

Commentaren: 0

67. Gas

Soms betekent slow living in de camper dat je hard je best moet doen om het de camper naar zijn zin te maken door hem op tijd te voorzien van zijn natje en zijn droogje, waarmee ik bij het laatste doel op warmte. Dachten we eerst nog dat de watertoevoer een probleem zou worden tijdens de vorst, blijkt toch ineens de warmtevoorziening de grote uitdaging te worden. Hoe zuidelijker we komen in Duitsland, hoe moeilijker het wordt om ons huisje op een stroompaal aan te sluiten. Bij de meeste schaars aanwezige palen betaal je een € 1 tot € 1,50 euro voor 1kWh. Dit staat ongeveer gelijk aan zes uur elektriciteit, ondermeer bedoeld voor koelkast, verlichting en het doortrekken van het toilet; dus exclusief stookkosten. Het is elke dag weer een hele toer om de juiste munten voor de palen op voorraad te hebben, ook omdat het vaak per plaats verschilt welke munteenheid je voorhanden moet hebben. De ene keer 50 eurocenten, de andere keer 1 euromunten, een enkele keer 2 euromunten. En dan heb je vaak ook nog muntgeld nodig voor parkeren, water en het legen van het cassettetoilet, want het is slechts zelden dat je met een pasje kunt betalen. Zou je ook de camper willen verwarmen via de elektriciteitspalen, dan ben je al gauw 2kW per uur extra kwijt en zeker met vorst loopt dat aardig in de papieren, oftewel in dit geval in de munten. Het echte stookwerk verloopt dan ook via gasflessen. Met de kou verbruiken we ongeveer één fles in drie dagen. Eerst huurden we gasflessen bij Hornbach, waarbij je de lege fles kan inleveren tegen een volle, maar hoe zuidelijker we komen des te schaarser de Hornbach-vestigingen, zodat we zijn overgestapt op Westfalen waar je eveneens gasflessen kunt huren. Op de site van deze firma staan veel dealeradressen, dus dat leek relaxter, maar ook dat blijkt in de praktijk niet zo goed te werken. Veel dealers hebben de rode huurfles niet op voorraad of zijn met huurflessen gestopt en verkopen alleen grijze. We doen achtereenvolgens Böflingen, Obersdorf en Ellwangen aan met telkens nul op het request. In de wat grotere en meer industriële stad Aalen hebben we meer succes en omdat we niet zo heel ver van Neresheim afzitten, overnachten we daar nog maar een keer onder de mooie kloosterabdij, wat beslist geen straf is.

Met een tevreden camper, echt een huisje Weltevree, rijden we twee dagen later naar Harburg. Een niet zo grote plaats met een des te groter prachtig kasteel op de heuvel die we graag van dichtbij zouden willen bekijken. Echter, er is nergens een plekje om de camper neer te zetten zodat we genoodzaakt zijn om verder rijden naar Donauwörth. Deze stad ligt aan de Donau, maar ook aan de Wörnitz die hier in de Donau uitkomt. De stad is bekend om het poppenmuseum, waar wij niet naartoe gaan. Wij bezoeken het klooster van het Heilige Kruis, waar een splinter van het kruis van Christus wordt bewaard. Het klooster is een schoolvoorbeeld van de laat-barok. Voor mij vanwege de royale toepassing van goud behoorlijk over de top. Al dat glinsterende edelmetaal vind ik veel te rijk en theatraal overkomen. Eenvoud siert de mens, maar klaarblijkelijk gaat dit niet op voor God. Hier had best wat gas kunnen worden teruggenomen.

Het centrum van Donauwörth bestaat vooral uit de Reichsstraße met aan weerskanten veel grote middeleeuwse en renaissance koopmanshuizen. En ook andere prachtige panden zoals de Liebfrauenmünster, een gotische hallenkerk van baksteen; het Deutschordenshaus, een van de oudste plaatsen waar de Duitse Ridderorde samenkwam; en het stadhuis dat in 1236 is gebouwd. In april 1945 werden grote delen van de Reichsstrasse verwoest, doch de wederopbouw naar de oude voorbeelden startte al in 1946.

Aan al dat moois gaan we snel voorbij. Veel te snel, maar het is ook zo koud, min drie met mist en een beetje wind. Er zijn dan ook weinig mensen op straat. We zoeken ons heil bij een Indiaas restaurant, waar we kouder vandaan gaan dan we komen. De uitbater klaagt over de slechte zaken die hij vanwege corona heeft gedaan. "Ik kan beter de deuren sluiten. Er komen zo weinig mensen dat open zijn niet loont. In feite verlies ik er alleen maar aan". Zijn pessimisme is van zijn gezicht af te lezen. Wij vertellen hem dat de horeca in Nederland al weken dicht is en dat ze daar dolgraag weer open willen. Hij haalt zijn schouders op. De vlam is uit de man, net als uit zijn kachel. In tegenstelling tot de kloosterkerk, waar het aangenaam warm was, heeft hij al wel flink wat gas teruggenomen.

Commentaren: 1
  • #1

    Roel Berger (zondag, 16 januari 2022 13:41)

    God was toch ook niet voor dat goud denk ik maar de pausen en kardinalen wel denk ik. Veel te veel bombarie. Ik wens je veel warmte toe..

66. Stad in een krater

Bij het uitstippelen van bezienswaardigheden word je soms op het verkeerde been gezet, zo ook met het middeleeuwse plaatsje Nördlingen en de Ries-inslag, een van de best behouden grote inslagkraters op aarde, waarvan wij dachten met twee verschillende locaties te maken te hebben. We hadden gelezen dat de krater door zijn omvang en de sterke verwering alleen vanuit de lucht duidelijk is te herkennen. Volgens berekeningen heeft de meteorietinslag van zo'n 15 miljoen jaar geleden in totaal 150 kubieke kilometer gesteente in beweging gebracht. Vanaf de bodem zou men de rand van de krater als een richel zien die langs de horizon loopt en met bos is begroeid. Op weg naar Nördlingen denken wij af en toe zo'n stukje krater te zien, maar zeker weten doen we het niet. We zijn op zoek naar het hart, totdat we doorkrijgen dat de stad Nördlingen volledig binnen de krater ligt en daarmee het eigenlijke hart is. Een stad in een krater: dat bedenk je niet.

Het schijnt dat het een veel voorkomende misvatting is dat de stadsmuren van Nördlingen direct op de rand van de krater staan. De stad ligt wel in z'n geheel in een krater, maar de zogeheten Nördlinger Ries heeft een diameter van tussen de 22 en 24 kilometer, en strekt zich ver buiten de grenzen van de stad uit. Vanaf de klokkentoren in Nördlingen die liefkozend Daniël wordt genoemd, zou de rand van de krater wel goed zichtbaar zijn. Maar ik ben na het stukje trap in Externsteine die mij drie dagen gigantische spierpijn in de bovenbenen opleverde, een beetje terughoudend geworden van fikse klimpartijen, zeker bij trappen van 350 treden zoals Daniël herbergt. En bovendien is Nördlingen lid van Cittaslow, een coalitie van 'slowcities' over de hele wereld, waar men leeft in een meer afgezwakt tempo. Om lid te zijn moet een stad 'nog nieuwsgierig zijn naar de oude tijden en rijk aan theaters, pleinen, cafés, workshops, restaurants en spirituele plaatsen zijn'. Een stad naar ons hart dus, want wij zijn immers ook van de 'slow living'. Het zou ten opzichte van al die schilderachtige middeleeuwse steegjes, de ouderwetse watermolen, een omgebouwd klooster en de Beierse huizen met oranje daken sowieso een beetje onbeleefd zijn om daar doorheen te jakkeren.

Het voert hier te ver om alle bezienswaardigheden op te noemen, want de gehele oude binnenstad staat vol met schitterend gerenoveerde huizen uit de middeleeuwen en renaissance. Een feit is dat de kennismaking met Nördlingen direct al leuk begon. Op de camperplaats geen toeristen, alleen een door een man zelfgemaakte en permanent bewoonde camper en een camperbusje behorend bij een vrouw die in de buurt woont, maar zelden in haar huis is te vinden. Liever brengt ze haar tijd in de bus door, vooral in Nördlingen met bezienswaardigheden, wandelpaden, supermarkten en stroom en water onder handbereik. Ze wenst ons op onze verkenningstocht veel plezier toe en dat hebben we!

Nog maar net via een van de stadspoorten het centrum binnengekomen, belanden we in een Italiaanse horecagelegenheid met een grand-café-achtige uitstraling. We worden hartelijk ontvangen door de Italiaanse eigenaar en ook de gasten die allemaal van Italiaanse afkomst blijken te zijn, groeten ons vriendelijk. Heerlijk om eindelijk weer de taal te horen van mijn lievelingsland, dat zoveel muzikaler klinkt dan het Duits. En ook heel fijn te genieten van de typische Italiaanse delicatessen. Van de weeromstuit neem ik een tiramisu bij mijn thee. Heerlijk!

Helemaal voldaan beginnen we aan de stadswandeling die voor het grootste gedeelte over de omgang van de hoge stadsmuur uit 1327 gaat en met vijf poorten en poorttorens, elf losse torens en twee bastions in zijn totaliteit bewaard is gebleven. Daarna is het de beurt aan de laatgotische Georgskirche, gebouwd tussen 1427 en 1505, met de eerder genoemde Daniëltoren het herkenningspunt van de stad. Wat binnen opvalt zijn de stenen spreekstoel, de houten koorbanken uit de late middeleeuwen met gebeeldhouwde dieren- en mensenhoofden en mythische wezens, en de talrijke grafschriften en dodenschilden op de zijwanden die getuigen van het verleden van Nördlingen als rijke burgerlijke handelsstad. Dan zijn er nog drie orgels, waarvan niet het hoofdorgel het mooiste is maar het zijorgel achter het Renaissance-vooruitzicht uit 1610. Alweer een juweeltje onder de kerken.

Opnieuw hongerig geworden eten we een verse goulashsoep bij een hotel c.q. Konditorei. We merken dat de coronaregels voor o.a. de horeca opnieuw zijn aangescherpt. 2G (ingeënt of genezen) is vervangen door 2G plus, met aanvullende voorschriften waaronder een test, of nog liever door drie vaccinaties. We zijn blij dat we de boosterprik binnen hebben. Na een rondje over de Rübenmarkt met de Kriegerbrunnen, een Jugendstilbouwwerk uit 1902, waar ook supermarkt Norma is gevestigd voor de inkoop van melk en broodjes, lopen we terug naar de camper die vandaag dus in een van de grootste kraters van Europa staat. Dat is zelfs voor ons huisje, dat inmiddels aan heel wat aparte plaatsen gewend is, toch ook weer een interessante aanvulling.

Commentaren: 1
  • #1

    Joke Ket (vrijdag, 14 januari 2022 23:08)

    Steeds weer leuk om je verhalen te lezen Connie.

65. van herfst- naar winterromantiek

Het is niet de eerste keer dat we op een camperplaats naast een kuurpark staan. Zo ook in Bad Neustadt an der Saale, aan de voet van de Beierse Rhön. Alle klinieken en revalidatiecentra, het medische verzorgingscentrum, het gezondheidscentrum en wellnessfaciliteiten liggen op loopafstand van elkaar. Daarnaast biedt het wellness- en avonturenbad Triamare (ook op loopafstand) een goed uitgeruste sauna en een mooi zwembad met duiktoren en glijbaan. Een zweefvliegveld, tennisbanen, outdoor fitnessapparatuur, een blotevoetenpad, drie verschillende natuurpaden en een Nordic Walking-centrum ronden de sport- en vrijetijdsactiviteiten af. Daarom des te spijtiger dat wij niet zoveel hebben met sport en wellness, want voor iedere liefhebber moet dit toch een waar walhalla zijn. En wat ook heel jammer is, is dat er geen sneeuw ligt in Bad Neustadt. De hele weg ernaartoe reden we door een witte winterwereld die ineens vlak voor de plaats van bestemming groen kleurde.

Toch voelen wij ons er direct thuis. We staan midden in een natuurgebied en ook het centrum ligt dichtbij. De middeleeuwse stadsmuur is zeer goed bewaard gebleven en omringt de oude stad in de vorm van een hart van ruim anderhalve kilometer. Een bijzonder gezicht zijn de drie slanke verdedigingstorens en de 34 meter hoge poort, de Hohntor, tevens herkenningspunt van de stad. Slot Salzburg, dat boven de stad uit torent en uit zeven onafhankelijke kleine kastelen bestaat, zien wij in eerste instantie over het hoofd omdat deze pal boven de camperplaats ligt en alleen vanuit de verte zichtbaar is.

Het centrum, dat wordt getypeerd als een typisch Frankische oude stad oogt wat saai. Eigenlijk is de ijsbaan midden op het plein het enige dat leven in de stad brengt, hoewel de wandeling over de stadsmuur en de bezichtiging van de Maria-Hemelvaartkerk veel goedmaakt. Het eenvoudige witte interieur van de kerk met de Korinthische zuilen verrast me, evenals het ronde koor dat wordt benadrukt door de ronde kolompositie en het koepelachtige plafondgewelf.

Op de terugweg door het Kurpark, waarbij we de heftig kolkende en snelstromende Saale, een zijrivier van de Elbe, oversteken, zijn we plots wat huiverig over onze camperplaats. Het terrein is glooiend en wij hebben de camper vanwege het mooie uitzicht geparkeerd op het laagste punt aan de rand van het terrein. We zien dat sommige wandelpaden onder water staan en ons huisje bevindt zich niet ver van die overstromingen af. Als het dan ook nog ineens begint te sneeuwen, zijn we bang dat het waterpeil nog meer zal stijgen en wij straks een drijvend huisje hebben. Dus voor de zekerheid verkassen we naar een wat hoger gelegen deel, waar 's avonds een gespierde man in T-shirt op de deur klopt. Hij is van de inentings- en betaalinspectie en is speciaal met de auto het terrein opgereden om ons als enige aanwezige campergasten te controleren. Gelukkig kunnen we hem op beide fronten geruststellen.

De volgende dag is het 6 januari en viert heel Duitsland Drie Koningen. Alle winkels en horecagelegenheden zijn gesloten, behalve een Grieks restaurant waar we een heerlijke maaltijd verorberen. De nacht wordt koud en kweekt een laag rijp. Wij willen graag de route van de Romantische Strasse hervatten die we in de herfst vanwege het halen van de griepprik in Nederland hebben afgebroken. Zo gemakkelijk als het toen verliep, zal het nu niet gaan. Bij vorst zit er weinig anders op dan dat we ons laten leiden door begaanbare wegen, werkende sanizuilen en aanwezige stroompalen.

Dinkelsbühl was de laatste stad die we afgelopen najaar hebben bezocht en dus zullen we daar net ergens voorbij opnieuw moeten instappen. Neresheim, dat ligt aan de voet van de Zwabische Jura, lijkt een goede keuze. Op weg ernaartoe rijden we door forse sneeuwbuien met mistige dalen, maar net als bij Bad Neustadt houden deze op als we in Neresheim arriveren. Ditmaal staan we weer eens op een gratis plek met uitzicht op een openluchtspoorwegmuseum en daarboven het abdijcomplex. 's Nachts sneeuwt het onophoudelijk en als de volgende morgen om een uur of elf de zon gaat schijnen, leggen wij vol bewondering over het omringende landschap en het besneeuwde stadje die ene kilometer af die ons huisje scheidt van de witte abdij die zich zo uitnodigend aftekent tegen de blauwe hemel.

In 1095 stichtten graaf Hartmann van Dillingen en zijn vrouw Adelheid het koorherensticht Sankt Ulrich und Afra, dat al snel in een benedictijnenabdij werd omgezet, behorend binnen het Heilige Roomse Rijk. Nu ligt de abdij direct aan de Jacobswegroute en kun je er overnachten. Het interieur van het klooster is eenvoudig. Dit in tegenstelling tot de kerk, ontworpen door Johann Balthasar Neumann, een Duitse barok- en rococo architect. De bouw van deze meer dan imposante kloosterkerk is tussen 1699 en 1714 gerealiseerd en is - nu met de sneeuw - van binnen net zo wit als van buiten. Werkelijk een prachtig gebouw en binnen misschien wel het meest indrukwekkend van alle kerken die ik tot nu toe heb bezocht. Zo veel ruimte dat het bij een lichte fluistering al echoot. Wij zijn er als enige bezoeker en aanschouwen nederig de plafondschilderingen van de Tiroolse kerkschilder Martin Knoller. Met een oppervlakte van meer dan 700 vierkante meter is het koepelfresco in de 18e eeuw de grootste in zijn soort. Het lijkt alsof de hemel zich voor ons opent. En ook het gigantische orgel van de Duitse orgelbouwer Johann Nepomuk Holzhay, dat het midden houdt tussen hoogbarok en classicisme, sluit door de onderverdeling in diverse witte behuizingen mooi aan bij de rest van het interieur. In alle weelde is de inrichting vrij schaars te noemen. Er staan relatief weinig kerkbanken met halverwege een eenvoudige tafel waar volgens mij normaliter de missen worden opgedragen. Erachter ligt een groot leeg cirkelvormig plein, waar het altaar op aansluit. Een opvallend contrast met de vele barokke elementen.

Al met al is het abdijcomplex een plaats waar je terstond stil valt en wat mij betreft, zo midden in de sneeuw, op en top winterromantiek en daarom onbegrijpelijk dat Neresheim geen deel uitmaakt van de Romantische Strasse. Misschien dat deze blog daar verandering in kan brengen?

Commentaren: 1
  • #1

    Sophie (maandag, 10 januari 2022 17:12)

    Inderdaad Connie, deze abdij verdient een plek in het parcours. Wie weet pakt iemand je suggestie op!

64. Middeleeuwse wandeling en prehistorische rotsen

De tweede januaridag in Blomberg verloopt heel wat natter en kouder dan de dag ervoor. Bovendien staat er een behoorlijke wind die wij uiteraard trotseren voor een wandeltocht door het plaatsje. De rond 1250 gebouwde stad is een echt juweeltje. Nauwe steegjes, vakwerkhuizen versierd met gebeeldhouwde rozetten, een middeleeuwse burcht, romantische wandelpaden en een in de 16e eeuw gebouwde stadspoort wisselen elkaar af. Het hoogtepunt van Blomberg staat aan de Marktplatz: het in 1587 gebouwde Rathaus in de stijl van de Wezerrenaissance. Deze stijl combineert kenmerkende elementen, zoals rijkelijk versierde gevels van de Italiaanse renaissance met die van de West-Europese renaissance. Links voor het Rathaus staat de schandpaal. En dan is er ook nog de Martinitoren, de toren van de vroegere kerk St Martin, die - naast enkele delen van de burcht en de stadsmuur - het enige gebouw is dat bij de verwoesting van Blomberg tijdens de Soester vete in 1447 geen schade opliep.

De volgende dag maken we een uitstapje naar Externsteine, dat net als het Hermannsdenkmal, een tip is van Rienks broer die het grootste gedeelte van zijn leven in Duitsland woont. Door hem zijn we al op tal van interessante plekken terechtgekomen. De Externsteine vormen een formatie van enkele lange zandstenen die abrupt uit het heuvelachtige landschap oprijzen. Ze zijn ontstaan in het geologische tijdperk Krijt, ongeveer 120 miljoen jaar geleden. Behalve een natuurmonument zijn de Externsteine mogelijk van religieuze of cultureel geschiedkundige waarde. In de 12de eeuw werd volgens een inscriptie een grot in de westelijke rots als kerk ingewijd door de bisschop van Paderborn. Links naast de ingang van die grot bevindt zich een reliëf van de kruisafname van Jezus. Dit is het oudst bewaarde stenen beeld van Duitsland. Kortom, een interessante plaats die in de belangstelling staat van druïden, esoterici, moderne heksen, en Keltische en Germaanse geloofsgemeenschappen die er de zonnewendefeesten vieren en de Germaanse goden vereren. Nationaalsocialisten interesseren zich om andere redenen voor de Externsteine; zij zoeken naar gegevens die bewijzen dat er voor de vroege beschavingen in het Middellandse Zeegebied al hoge culturen in het noorden waren. In 1935 dacht men er de Irminsul te hebben gevonden. Dit was een belangrijk heiligdom voor de Saksen van de achtste eeuw na Christus met vermoedelijk grote symbolische betekenis. Om deze reden worden er bij de Externsteine regelmatig samenkomsten gehouden door personen die er neofascistische interesses op na houden.

We hebben dan ook hoge verwachtingen van deze bezienswaardigheid die - zoals wel vaker bij hoge verwachtingen gebeurt - in de praktijk een beetje tegenvallen. Zo ziet het parkeerterrein er slecht onderhouden uit met over de toegangsweg woekerende takken en met mos begroeide en verkleurde verkeersborden. Een van de apparaten waar je een parkeerkaartje moet trekken doet het niet en als we net zijn uitgestapt worden we opgewacht door een zwerver die een papiertje voor onze neus houdt waarop in het Engels staat dat hij geld nodig heeft. Direct om de hoek, na het passeren van toiletten, parkeerkassa's, speeltuin en restaurant, zien we de rotsen liggen met daarbij alweer een kassa. In, tussen en rond en het gesteente zijn namelijk trappen aangebracht en helemaal bovenin zelfs een grappig vormgegeven bruggetje tussen twee rotspunten in die voor het betreden ervan moeten worden betaald. Omdat de kassa is gesloten en één trap gewoon bereikbaar is, wagen we de tocht naar boven, waarbij we halverwege op een afsluiting stuiten en we onverhoopt de afdaling in omgekeerde richting moeten aangaan. Een en ander strookt niet met de verwachting die wij hadden van een bezoek aan een natuurverschijnsel in de publieke ruimte van het Teutoburgerwoud. Nee, dan kiezen wij toch liever voor de wandeling door Blomberg dat zonder kassa's en toeristische attracties gewoon zichzelf is gebleven, maar misschien dat dit ook ooit nog eens gaat veranderen tegen de tijd dat deze stad net zo oud is als de rotsen van Externsteine.

Commentaren: 0

63. JAARWISSELING EN ANJERS

Geen oliebollen tijdens de jaarwisseling in Duitsland. Wel allerlei soorten Berliner bollen en zogeheten Mutzen, een klein soort oliebolvariant. Op deze laatste dag van het jaar slenteren we door Herford en vertoeven een poosje op de Münsterkirchplatz met - hoe kan het ook anders - de Munster van Herford, de oudste en grootste kerk van de stad. Samen met twee andere historische kerkgebouwen, de Sint-Johanneskerk en de Sint-Jacobikerk, vormt de Munsterkerk de protestantse kerkgemeente. Binnen doet het bijna huiselijk gezellig aan met meerdere verlichte Kerstbomen en een Kerststal.

Rond het plein staan verscheidene mooie gebouwen, zoals dat van de Volkshochschule en het cantorhuis, een van de oudste nog bewaard gebleven vakwerkhuizen van Westfalen. Het cantorhuis werd gebouwd tussen 1448 en 1494. Het heeft een poosje dienst gedaan als school en is nog altijd de residentie van de cantor van de kathedraal. Op ongeveer honderd meter ervandaan bevindt zich het lichtgele/witte Rathaus. Een drievleugelig neobarok gebouw dat veel weg heeft van een kasteel. Het stadhuis is ontworpen door Leonard Kanold en levert een belangrijke bijdrage aan de architectuur van het begin van de 20e eeuw. Bovendien vormt het gebouwencomplex een stedelijk ensemble met de markthal die van 1914 tot 1916 als het zuidelijke uiteinde van het raads- en marktforum is gebouwd.

Wij luiden 2021 rond het middaguur uit met een heerlijke maaltijd op de Alter Markt met het zicht op de grote Kerstboom midden op het plein. Na die tijd is er met dichte winkels en horeca niets meer in de stad te beleven en trekken we ons terug in de camper om er even na middernacht te genieten van het vuurwerk dat ondanks het verbod toch veelvuldig wordt afgeschoten.

2022 begint als een jaar vol beloftes, stil en zacht, zonder een enkel briesje wind en de abnormaal hoge temperatuur van vijftien graden. Wij maken er gelijk een leuke dag van met een uitstapje naar het Hermannsdenkmal, vlak bij Detmold. Dit kolossale monument werd gebouwd van 1838 tot 1875 naar een ontwerp van Ernst von Bandel. Met een totale hoogte van meer dan 53 meter is het 't hoogste standbeeld van Duitsland en totdat het Vrijheidsbeeld er kwam zelfs het hoogste standbeeld in de Westerse wereld. Het Hermannsdenkmal verwijst naar de Slag bij het Teutoburgerwoud en het verhaal van Hermann der Cherusker die leefde van het jaar18 voor Christus tot 19 na Christus. Als Arminius stond hij aan het hoofd van een verbond van de Germaanse stammen dat erin slaagde de Romeinen een vernietigende slag toe te brengen; en dat terwijl hij een tijdlang als officier in het Romeinse leger had gediend.

Na de bezichtiging van het standbeeld gaan we door naar de camperplaats in Blomberg, dat de bijnaam 'die Nelkenstadt' (Anjerstad) heeft en ook hier hangt een bijzonder verhaal aan vast. In de tweede helft van de negentiende eeuw werden er meer dan 1500 anjersoorten ontwikkeld. De kassen en bloemperken trokken veel bezoekers uit binnen- en buitenland en ook de prins en prinses zur Lippe bezochten jaarlijks de bloeiende bloemen.

 

De anjerteelt was niet alleen bekend in Lippe, maar in heel Europa - er zijn productcatalogi voor de anjerzaden in het Duits, Engels en Frans. Het abrupte einde volgde met het begin van de Eerste Wereldoorlog, waarna er nog maar een paar honderd variëteiten over waren. Tegenwoordig vertegenwoordigt de Anjerkoningin Blomberg in heel Duitsland op tal van beurzen en evenementen en is er een tweejaarlijks Anjerfeest in de stad. Ook Prins Bernhard van Lippe-Biesterfeld, de voormalige Prins der Nederlanden en prins-gemaal van koningin Juliana, was een groot bewonderaar van deze bloem. Zijn handelsmerk werd een witte anjer in het knoopsgat en dat is nog steeds het beeldmerk van het Prins Bernhard Cultuurfonds. Geboren in de streek rond Blomberg opende Bernhard er de Anjerschool en de Bernhardschool. Wij nuttigen er onze Nieuwjaarsmaaltijd in een Italiaans restaurant.

Commentaren: 0

62. ONEINDIG LIJKEND

Het is ons al vaker overkomen dat we onderweg naar een camperplaats plotseling halverwege blijven steken en op een heel andere plek terechtkomen. Zo ook deze keer. We zijn op weg naar Herford met een tussenstop in Nordhorn voor een nieuwe gasfles. Het is al een beetje laat en de druilerige dag voorspelt een vroege intrede van de duisternis. Als bij de benzinepomp ons gasmerk ook nog niet eens op voorraad blijkt te zijn, besluiten we naar de camperplaats in Nordhorn te gaan, dat ligt aan de Vechtesee. Als ik bij dit meer ga kijken, wacht me een verrassing. In het ernaast gelegen fietspad, dat naar het centrum leidt, herken ik al gauw hetzelfde pad dat we afgelopen zomer vanuit De Lutte in Nederland hebben gefietst voor een bezoek aan Nordhorn. Ik vind het altijd heel apart hoe afzonderlijk bezochte stukjes van een stad soms als een puzzel in elkaar blijken te vallen. Via het pad loop ik door naar de Alte Weberei die ik vorige keer heb gemist. Interessant om te zien hoe de oorsprong van Nordhorn als weverijstad eruitziet.

De dag erop gaan we samen het centrum in en zijn we getuige van het opruimen van de Kerstmarkt. Vreemd hoe het er desondanks toch veel gezelliger aan doet dan afgelopen zomer. Na de wandeling brengen we een regenachtige middag door in de camper zonder noemenswaardige gebeurtenissen behalve dat een lesauto zeker een halfuur lang rondjes draait op het tegenoverliggende parkeerveld en een satellietschotel op een schuin voor ons staande camper dit draairecord probeert te overtreffen, wat overigens ruimschoots lukt. Af en toe verschijnt een hoofd en arm van de camperende man door het dakraampje om de schotel te sturen. Telkens tevergeefs, net als de herhaaldelijke pogingen vanaf de grond buiten met afstandsbediening, totdat de man het opgeeft en de schotel inklapt. Ondertussen speelt een opa frisbee met zijn kleinkinderen.

Voor de jaarwisseling valt de keuze op een camperplaats in Herford, recht tegenover het zwemparadijs H2O. Geen mooie plaats, maar wel veilig uitgerust met camera's en tientallen straatlantaarns. De camperplaats is een apart gedeelte van drie gigantische parkeerterreinen, bedoeld voor het zwembad. Het is er megadruk. De opgezette tent als coronatestlocatie lijkt dan ook geen overbodige luxe.

Naar het centrum is het anderhalve kilometer lopen langs de rivier de Werre die vlak bij de Altstadt overgaat in vijf kleine watervalletjes. En dan, wat een verrassing, belanden we bijna een week na Kerstmis andermaal op een Kerstmarkt, en wel een heel bijzondere deze keer. Eentje met veel aandacht voor kinderen. Ze kunnen er niet alleen rijden op een pony, maar op de Ganzenmarkt is een apart gedeelte voor hen ingericht met houten huisjes waarin sprookjes worden uitgebeeld. Met een druk op een knop kun je de bijbehorende tekst beluisteren, net zoals in pretpark De Efteling.

Op de warmste Oudjaar aller tijden komt er een einde aan de Kerstmarkt. Houten blokhutten worden met opleggers weggereden. Kerstversiering en grote Kerstbomen blijven. Ongekend hoe lang de Duitsers de Kerst proberen vast te houden met de Kerstmarkt als oneindig lijkende duurzaamheid. In sommige plaatsen eindigt de Kerstmarkt pas op 9 januari, terwijl deze al vanaf begin of half november van start ging. Als wandeleindpunt hebben we het museum MARTa voor ogen. M staat voor meubels en museum, ART voor kunst, en de laatste a voor 'ambiance'. Het museum staat in het teken van hedendaagse kunst, design en architectuur. Het gebouw is ontworpen door Frank Gehry, dezelfde architect van het Guggenheim in Bilbao; en het is dan ook een kleine kopie hiervan, met dit verschil dat MARTa is gemaakt van rode klinkers, glas en roestvrijstaal. Buiten het museum staat het meerdelige werk van de Italiaanse Arte povera-kunstenaar Luciano Fabro als hommage aan het speelse en poëtische karakter van kunst. Een hoog gepolijste, zilverachtige, glanzende roestvrijstalen bol, waarin de omgeving wordt weerspiegeld. Het markeert tevens het einde van de tekstlus van het Rilke-gedicht 'The Ball', dat vanaf de ingang van het museumcomplex naar de rotonde op de Schillerplatz voert. Een kunstwerk dat nog net iets oneindiger is dan de Duitse Kerstmarkt.

Commentaren: 0

61. Atelier en kersthuisje

De eerste dag van ons tweede jaar in de camper begint minder leuk dan we hadden gewild. De bedoeling was met de Kerst diep in ZO-Duitsland te verblijven, midden tussen de Alpen. De werkelijkheid is dat we bij het WTC Leeuwarden in de wacht zitten voor een boosterprik. Voor ons de eerste keer dat we deel uitmaken van zo'n groot opgezette en goed georganiseerde priklocatie. Een heel verschil met de twee voorafgaande keren bij de huisartsenpraktijk waar het zo rustig was, dat de dokter ons met een mond vol taart wenkte naderbij te komen. Zowel het groot- als het kleinschalige heeft wel iets en ach, het resultaat is natuurlijk hetzelfde en word ik deze keer net zo ziek als de eerste keer. Mijn spieren zijn klaarblijkelijk niet geschapen voor deze onschuldig ogende doorzichtige vaccinatievloeistof.

Twee dagen later - op 24 december - is het leed geleden en kijken we elkaar gelijktijdig aan met een blik van wat doen we hier nog? We zijn in het veredelde atelier in Molkwerum. De was is gedaan, het kersteten gekookt en gebraden en ik ben weer een stuk verder gekomen met mijn 'Zoektocht'-project, een werk van twee bij twee meter waarbij ik alle schilderijen uit mijn beginperiode als kunstenaar aan elkaar naai, waardoor een interessant overzicht ontstaat van verschillende stijlen, uitvoeringen en materialen. De inrichting van het huis is gesitueerd rond de kunst, wat wil zeggen dat de meeste ruimte wordt ingenomen door gemaakte en nog te maken werken plus materialen, dat daardoor de uitstraling van een klein pakhuis heeft. Eromheen bevinden zich een bijkeuken c.q. fietshok met wasmachine en oven, een keuken; beide vertrekken voorzien van een betonnen vloer. De rest van het huis heeft kale houten planken met in de grootste ruimte het atelier en een klein zithoekje met ons grote beeldscherm waar we bij thuiskomst genieten van de onderweg gemaakte foto's. Verder is er nog een lekkere warme douche, een slaapkamer en een piepklein werkkamertje voor Rienk en niet te vergeten een prachtige dorpsligging met het IJsselmeer op loopafstand en de bossen op fietsafstand. Omdat we niet veel in Molkwerum zijn, hebben we nog niet de behoefte gevoeld het huis echt aan te kleden met vloerbedekking, behang of muurverf. Doordat er niets op de vloeren ligt, trekt de vochtige koude lucht omhoog; iets waarvan we in de zomermaanden geen weet hebben maar dat in de winter toch een stuk onaangenamer aanvoelt.

We hebben nooit veel tijd nodig om over te schakelen. Met de gewassen kleren in de sporttassen en het klaargemaakte eten in plastic zakjes gaat het op naar de camper die bij een boerderij even buiten het dorp staat. In het aangrenzende weiland staan twee hertjes die ons uitgeleide doen. Nadat we langs de supermarkt zijn geweest, kan het avontuur weer beginnen. We gaan naar Lhee, vlak bij Dwingeloo, naar dezelfde camperplaats waar we een jaar geleden met ons camperleven zijn begonnen. De rit op Kerstavond is adembenemend mooi. Overal lichtjes die naarmate de schemer vordert steeds feller en meer worden. Lieflijke boerderijtjes, stallen, hekken, heggen, bomen, struiken en bruggen; alles is versierd. Op de camperplaats is het in het donker even zoeken, maar bijna direct staat de vriendelijke camperbaas paraat die ons nog kent van de drie vorige keren dat wij hier stonden, en die ons op eerste Kerstochtend verblijd met twee warme croissantjes in de camper.

In Lhee hebben we al veel weertypes meegemaakt: eindeloze regenbuien, dikke pakken sneeuw, druilerige ijzel en orkaanachtige storm, maar de zon hebben we er nog nooit gezien. Des te verrassender dat juist op Kerst een overdadige zonneschijn ons Kersthuisje verwarmt. Met de kachel als ondersteuning hebben we het zo comfortabel dat we de deur met buitentemperaturen schommelend tussen de min drie en min tien graden niet uitkomen. Wat dat betreft hadden we om het even welke plek kunnen staan, want het enige waarmee we ons bezighouden is lezen, computeren en breien en tussendoor natuurlijk lekker eten en wat snoeperijen. Kerstmuziek- en film vullen ons genot verder aan en in deze heerlijk ontspannen ambiance ontvangen wij de visite per mail, app en beeldbellen. Zo relaxed hadden we het niet vaak.

Overigens zijn we niet de enigen die in de camper zijn vast geplakt. Buiten is het met de snijdende wind echt te koud om eropuit te gaan. Op tweede Kerstdag voelt het iets aangenamer aan, zodat iedereen zich dan even buiten waagt voor een korte wandeling over de Dwingelervelden. Bovendien komen er nog zo'n tien campers bij met camperaars die elkaar lijken te kennen. In feestelijke kleding, met een kop koffie in de hand en sigaret in de mond, klitten ze samen - de kou dapper trotserend. De camperplaats is tot leven gekomen en de honden raken verstrikt in elkaars riem.

De zon laat zich nog even van haar beste kant zien. De volgende ochtend treedt met de komst van ijzel de dooi in en hangt de mist over de stoppelvelden. Voor ons een teken dat we moeten vertrekken. Zodra de gladdigheid is verdwenen zetten we koers naar Duitsland. Naar Nordhorn om precies te zijn, waar we ons nestelen op een camperplaats bij de Vechtesee. Ons kersthuisje voelt zich overal thuis.

Commentaren: 0

60. Het jaartje rond

Waren we in de middag nog heel blij met de versoepelingen in de deelstaat Beieren en zaten we heerlijk ontspannen in een Konditorei met een kop warme chocolademelk en een Streuchelkuchen voor onze neus, die avond vergaat de pret subiet bij het zien van de persconferentie, waarin de urgentie van een boosterprik in de strijd tegen de Omikronvariant rauw op ons dak valt. Onze laatste vaccinatie was op 19 juni en we dachten nog maximaal drie maanden te hebben voordat we ons in Nederland moeten laten boosteren. Nu proberen we als eerste de boostervaccinatie in Duitsland te verkrijgen. De burgemeester uit Hinternah tipte ons om bij een Rathaus te informeren en dat doen we in Amberg, waar we op dit moment staan. En wel per mail, waarop een ambtenaar ons een aantal links van sites toestuurt waarmee we aan de slag kunnen. Het duurt even, voordat we alle formulieren hebben doorlopen en uiteindelijk groen licht krijgen voor een afspraak in een vaccinatiecentrum in een schoolgebouw in de buurt. Dat dit lukt, komt doordat we de postcode van de camperplaats hebben doorgegeven, omdat onze eigen Nederlandse postcode niet door het systeem kwam. Je kunt je dus afvragen in hoeverre de gemaakte afspraak betrouwbaar genoeg is om op de aangegeven datum daadwerkelijk te worden geprikt. Wij hebben er in ieder geval geen waterdicht gevoel bij en al helemaal niet als alleen ik een afspraakbevestiging krijg doorgemaild en Rienk niet. Bovendien is de afspraak pas over een week en wat als dit min of meer illegaal verkregen privilege ongeldig is, dan moeten we nog langer wachten, terwijl wij als Astra Zeneca-geprikten volgens de geleerden geen enkele bescherming hebben tegen de zich razendsnel verspreidende coronavariant. Dit alles in ogenschouw nemend, willen we slechts nog één ding: terug naar Nederland, waar we na een online aanmelding in Leeuwarden zelfs nog een dag eerder terecht kunnen dan in Amberg.

Op de terugweg doen we als eerste Fulda aan, waar we op een verrassing stuiten: een heel grote Kerstmarkt. In de deelstaat Hessen kan dit blijkbaar. Wel moet iedereen een medisch mondkapje voor en als je iets bij een kraampje koopt zijn QR-code en legitimatie verplicht, maar toch. De markt is niet druk, waarschijnlijk doordat de helft van de Duitsers die niet is gevaccineerd of genezen, wordt buitengesloten. De regels zijn hier heel streng en er wordt consciëntieus gecontroleerd. Daar waar twee weken geleden in Paderborn de Sicherheitsdienst en Polizei willekeurig verifieerden op 2G, staat in Fulda bij elk kraampje een bordje dat je niets kunt kopen zonder 2G en legimitatie. En mogen mensen daar boos over worden en bijvoorbeeld plannen hebben om met hun auto in te rijden op degenen aan wie wel toegang wordt verleend, dan komen zij bedrogen uit. Alle toegangswegen zijn stevig gebarricadeerd.

De tweede tussenstop is in Paderborn en ook daar is de Kerstmarkt nog altijd in volle gang maar oogt voor ons te druk, zodat we kiezen voor een wandeling langs de Pader, de kortste rivier van Duitsland die met stroomversnellingen en watervalletjes midden door Paderborn meandert. Wij staan - net als op de heenweg - op de mixparking naast het Paderborner Weihnachtscircus. Na een lang opbouwtraject worden vandaag de eerste twee voorstellingen gespeeld. Voor de ingang staat een korte rij mensen, waarschijnlijk vanwege corona toch wat minder animo. Wij durven er in ieder geval niet naartoe en luisteren in onze camper naar de muziek die uit de tent schalt.

En dan is het een paar dagen later ineens 21 december 2021 en zijn wij alweer een jaar onderweg met ons huisje c.q. atelier op wielen. Begonnen en geëindigd in Nederland, alle twee de keren midden in een lockdown met nog altijd de angst voor corona, maar deze keer gelukkig tweemaal ingeënt en met het vooruitzicht op een boosterprik. Het was een jaar vol uitdagingen, want niet alleen corona speelde ons parten, maar er waren ook barre weersomstandigheden waarop we adequaat moesten inspelen. Belangrijke vragen in het winterseizoen zijn: is de volgende camperplaats geopend, wanneer gaat het vriezen, zijn de wegen begaanbaar, hebben we genoeg gas en waar is gas van ons merk verkrijgbaar, is er een sanistation en zo ja is dat niet afgesloten, kunnen we het cassettetoilet legen, zijn er stroompalen, hebben we genoeg muntjes voor parkeerautomaten, elektriciteits- en sanizuilen? In de zomer spelen weer andere dingen, zoals schaduwrijke en zonnige plaatsen, volle camperplaatsen en campings, laaghangende takken, voldoende ruimte om de luifel uit te zetten, de aanschaf van een ventilator. En het hele jaar door de steeds terugkerende vraag: waar kunnen we onze kleding wassen?

Het was een jaar van wennen, genieten, lekker eten en drinken, én van inzicht. Zo was het ook zoeken naar een goede thuisbasis met een werk- en opslagruimte zonder schimmel en riooloverlast. Al deze uitdagingen zijn we aangegaan,zodat we nu met een gerust hart kunnen zeggen dat ons leven in balans is zonder dat het maar één dag saai is. We hebben beiden onze draai gevonden en wisselen noodzakelijke bezigheden af met rijden, lezen, computeren en het ontdekken en genieten van nieuwe gebieden, wandelend of fietsend. Aanvullend teken, schilder, schrijf en fotografeer ik en bereid ik nieuwe exposities voor. We zijn meer dan tevreden en de jaarevaluatie heeft dan ook als uitslag: vooral doorgaan met waarmee we bezig zijn!

Commentaren: 3
  • #3

    Sophie (donderdag, 23 december 2021 18:48)

    Ik hoop vooral dat jullie weer snel op ontdekkingsreis gaan. Heerlijk al die foto's en verhalen.
    Fijne feestdagen voor jullie en een goed begin van 2022!

  • #2

    Ellie Schmitz (woensdag, 22 december 2021 19:31)

    Wat heerlijk dat jullie zo positief zijn over het afgelopen jaar en vooral zo door willen gaan, het lijkt mij trouwens enig, vooral de vrijheid! Geniet maar lekker samen! Mooie kerstdagen ook toegewenst en veel geluk en plezier in het nieuwe jaar!

  • #1

    Jacqueline Schop (dinsdag, 21 december 2021 19:03)

    Alle goeds voor 2022�

59. Per deelstaat wisselende coronaregels

Schleusingen: we waren er tot twee keer toe naar op weg en bleven allebei de keren steken, en wel in respectievelijk Gotha en Hinternah; de laatste plaats slechts drie kilometer van Schleusingen af. Daarom een goede reden om er nu op de fiets heen te gaan, hoewel het ijzig koud is. Door een besneeuwd landschap rijden we langs het riviertje Nahe, dat zo snel stroomt dat eenden er geen kans krijgen om te zwemmen. Zij worden door het koude water meegesleurd alsof ze zich in een wildwaterbaan bevinden.

We komen de stad binnen bij Slot Bertholdsburg, een getuigenis van de dynastie van de Graven von Henneberg die lang Zuid-Thüringen beheerste. Het koningshuis van België stamt er nog van af. Nu is in de Bertholdsburg een natuurhistorisch museum gevestigd met een verzameling fossielen, mineralen en (half)edelstenen, en bovendien een klein deel gewijd aan de lokale regionale geschiedenis met aandacht voor het ontstaan van de deelstaat Thüringen en het Thüringerwald. Vlak naast het museum staat de St. Johanniskirche.

Het centrum van Schleusingen is niet groot. Behalve het slot en de kerk is er een plein met daaromheen enkele winkeltjes waaronder het Stadtcafé waar wij soep en taart eten met zicht op een plein. Het is stil buiten. De uitbaatster vertelt dat de coronaregels in Thüringen en de ernaast liggende deelstaat Sachsen weer zijn aangescherpt. Over twee dagen moeten ze als horecagelegenheid opnieuw hun deuren sluiten. De Mac Donald's loopt op dit besluit alvast vooruit en heeft alle tafeltjes en stoeltjes afgezet met rood-wit lint. Buiten, om het gebouw heen, zien we verschillende mensen staan eten, de meesten naast hun auto.

Na ons te hebben gelaafd aan de lekkernijen van het Stadtcafé halen we wat boodschappen bij Nahkauf, een lokale supermarkt die producten verkoopt van de keten Rewe en gaan dan door de snijdende kou terug naar ons warme huisje op wielen naast de kerstboom in Hinternah, waar we onszelf trakteren op Eierlikör en Reibekuchen, specialiteiten die we anders op de kerstmarkt hadden gekocht.

Na negen dagen in Hinternah te hebben gestaan, wordt het weer eens tijd om verder te trekken met als eerste bestemming Auerbach in der Oberpfalz. Onderweg passeren we de voormalige grens tussen Oost en West en komen in Beieren terecht, waar de coronaregels minder streng zijn. Auberbach lijkt een gezellig plaatsje met in het centrum de camperplaats, maar wanneer we daar aankomen is het terrein afgesloten. Gelukkig blijkt er nog een andere camperplaats te zijn, boven in de heuvels en zo'n vier kilometer vanaf het centrum. Wanneer we daar ons huisje hebben geparkeerd en we het terrein verkennen, stapt een nukkige man uit zijn woning. Hij zegt gesloten te zijn, maar zienderogen (voor zover je dat kunt zeggen van een persoon met staar die op de nominatie staat geopereerd te worden) verandert hij in een zeer sympathieke en komische man, van wie we een nacht mogen blijven staan en die ons zeer behulpzaam is bij het uitrollen van kabels voor de stroom. Als restauranthouder biedt hij zelfs aan om voor ons te koken, hoewel hij vakantie heeft en het restaurant eveneens is gesloten. Al pratende weg vertrouwt hij ons toe dat hij net uit zijn dutje op de bank kwam, wat zijn nukkigheid zou kunnen verklaren. Hij is erg gebrand op hoe wij hem hebben gevonden en welke weg we hebben afgelegd om bij hem te komen. Dat is belangrijk voor hem, omdat hij in de clinch ligt met de burgemeester die hem niet van dienst wil zijn met een goede bewegwijzering, omdat de camperplaats c.q. het restaurant door hem als oneigenlijke concurrentie worden beschouwd.

Hoe het ook zij, wij staan er prachtig. Opnieuw helemaal alleen, en niet 'eindelijk met buren' zoals een goede bekende van mij enthousiast op facebook schreef na het zien van mijn foto's. De naast ons geparkeerde camper is gestald door een vriend van de camperbaas die hem zojuist heeft gekocht van een 92-jarige man die er tot voor kort nog altijd met zijn woonmobiel erop uittrok maar er de laatste jaren na de dood van zijn vrouw niet zoveel lol meer in had. Nou, dat moet echt een diehard zijn geweest. Wij zouden er in ieder geval voor tekenen over dertig jaar nog steeds zo op pad te zijn als nu.

En dan wordt het na vier weken ook weer eens tijd voor de was. In Amberg zit een wasserette, zodat de reis daarheen gaat. De camperplaats langs het riviertje Vils is van alle gemakken voorzien en ligt net buiten de stadsmuren. Na gedane arbeid, waarbij de wasserette blijkt te zijn gevestigd in hetzelfde gebouw als het plaatselijke bierlokaal waar alleenstaande mannen hun tijd verdrijven terwijl de wasmachines hun werk doen, gaan we de gezellige en sfeervolle Altstadt verkennen. Deze wordt bijna in zijn geheel omsloten door de stadsmuur die is gebouwd van de 14e tot de 17e eeuw, met vier poorten en brugbogen over de Vils. We komen binnen bij het waterpoortgebouw uit 1454, dat de Vils met een lengte van 46 m overspant. In de volksmond wordt het gebouw de 'Stadtbrille' genoemd, omdat de twee ronde bogen samen met de weerspiegeling in het water sprekend op twee brillenglazen lijken.

De Vils loopt dwars door de stad, waardoor er veel bruggen zijn, zo ook een paar overkapte houten bruggen. Het centrum is prachtig versierd met honderden kleine kerstbomen en een compleet dak van lichtjes boven de lange winkelstraat. Op de Marktplatz met de 15e-eeuwse St. Martin Basiliek, waarvan we de 18e-eeuwse toren met koepelhelm vanaf de camperplaats kunnen zien, staat een grote kerstboom met een aantal verlichte kerstkraampjes eromheen. Al die lichtjes passen goed bij het witte raadhuis met een rijk versierde slanke, hoge gevel en galerij. We hebben het dan ook over pure, rijpe gotiek uit 1356. Werkelijk een schitterend gebouw.

Alles in het Beierse Amberg gaat anders dan in de deelstaat Thüringen: meer mensen op straat, horeca open en een (summiere) kerstmarkt. Daar staat tegenover dat FFP2 medische mondkapjes een vereiste zijn. Met een gewoon exemplaar kom je nergens binnen, maar daar kunnen wij goed mee leven, want wij leven nu - zoals elke Duitser - het deelstaatleven.

Commentaren: 0

58. een geluk bij een ongeluk

Het bevalt ons zeer in Hinternah, zo zeer dat we besluiten er nog een poosje te blijven. Elke ochtend steek ik het plein over en haal ik verse broodjes bij de bakker die behalve op zon- en maandag elke dag van zes tot tien uur 's morgens is geopend en op zaterdag van zes tot negen uur, terwijl het er juist op zaterdag enorm druk is. Dan staat een hele rij mensen met mondkapje buiten te wachten, want er mogen slechts twee klanten tegelijk naar binnen.

Een deur verder huist de buurtsuper, slechts één dag in de week open, alleen op de zaterdag en dan slechts tot elf uur 's morgens. Hoewel klein blijkt het assortiment verrassend veelzijdig; alleen de verse melk ontbreekt, maar die kan ik op dinsdag bij de bakkerij scoren in een glazen fles. De baas van de lokale supermarkt is een zeer aimabele en spraakzame man met hart voor de artikelen die hij verkoopt. Stuk voor stuk pakt hij mijn boodschappen vast alsof het kostbare schatten zijn. Hij draagt nog net geen witte handschoenen. Verrukt kirt hij bij een blik chili con carne, dat hijzelf een delicatesse vindt. Na afloop krijg ik een chocolade kerstmannetje mee als dank voor mijn bezoek aan zijn winkeltje en word ik enthousiast uitgezwaaid door hem en de enige andere klant die er ten tijde van mijn bezoek is: een vrouw met een groot wit verband boven haar oog. Ze is gestruikeld en tegen een punt van een deur aangekomen die zoveel schade aanrichtte dat ze moest worden gehecht. Maar ze heeft geluk gehad, zegt ze, een paar millimeter lager en het was in haar oog geweest.

Na twee stappen buiten de winkel te hebben gezet, word ik aangesproken door een vorkhefchauffeur. Hij heeft ook een camper, en vertelt in de herfst daarmee naar Bremerhaven te zijn gereisd. Grappig, want wij waren daar eveneens in de nazomer. Hij biedt aan dat wanneer we om water verlegen zouden zitten, we dat bij hem mogen halen. "Camperaars zijn van elkaar afhankelijk en moeten elkaar dus helpen", luidt zijn credo.

Na een heerlijk zaterdags ontbijt met uitzicht op de hoge kerstboom die dankzij de vorkheftruckchauffeur gezelschap krijgt van een houten blokhut, komt de winkelier van het supermarktje naar de camper met een worst en een salade die hij als geschenk aanbiedt. Dit lieve gebaar en alle andere gebeurtenissen maken dat we ons hier helemaal thuis voelen. Ook wat de omgeving betreft.

Als eerste maken we een wandeling door het dorp, naar de kerk die weliswaar is gesloten maar waarvandaan je een mooi uitzicht hebt over het dorp met wit besneeuwde daken en daarachter de heuvels, eveneens bedekt met een witte laag. Vandaag geen smeltende sneeuw. Alles blijft wit en het is misschien wel daardoor dat de vele zwart geschubde huizen die het dorp rijk is, goed zichtbaar afsteken tegen het omliggende gebied. Van welk materiaal de schubben zijn gemaakt, weet ik niet. Ze zijn in ieder geval met klinknagels aangebracht op een houten karkas en laten gauw los te oordelen naar de diverse kale plekken op de gevels. Buiten het dorp leiden diverse wandelpaden over de heuvels naar de uitgestrekte wouden, zodat wij ons hier nog wel een tijdje kunnen vermaken.

Vorst en dooi wisselen elkaar af, doch de wegen blijven dermate slecht dat een lange rit er voorlopig nog even niet in zit. In de winter worden route en tijdstip meer bepaald door de locaties waar water, stroom, wasmachine en droger aanwezig zijn en gas te koop is dan dat wij ons puur door schoonheid laten leiden. Voorlopig zijn het de weerselementen en coronarestricties die ons de weg wijzen. Want ja, corona is en blijft ook nog steeds een belangrijke factor. Winkeliers beginnen hun wenkbrauwen al te fronsen wanneer we onze QR-code met twee vaccinaties laten zien. De aanvulling van een verplichte boosterprik zit eraan te komen, waarschuwen ze. We wachten het allemaal maar af. We hebben in ieder geval geen haast, want een geplande expositie vanaf januari in een verzorgingstehuis in Nederland is in verband met corona afgeblazen. En bovendien zijn in Hinternah alle faciliteiten aanwezig dankzij de burgemeester die nu permanent voor ons de deur van het sanitaire gebouw geopend houdt. Watervoorziening en toiletten zijn ondergebracht in de voormalige school waar hij zelf nog les heeft gehad, en waar nu ook de bakker zijn winkel heeft.

De burgemeester vertelt dat de Kersttijd in Hinternah normaal gesproken heel sfeervol wordt gevierd. "Dan staat het hele plein vol met kerstkraampjes en is er een muziekpodium. De kerstman bezoekt ons met de stoomlocomotief en stapt recht tegenover het plein uit. De spoorlijn is in feite buiten gebruik en doet alleen nog dienst als stoomattractie tijdens de zomer voor toeristen en met de kerst. Het is helaas altijd wel een zwarte kerst, omdat de sneeuw die van eind november tot aan begin december valt, dan meestal rond die tijd is gesmolten. Rond de jaarwisseling gaat het pas weer opnieuw vriezen en de sneeuw die dan valt, blijft zeker tot aan begin april liggen. Erg jammer dat we nu geen kerstmarkt kunnen houden. Jullie hadden het vast heel mooi gevonden."

Toegegeven het verhaal klinkt goed, maar of wij het nu jammer moeten vinden dat er dit jaar geen kerstmarkt is, waag ik te betwijfelen, want waar hadden wij dan met ons huisje moeten staan? Ik zie het meer als een geluk bij een ongeluk.

Commentaren: 0

57. van slottuin naar burgemeesterstuin

We worden wakker met lichte sneeuwval, maar gaandeweg de ochtend is al het wit weer verdwenen. Forse regenbuien komen er voor in de plaats, zodat de weg naar Schleusingen een zeer natte is. In Gotha stoppen we om boodschappen te doen en dan wordt eigenlijk meteen duidelijk dat we Schleusingen die dag niet zullen bereiken. Het is hier zo mooi. We zijn er nooit geweest, maar we stellen ons voor dat Gotha een - weliswaar aanmerkelijk kleinere maar evenzo een goed gelukte - kopie van Wenen moet zijn, zeker qua architectuur.

Op Google Maps zien we dat de stad een camperplaats naast het vroeg barokke Slotcomplex Friedenstein heeft aangebracht. Dat belooft wat, want bij het aanrijden van Gotha zagen we het grote witte gebouw al hoog en statig boven de stad uittorenen. Later lees ik dat het 't grootste zeventiende-eeuwse slot in Duitsland is en tegenwoordig een groot aantal musea en kunstverzamelingen herbergt. Als residentiestad was Gotha de rivaal van Weimar en vertegenwoordigde een bolwerk van natuurwetenschappen. Daarnaast vindt het Duitse verzekeringswezen er zijn oorsprong en is Gotha zowel een uitgeversstad als een industriestad. Kortom, een stad met allure.

De camperplaats bevindt zich op hetzelfde terrein als het busstation, dat er met een moderne wachtruimte, voorzien van toiletten, zeer verzorgd uitziet. Slot Friedenstein is vooralsnog aan het zicht onttrokken. We mogen parkeren naast een ander markant gebouw: de Marstall die van 1848 tot 1997 als paardenbak dienst deed. Wat ik mij daar precies bij moet voorstellen, weet ik niet. Misschien dressuurtrainingen? Tegenwoordig wordt het gebouw in ieder geval gebruikt als kantoorpand.

Pal tegenover de camperplaats, aan de overkant van de weg, begint het slotpark met links het slot en rechts in de diepte de stad. Vanuit het park duik je zo het dal met de Altstadt in. Een geweldig mooi gezicht ondanks dat het complete middenstuk van de weg wordt gerenoveerd en is omheind door rood-witte hekken zodat de overweldigende uitstraling van het oranje Rathuis, met daarvoor een forse kerstboom, behoorlijk teniet wordt gedaan. Jammer is ook dat de twee trapsgewijs aangelegde fonteinen, waar anders het water tussen fleurige borders stroomt, er nu kaal en droog bij staan.

We drinken koffie met een super lekkere taart in een oubollig maar o zo in deze omgeving passende Konditorei, waar een vriendelijke dame op leeftijd ons aanspreekt. Ze wil weten waar we vandaan komen en waar we de nacht doorbrengen, en ze lacht tevreden wanneer wij haar stad prijzen. Na een minzaam afscheid lopen we verder en worden als vanzelf door prachtig klinkende muziek richting Margarethakerk gedirigeerd met op het plein een donkere kerstmarkt geurend naar honderden verse kerstbomen. Men lijkt druk bezig met de inrichting. Tegenover het plein staat een witte vleugel met daarachter een gelukzalig glimlachende pianiste geflankeerd door een mannelijke trompettist: de scheppers van de muziek die wij drie straten verder hoorden en die ons hierheen lokten.

Het wordt al gauw donker en op onze terugweg naar de camper verbazen wij ons erover dat Slot Friedenstein niet is uitgelicht. De duisternis die het gebouw omringt, past helemaal niet bij de toewijding waarmee het centrum is versierd. Diezelfde avond na plaatsing van mijn foto's verneem ik van iemand op Instagram dat Friedenstein alles behalve als ondergeschoven kind van de stad wordt beschouwd. Sterker nog: rondom het slot is een weelderige kerstmarkt gecreëerd die slechts een paar dagen heeft mogen draaien. Vanwege nieuwe coronarestricties moest de markt een tijdje worden stilgelegd en wellicht zelfs worden afgebroken. Geen wonder dat het slot nu in duisternis is gehuld. Waarschijnlijk is dat ook het geval met de markt die wij zagen bij de kerk en waarvan wij dachten dat die nog moest worden opgebouwd. Hoe sneu ook voor de organisatoren en de bezoekers, ons kerstgevoel is er niet minder om, zeker niet als het die avond zachtjes begint te sneeuwen.

De volgende dag ligt er nog altijd sneeuw en hebben wij het zicht op een witte slottuin, hoewel gaandeweg de ochtend een lichte dooi zijn intrede doet. Wij trekken verder naar ons doel van de vorige dag: Schleusingen. Maar ook deze dag bereiken we die plaats niet. We stranden drie kilometer ervoor: in Hinternah, dat onder de gemeente Schleusingen valt. Volkomen onverwachts komen we er op een kleine camperplaats terecht met plek voor drie campers, net als dat het geval was in Gotha. Ook hier zijn wij, net als in Gotha, de enige. Een forse kerstboom domineert het niet al te grote plein met daaromheen de bakker, een supermarktje, een gemeentelijk gebouw met voor ons een onduidelijke functie en een telefooncel ingericht als bibliotheek met daarop de tekst 'Nimm eins, bring eins'. De gehele entourage betovert ons, temeer omdat we na een winterse rit over slingerende weggetjes door dorpjes en bossen met wit bepoeierde dennenbomen en sneeuwhopen aan beide kanten van de weg in een totaal andere wereld lijken te zijn beland. Een winterwereld waar de sneeuwschuivers permanent naast de voordeur staan. Bovendien is het hier berekoud.

Op de zuil voor stroom- en watervoorziening hangt een bordje met een telefoonnummer dat we kunnen bellen. Het blijkt van de burgemeester te zijn die na ons telefoontje hoogstpersoonlijk de stroom aansluit en de ruimte toont waar we de cassettetoilet kunnen legen en schoon water kunnen halen. De burgemeester woont vlak naast de camperplaats, aan de overkant van een spoorlijn waar geen trein meer overheen rijdt en dus zo te voet kan worden overgestoken. Dit alles maakt dat wij het idee hebben vandaag van een slottuin naar een burgemeesterstuin te zijn verhuisd.

Commentaren: 0

56. Handhaving en herinneringen

Omdat we nog een aantal dingen hebben te regelen, zoals het halen van boodschappen en een nieuwe gasfles, besluiten we er nog een Paderborner dagje aan vast te plakken voordat we naar de volgende plaats afreizen. Per slot van rekening moeten we de Dom van binnen ook nog bekijken. Deze kathedraal is kunsthistorisch gezien een van de belangrijkste kerkgebouwen van Duitsland. Dus nadat we aan onze verplichtingen hebben voldaan, lopen we over het lange wandelpad met aan weerszijden hoge bomen naar het centrum. Onderweg komen we twee vrouwen tegen met ieder een hond aan de lijn. De honden besnuffelen elkaar enthousiast en de twee vrouwen springen vrolijk met ze mee, totdat een van hen over de eigen hond struikelt en in het gras belandt. De vrouw - zij is de jongste niet meer - komt zo te zien pijnlijk terecht, maar weet zich goed te herpakken en staat vrij snel weer op haar benen.

De Dom, met veel Engelse invloeden, blijkt zeker een bezoek waard. Direct in het oog springend zijn de moderne ramen vervaardigd met behulp van een nieuwe technologie, beoefend door glasschilder Wilhelm Buschulte. De nieuwe ramen zijn ter vervanging van de noodbeglazing die na de vernietiging in de Tweede Wereldoorlog is aangebracht. Omdat de toegangsdeuren recht tegenover de kerstmarkt liggen, ontkomen we er niet aan om die nogmaals te bezoeken, voor de derde maal zowaar. We staan bij een van de kraampjes te kijken als we worden aangehouden door de Sicherheitsdienst bij wie we onze QR-code en legitimatie moeten tonen. Waar in Nederland veelal vooraf wordt gecontroleerd, handhaaft men in Duitsland steekproefsgewijs. Zo is lopen over de kerstmarkt geen probleem - ook voor niet ingeënten - maar zodra je bij een kraampje iets wilt kopen, moet je 2G-proof zijn, wil je geen torenhoge boete riskeren.

Terug in de camper, waar op het aangrenzende terrein de opbouw van het Paderborner Weihnachtscircus ten einde loopt, maken wij ons eigen Weihnachtshuisje. Meegebrachte lichtjes en versiering vinden hun weg op het ruime dashboard en voor het raampje in de zithoek. We krijgen algauw bekijks. Een moeder met aan elke hand een klein kindje steekt haar duim omhoog; de kindjes zwaaien enthousiast naar ons. Lichte, vooralsnog natte sneeuw daalt zachtjes op hen neer. Wat ons betreft is de Kerst al helemaal begonnen. En dan te bedenken dat het nog maar een paar maanden geleden is, dat ik internet afstruinde op zoek naar een mooie hangmat wat op zich nog niet zo makkelijk was. Ik kwam terecht op www.hangmatgigant.nl en had me niet gerealiseerd dat er zoveel keus is in modellen, kleuren en accessoires.

Enfin, terug naar het heden. Wat we - afgaande op de voortekenen - stiekem hebben gehoopt, gebeurt niet. Dat wil zeggen: de volgende ochtend geen witte wereld; in plaats daarvan kletsnatte straten. Een beetje teleurgesteld starten we de camper en rijden de kant van Mühlhausen op. Het eerste deel over de Autobahn, maar zodra we de witte heuveltoppen gewaar worden, schakelen we over op smallere wegen. De tocht gaat door alleraardigste dorpjes met een hoog vakwerkhuisgehalte, waar de sneeuw weliswaar smeltende is, want de thermometer wijst inmiddels 2 tot 4 graden boven nul aan, maar nog altijd kan doorgaan als ingrediënt voor een stemmige winterwonderworld-kerstkaart.

Ter hoogte van Eschwege passeren we de grens tussen de voormalige Bondsrepubliek (West-Duitsland) en de voormalige DDR (het communistische Oost-Duitsland). Een stukje verderop ligt Mühlhausen met een camperplaats aan de rand van de Altstadt, direct achter de middeleeuwse stadsmuur. Een kort bezoek aan het centrum laat zien dat het er hier heel anders aan toegaat dan in het drukke Paderborn. Hier bijna geen mens op straat te vinden en een kerstmarkt die is gereduceerd tot drie stalletjes. Ergens uit eten gaan is - op een paar kleine ongezellig uitziende eetgelegenheden na – ongewenst. Bijna elk café of restaurant heeft het eetgedeelte afgeschermd en adverteert met to-go gerechten. Op internet lees ik dat de deelstaat Thüringen, waartoe Mühlhausen behoort, een van de zwaarst getroffen coronagebieden is. Er geldt een avondklok en contactbeperkingen voor niet-gevaccineerde en niet-herstelde personen, en beurzen, kerstmarkten, volksfeesten, pretparken, discotheken, clubs, bars etc. zijn gesloten. Deze regels zijn minstens tot 21 december van kracht. Het voelt als een enorme stap terugwaarts en we zoeken voor de rest van de namiddag en avond ons heil in de camper met het vooruitzicht op een fikse wandeling de volgende dag. Want dat we Mühlhausen nog beter moeten verkennen, staat als een paal boven water. Er is namelijk iets vreemds aan de hand met deze plaats. Zo weet ik me bijvoorbeeld stellig te herinneren dat we hier in 2016 zijn geweest en hebben gegeten op een terras van een Döner-Kebab recht tegenover de Mariënkirche en ook de toegangspoort van de middeleeuwse muur staat me nog helder voor de geest, evenals de oude, kapotte en vervallen huizen. En laat ik van dit alles nu gisteren niets hebben gezien tijdens de aankomst en wandeling door de stad; hetzelfde geldt voor Rienk. Je zou bijna denken dat we dement zijn. Gelukkig komt het tijdens de tweede verkenningstocht helemaal goed, zelfs de Döner-Kebab zit nog op precies dezelfde plaats. We halen opgelucht adem.

Commentaren: 0

55. Nieuwe gewoontes

Dat we nagenoeg geen auto- en mobiel woonverkeer uit landen anders dan Duitsland op de wegen en camperplaatsen zien, daaraan zijn we inmiddels wel gewend geraakt; maar dat we driemaal achter elkaar als enige op een camperplaats staan, doet toch wel wat vervreemdend aan. Niet dat we dat erg vinden. Nee, eigenlijk genieten wij daar alleen maar van. Al die uitgestrekte velden helemaal voor onszelf. Hoe luxe is dat?

In Westoverledingen, even voorbij Papenburg, beginnen we onze reis op een onnoemelijk groot grasveld omgeven door bossen, waarvan het onduidelijk is of dit op gemeentelijke grond ligt of dat het bij Gasthuis zur Mühle hoort. We moeten in ieder geval bij het restaurant afrekenen. Binnen ziet het er zeer oubollig uit, terwijl buiten een molen in geen velden of wegen te bekennen is, wat natuurlijk wel apart is als je je restaurant 'zur Mühle' noemt.

Wat verder opvalt in deze streek is de groet Moin! Ik had hem nog niet eerder gehoord. Deze informele groet komt oorspronkelijk uit Noord-Duitsland en is typisch voor steden als Hamburg, Bremen en Oldenburg, ofschoon ik het in Bremen nog nooit heb gehoord. Het schijnt dat deze manier van groeten nu zelfs tot het zuiden van Duitsland is doorgedrongen. Blijkbaar een nieuwe nationaal geaccepteerde gewoonte.

In Cloppenburg maakt de camperplaats deel uit van een gigantisch parkeerterrein behorend bij het openluchtmuseum. Het terrein gaat schuil onder vele rijen bomen die gezien het aantal bladeren op de grond plus de bladeren die in een gestaag regentempo naar beneden dwarrelen, duidelijk in de rui zijn. Op de compleet lege parkeerplaats rijden we over het bladertapijt door naar de rand van het bos en parkeren onder een van de lantaarnpalen die evenwijdig aan de bomenrijen staan. Bordjes verwijzen naar de ingang van het museum dat elke dag van 10 tot 16.30 uur is geopend maar waar blijkbaar geen publiek op afkomt.

Na even tot ons zelf te zijn gekomen, verkennen we te voet het centrum dat niet groot is. Aan het begin en aan het eind van de winkelstraat staat een mooie kerstboom met daartussen vier kerstkraampjes. Bij een van de kraampjes kopen we gebakken champignons in knoflooksaus. De vrouw die ons helpt, vertelt dat de markt dit jaar maar een povere bedoening is vanwege corona en duidt met haar hand waar normaliter de andere stalletjes staan.

In Bünde, het plaatsje dat we hierna aandoen, is de kerstmarkt aanzienlijk groter. Ook hier is het centrum gemakkelijk vanaf de camperplaats te belopen. We staan er als enige camper in een deftige wijk met mooie grote en vooral deftige herenhuizen, bijna allemaal omgetoverd tot kantoor, en ook hier kijken we uit op bomen die deze keer deel uitmaken van een park. 's Avonds komt er een groep vrouwen bijeen. Ieder draagt een lantaarn. Als ze zich hebben geformeerd in een kring met elk het eigen lichtje in het midden en onduidelijke dingen beginnen te doen, vraag ik me af of het wellicht om een heksenkring gaat. Gaandeweg het schouwspel zie ik dat het dames op leeftijd zijn die aan bewegingsoefeningen doen. Voor hen geen slow living, maar slow motion. Misschien ook een nieuwe gewoonte in Duitsland? Eerder die dag zagen we namelijk onderweg zo'n twintig mannen met oranje fluorescerende hesjes in een veld staan, met het geweer in de aanslag. Ieder in een andere houding en ze bewogen niet.

Het doet allemaal wat onwezenlijk aan, net als de vier seizoenen waar we doorheen rijden. Op nog geen vijftig kilometer lengte passeren we achtereenvolgens koude, gerooide velden begrensd door kale bomen, uitgestrekte akkers met fris geel koolzaad, pas gemaaide velden waar het gras ligt te drogen om als hooi te worden binnengehaald en bossen bezaaid met oranje, gele en roestbruine blaadjes, waar de bomen het blad nog even vasthouden. Kortom een prachtig afwisselende route door een onwerkelijk landschap dat zich over de beginnende heuvels tentoonspreidt.

De dag erop is minder romantisch, dan gaat de rit over een regenachtige Autobahn, totdat we in

Paderborn aankomen, waar we opnieuw aan de rand van een bosachtig park staan met deze keer mooi okergeel gebladerte aan de bomen en bij wijze van uitzondering nu niet als enige camper. Sterker nog: 's Avonds staat het helemaal vol. Misschien omdat Paderborn een veel grotere plaats is. Pal naast de mixed parking staan de tenten met daaromheen de eigen woonmobiles van het Kerstcircus, dat op 17 december in première gaat.

Wij lopen anderhalve kilometer langs de bosrand, waarna we ondergronds een drukke weg kruisen om vervolgens in het centrum terecht te komen. Via een pittoresk bruggetje steken we de Pader over dat niet meer dan een snelstromend beekje is en komen bij een indrukwekkend mooi wit bibliotheekgebouw terecht met daarachter het Diözesanmuseum, geheel opgetrokken in opgerold lood. De rode draad in het ontwerp is het creëren van een container waarin de tentoongestelde voorwerpen in een schatkist kunnen worden gepresenteerd. Erachter de Dom kathedraal met een toren vol kleine raampjes. Op het aangrenzende plein het middelpunt van de kerstmarkt met als blikvanger een houten restaurant met balkon, waarop een grote toren is gebouwd die ver boven alle blokhutten uitsteekt. Het is een toren met verdiepingen waarin het kerstverhaal wordt uitgebeeld, met op elke etage een kaars op de hoek. Helemaal bovenaan zijn de rotorbladen bevestigd, precies zoals je ze bij de kleine molentjes ziet die door de opstijgende warmte van de vlam van kaarsen gaat ronddraaien.

De markt gaat verder in de winkelstraten, waar controleurs van de Polizei en de Sicherheitsdienst mensen aanhouden. Zou het met corona te maken hebben? 's Avonds kijken we op de tv naar de persconferentie van Rutte en De Jonge, waar wordt verkondigd dat er in Nederland een avond- en nachtlockdown komt. Zover is het in Duitsland nog niet, maar dat we ons wereldwijd aan nieuwe gewoontes moeten aanpassen, is inmiddels wel evident.

Commentaren: 0

54. ergernis

Het einde van deze trip door Duitsland komt in zicht en daarmee ook het einde van de herfst, lijkt het wel. In Nationaal Park Habrichtswald waar wij overnachten, zijn de bomen bijna kaal en heeft de zon zich verscholen achter dikke koude wolken mist die over de velden drijven. Met af en toe een regenbui en rukwinden voelt het ijzig koud aan als we noodgedwongen ons hoofd even buiten de camper steken. We staan op een desolate en alweer gratis camperplaats, waar ons buurland behoorlijk rijk aan is. Ongelooflijk hoe goedkoop je hier kunt camperen en ook de restaurants en lunchrooms rekenen behoorlijk wat minder voor hun spijzen en drankjes dan wij gewend zijn. Bij een willekeurig makelaarskantoor zien we dat de huizenprijzen zeker de helft minder hoog zijn dan in Nederland en ook de brandstof is hier stukken goedkoper. Zeker dat laatste is niet verkeerd als je altijd onderweg bent.

Terwijl de graftakken, opgemaakt als kersttukjes ter ere van Allerzielen, in de winkels zijn afgeprijsd omdat de tweede november alweer een paar dagen achter ons ligt, verrijzen buiten de eerste Kerstmarkten, zoals in Borken, de allerlaatste Duitse camperplaats die wij aandoen. We staan aan de rand van het stadspark, waar een mooie wandelroute langs stadstorens en overblijfselen van de stadsmuur voert. Via een op een prominente plaats neergepoot bescheiden winkelcentrum vlak naast het stadspark komen we in het eigenlijke centrum terecht, met Kerstblokhutten vol snuisterijen. We passeren het Rathaus dat tegenwoordig als museum dienst doet en even buiten het voetgangersgebied treffen we de witte parochiekerk St.-Remigius aan, wiens oorsprong in een kleine houten kerk ligt. We kunnen het ons nu niet meer voorstellen, maar in 1160 was het houten gebouw te klein geworden en verscheen op dezelfde plek een groter stenen exemplaar in Romaanse stijl.

Na Borken is er het traditionele rondje Gouda - Molkwerum - Leeuwarden met op elke locatie de eigen aandachtspunten. De Nederlandse stop neemt precies veertien dagen in beslag voordat we opnieuw naar Duitsland gaan om de route van de Romantische Strasse te voltooien. Hoewel het qua datum nog niet geheel klopt, hebben wij toch het idee dat we met deze tussenstop ongemerkt de winter in zijn gegleden. Waarschijnlijk komt dat vooral vanwege het oer-Hollandse gevoel dat ons overviel bij de landelijke intocht van Sinterklaas op tv, gezellig met een kom erwtensoep op schoot.

Voordat we daadwerkelijk de Duitse grens kunnen passeren, zijn er wat opstartproblemen, te beginnen bij de garage in Leeuwarden waar ons huisje naartoe moet wegens een terugroepactie van Mercedes. Een aanpassing van de crashbox en de vervanging van de remklauwen staan op het programma. Daar waar het eerste vlekkeloos verloopt, beginnen bij het tweede de problemen. Niet eenmaal maar tweemaal komen bij de garage de verkeerde klauwen binnen en daarmee zijn wij overdag tot twee keer toe dakloos en moeten we ons in de stad zien te vermaken. Gelukkig mogen we onze woning wel voor de tussenliggende nacht ophalen, zodat we op de camperplaats in Lekkum kunnen slapen en dit niet in een hotel hoeven te doen. Uiteindelijk bouwt de monteur het remgedeelte weer terug naar de oude staat en spreken we af dat we over een poosje terugkomen voor poging nummer drie.

Het tweede probleem ondervinden we op de camperplaats in Groningen, waar we na een heerlijke afterpartyverjaardag van Rienk en de vriend van onze dochter die een maand geleden met één dag verschil achter elkaar verjaarden, een heerlijke middag doorbrengen. Het plan is om de dag erop de grens over te steken en verder te gaan met waarmee we veertien dagen geleden zijn gestopt, ware het niet dat precies op onze vertrekdag Duitsland de coronamaatregelen voor Nederland heeft aangescherpt. Zonder een Einreiseanmeldung zijn we niet welkom. We lezen ons in en belanden op de site van het Robert Koch Instituut (zeg maar het Duitse RIVM) met daarop een formulier voor 'Digitale registratie bij binnenkomst', dat zich niet zo makkelijk laat invullen. Zo kun je bij 'land' bijvoorbeeld geen 'Nederland', 'Holland' of 'Niederlande' invullen, maar verschijnt de optie 'Nederland' alleen nadat je 'nie' hebt ingetikt. De ware tarting begint bij het moment dat we de QR-code van de Coronacheck App op de smartphone als pdf moet bijvoegen. Na ampele tevergeefse pogingen van ons beiden mail ik naar de CoronaCheckHelpdesk die na een paar uur wachten de oplossing geeft: een link waarmee het vaccinatiebewijs op de laptop verschijnt, waarvan wel een pdf kan worden gemaakt. Zo zie je maar: een probleem is vaak niet meer dan een uitdaging, waar je altijd wel weer uit komt: alleen zit je er meestal niet op te wachten en ervaar je zodoende vooral ergernis.

 

Commentaren: 0

53. Klimpartijen

Af en toe is het wat onhandig met de Duitse plaatsnamen, omdat er meerdere plaatsen met dezelfde naam zijn. Zo ook met Homberg, een stadje dat veertig kilometer onder Kassel ligt. Voor de zekerheid zetten ze er op de bewegwijzering Efze achter, wat betekent dat deze Homberg aan de rivier Efze ligt.

Als je van vakwerkhuizen houdt en je wilt er heel veel van bij elkaar zien, dan moet je hier zijn. Het is niet voor niets dat het de bijnaam 'vakwerkjuweel van Noord-Hessen' heeft gekregen. De mooiste huizen staan rond het marktplein. Achter het plein hebben de huizen te lijden onder achterstallig onderhoud. Zo te zien aan de vele schotels aan de gevels zijn het verzamelhuizen van emigranten geworden. En als je nog iets lager het dal inkomt, zijn het studenten die de grootste vakwerkhuizen bewonen.

Wij staan helemaal onder in het dal, op een gratis camperplaats waar je alleen voor het water betaalt. De stroom is eveneens gratis. Vanaf de camperplaats is het een behoorlijke klim naar het centrale plein met de Mariakerk, een van de grootste Gotische kerken waar ooit de Reformatie voor Hessen werd ingevoerd. Voor de kerk staat een lindeboom die meer dan 730 jaar oud is. Deze wordt door een houten raamwerk gestut. Samen met de kerk vormt de boom een schilderachtig tafereel boven het marktplein. De dichter Heinrich Ruppel droeg het gedicht 'Die Kirchhofslinde in Homberg' aan de boom op als zijn manier om degenen te bedanken die een gift hadden gedaan voor het behoud ervan nadat de linde was verbrand door een vuur in de holte. Een standbeeld van Ruppel staat onderaan kerk en boom op de marktplaats.

De kerk heeft een 57 meter hoge toren, die je samen met de torenwachter kunt bezichtigen. Je moet dan wel 217 treden omhoog. Wij komen niet in de verleiding, want de kerkdeuren zijn potdicht. De volgende dag proberen we het opnieuw en dan is de kerk open. Doch tot een torenklim komt het niet, wij hebben een hoger doel in ons vizier: de bestijging van de ruïne Hoohenburg die ver boven de kerk en het stadje uittorent.

Door wie en wanneer het kasteel is gebouwd is niet bekend. Het werd voor het eerst genoemd in een document in 1246. Samen met de stad vormde het een eenheid en was van groot belang op de oude handelsroute Frankfurt-Leipzig. Nog geen vierhonderd jaar later werd er een kasteelput op het perceel bijgebouwd van maar liefst honderdvijftig meter diep. De put is daarmee een van de diepste van Duitsland. Na het einde van de Dertigjarige Oorlog (van 1618 tot 1648) werd het zwaar beschadigde kasteel niet herbouwd. Het raakte in verval en werd gedeeltelijk gebruikt als steengroeve voor de wederopbouw van de eveneens zwaar verwoeste stad Homberg. Veel onderdelen van het voormalige kasteel zijn vandaag de dag nog steeds terug te vinden in het stadsbeeld. In 1822 kwam de ruïne in het bezit van de stad. De overblijfselen zijn sinds 1936 blootgelegd, gerestaureerd en onderhouden door een kasteelvereniging. Tijdens de graafwerkzaamheden werden plannen ontwikkeld voor de bouw van een nieuwe kasteeltoren en een herdenkingszaal ter nagedachtenis aan de gesneuvelde soldaten van de Eerste Wereldoorlog. De implementatie mislukte toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak. Alleen de plannen om de toren te bouwen werden in de jaren vijftig uitgevoerd.

Deze indrukwekkende geschiedenis willen wij wel eens met eigen ogen bekijken. En hoewel het pad naar boven behoorlijk stijl is, is het de klim meer dan waard. Gelukkig hebben we het weer nog net mee, een waterig zonnetje schijnt over de stad, terwijl de donkere, kolkende wolken langzaam komen aandrijven. De okergele bladeren aan de herfstbomen steken fluorescerend af tegen de lucht die het midden houdt tussen donkergrijs en nachtblauw. Eenmaal boven nemen we plaats op een van de bankjes en genieten van het uitzicht. Ik tel zeker tien dorpjes in de omtrek en de laatste uitdaging lonkt: de drie torentrappen omhoog. Na deze laatste klauterpartij sta ik op het hoogste punt van Homberg en wijde omgeving. Rienk filmt ondertussen de oude fundamenten op het plateau en natuurlijk de mooie vergezichten. Ik ben van de foto's en hij van de film.

Als we daarna op het punt staan om de afdaling aan te gaan, komt een man op ons af. Het blijkt de 'nachtwaker' te zijn. Na een praatje is hij zo vriendelijk de deur naar het kleine kapelletje, in rotsen uitgehakt, te openen. Het is een intieme ruimte waar je elkaar het ja-woord kunt geven. Ook wat de oude put betreft heeft hij voor een euro nog een verrassing in petto. Daarvoor stopt hij de munt in een automaat, waardoor met een mechaniek een waterstroompje op gang wordt gebracht dat je de lange weg naar beneden kunt volgen in het licht dat tegelijkertijd met het opstarten van het water in de put wordt ontstoken. Het schijnt een adembenemend gezicht te zijn, maar deze keer laat het wonder verstek gaan. De automaat is stuk en de nachtwaker van zijn apropos. En zo komt er abrupt een einde aan het sprookje dat de man ons wilde tonen. Wij zitten er niet mee, want zijn vele malen geuite excuses en de daarmee gepaard gaande ongemakkelijkheid die de nachtwaker ten toon spreidt, blijft ons misschien wel meer bij dan dat een goed werkende waterput zou hebben gedaan. In ieder geval doet het falende systeem geen enkele afbreuk aan de charme van onze tocht, net als de nog slechts sporadisch schijnende zon dat niet doet.

 

Eenmaal terug in de camper, na een verkwikkende tussenstop bij een tearoom, barst de regen los en zuigt de laatste sporen van de sprookjesachtige zonnestralen in zich op. We kijken reikhalzend uit naar het moment dat zij morgen net als wij uit het dal omhoog klautert en de toppen van Homberg bereikt.  

Commentaren: 1
  • #1

    Sophie Dijkgraaff (zondag, 21 november 2021 11:26)

    Zo jammer dat veel oude kerken altijd dicht zijn.
    Ik ben weer met plezier meegereden!

52. Navigatieperikelen

Met het bezoek aan Dinkelsbühl zit voor ons de route van de Romantische Strasse er voorlopig even op. Hoe graag we ook permanent in de camper willen blijven trekken, we ontkomen er niet aan dat we steeds naar Nederland terug moeten keren. Deze keer is het de griepprik die roet in ons reisbestaan gooit, en ook ons huisje op wielen is een spelbreker. Daar moeten allereerst nieuwe huishoudaccu's in en daarnaast heeft Mercedes-Benz Nederland hem teruggeroepen voor de inbouw van een crashbox aan de gloeitijdeindtrap, waardoor een eventuele kortsluiting moet worden voorkomen. Dit euvel kwam pas na aflevering van dit model camper aan het licht.

Er zit dus niets anders op de camper richting noordwesten te sturen en om dat te kunnen doen is een goede navigatie onontbeerlijk. En laat die er ook nu net niet zo'n zin in hebben. Ter hoogte van Rothenburg laat ze ons van de snelweg af gaan, keren en twintig kilometer terugrijden, en vervolgens weer keren en voor de de derde keer hetzelfde traject afleggen. Eerst denken we nog dat het een foutje is, want niets menselijkers dan een foutje en beginnen de moderne navigatiesystemen niet steeds meer op een levende gesprekspartner met een bovenmatig gevoel voor richting te lijken? Zo niet vandaag. Het loopt al tegen de avond als ze zegt dat we de camperplaats Kreuzberg hebben bereikt. Een prachtige plek in een skigebied recht boven een afgrond met zicht op meerdere heuveltoppen. Er zijn echter geen voorzieningen en aangezien we stroom en water nodig hebben, is dit niet handig.

"Heb ik mij dan zo vergist?", vraagt Rienk zich af. "Ik dacht toch echt dat ik een camperplaats met voorzieningen had geselecteerd."

We pakken de laptop erbij en daar zien we dat er niet zover van deze plek een heel andere camperplaats Kreuzburg met sanistation en stroompalen op een verhard stuk terrein is, terwijl wij midden in een grasveld staan. We voeren de gegevens opnieuw in, maar ook op deze iets lager gelegen camperplaats met eveneens een prachtig uitzicht geen voorzieningen. Wel een verhard veld omgeven door houten hekken ter bescherming van neerstortingsgevaar in het dal onder ons. We geven het op en besluiten te blijven, omdat de duisternis begint in te vallen en er nergens straatverlichting is. Het wordt een avond en overnachting terug naar basic: geen verwarming, geen tv, minimale verlichting en geen douche. Daar staat een sprookjesachtig uitzicht op een zeer rustige plek midden in Oberbach in het Nationaal Park Rhön tegenover en dat maakt alles goed. Bovendien hebben we voldoende eten aan boord.

Overigens is het niet zo dat we op de zondagmorgen lekker kunnen uitslapen, want om klokslag zes uur volharden de klokken in een vijf minuten lang loeihard gelui. Een vrij onmenselijke tijd voor het weekend, waarbij ik er gemakshalve maar even vanuit ga dat deze losbarsting van klanken een uur later had moeten plaatsvinden omdat men heeft verzuimd de klok aan te passen aan de in de nacht ingestelde wintertijd. Ook dit relatief kleine nadeel heeft zijn voordelen, want nu zijn we al voor achten op pad met als bestemming Fulda, wat de navigatie duidelijk minder moeite kost om te vinden.

In Fulda komen we op een camperplaats met uitzicht op Klooster Frauenberg, gelegen op een heuvel. Daarvandaan is het nog geen vijf minuten wandelen naar de Altstadt. Met achttien graden voelt het zomers aan in de stad, zeker wanneer ook nog eens het zonnetje erbij komt.

 

Fulda staat bekend om de barokke architectuur en wordt daarom ook wel de Barokstad genoemd. De sfeer is aangenaam kalm. Er is weinig verkeer en de historische panden liggen ruim van elkaar af. Eigenlijk heb ik meer het idee dat ik in Parijs ben dan in Duitsland, en dat terwijl er zelfs een Nederlands tintje - om niet te zeggen Fries tintje - aan deze stad kleeft. Fulda ontstond namelijk in 744 nadat de benedictijnenabdij werd gesticht, waarvan de eerste steen werd gelegd door Sturmius, een leerling van Bonifatius. Tien jaar later werd Bonifatius in Dokkum vermoord en begraven bij de abdij in Fulda. Het klooster werd al snel een bedevaartsoord en langzaam ontstond de nederzetting Fulda rondom het klooster. Om de stad te beschermen werd deze versterkt met een stadsmuur en torens. In de achttiende eeuw werd er geïnvesteerd in bouwactiviteiten en werd Fulda de Barokstad die het nu is. Zo begonnen ze aan de bouw van de Orangerie, de paleistuin, diverse paleizen en de universiteit. Op de fundamenten van het oude klooster werd de Dom zu Fulda gebouwd. Een kerk die wordt gezien als de mooiste barokkerk van Hessen, de deelstaat waarvan Fulda deel uitmaakt. We zien bijna alle bezienswaardigheden die de stad heeft te bieden en het is onnodig te zeggen dat deze op en top romantische gebouwen in combinatie met het mooie weer en de blauwe luchten zich adembenemend mooi op de foto laten vastleggen. Wat dat betreft wanen we ons nog altijd op de route van de Romantische Strasse, hoewel we die al meer dan honderd kilometer terug achter ons hebben gelaten. Althans, als de navigatie-informatie ons niet opnieuw bedriegt.

Commentaren: 0

51. Verkeersvervuiling

Objectief bekeken is Rothenburg ob der Tauber met de vele toeristische winkeltjes, restaurantjes, musea en een door het plaatsje rijdende replica van een oude Ford natuurlijk wel wat over de top. Heel leuk om er een keer doorheen te lopen, de middeleeuwse sfeer op te snuiven en een pre-kerstgevoel te krijgen. Denk je de winkeltjes en snuisterijen weg, dan blijft een enorm interessante stad vol historie en romantiek over. En dit is nu precies het verschil tussen de twee dagen die wij er doorbrengen. Gaan we de eerste dag op in de massa en volgen we de stroom mensen langs de belangrijkste bezienswaardigheden en souvenirwinkeltjes, de tweede dag zoeken we de rand van de stad op en ervaren de middeleeuwen in een herfstachtige setting. We gaan een gedeelte over de nog steeds intact zijnde dubbele stadsmuur met tientallen poorten en torens. Toen Rothenburg in 1172 stadsrechten kreeg begon men met de bouw van de kleine, binnenste stadsmuur, waarvan onder andere de Markusturm en de Weißer Turm onderdeel zijn. De buitenste stadsmuur met een totale lengte van bijna drieënhalve kilometer werd aangelegd aan het einde van de veertiende eeuw. Ook is er een aantal extra versterkte toegangspoorten gekomen met torens er bovenop, zoals de Galgentor en Kobolzeller Turm. Slechts een klein gedeelte van de Altstadt is niet afgeschermd door muren. Op deze plek was eeuwen geleden namelijk een groot moerasgebied wat zorgde voor een natuurlijke barrière.

Lopend over het pad tussen de twee muren met aan de ene kant uitzicht op het stadje met monumentale panden en een openluchttheater en aan de andere kant over het dal met bomen en struikgewas in ontelbare tinten geel, lijkt de drukte heel ver weg. Echter, schijn bedriegt, want nog geen twintig meter verderop loopt er dwars door het centrum een smalle weg toegankelijk voor autoverkeer en dat terwijl er een brede ringweg buiten de muren om de stad heen loopt. Het is iets wat ik niet begrijp, maar dat volgens het beleid hier blijkbaar wel nodig is, want in Dinkelsbühl, waar we later komen, is het nog veel erger. Gelukkig is het 's avonds, als de stad voor een deel is uitgelicht, een stuk rustiger, zodat je je dan toch nog een beetje in de Efteling kunt wanen.

Na deze ervaringen in Rothenburg is het de komende dagen over met de strakblauwe luchten; in plaats daarvan hebben we te maken met mist en kou. Overdag wordt het niet veel warmer dan vijf graden, doch de kou met de mist geeft de oude stadjes iets mystieks. En zeker wat de verkeersdrukte betreft vind ik Feuchtwangen, het stadje dat we na Rothenburg aandoen, een ware herademing. Hoewel met een belangrijke kerk, oude huizen en pleinen de ingrediënten hetzelfde zijn als bij alle romantische stadjes die we tot nu toe hebben gezien, komt Feuchtwangen toch anders op mij over. De ambiance is afwijkend, ik zie minder vakwerkwoningen maar des te meer grote in allerlei pastelkleuren gepleisterde patriciërshuizen in een plattelandsomlijsting. De verschillende steegjes en straten langs de enkele nog overeind gebleven delen van de vroegere stadsmuur hebben een idyllische en schilderachtige uitstraling. De serene rust die er hangt doet me goed, en lijkt niet te stroken met de bijnaam van de Marktplatz in het centrum dat de 'feestzaal van de Franken' wordt genoemd. De fontein aan de rand van het plein met een omranding van kleurrijke en historische wapens is bekroond met een beeld van Minerva als beschermvrouwe van de handwerklieden. Aan de overzijde staan wel vakwerkhuizen met ernaast de Stiftskerk. Deze voormalige kloosterkerk heeft nog Romaanse overblijfselen. Mooi intact gebleven is de Romaanse Kruisgang die tegenwoordig de functie van coulissen voor het openluchttheater vervult. De meer bescheiden uitgevoerde Johanniskirche staat aan de andere kant van de Stiftskirche. Genoeg te zien dus, maar we moeten door naar de camperplaats in Dinkelsbühl.

Dit stadje is een van de weinige plaatsjes die tijdens de Tweede Wereldoorlog onbeschadigd zijn gebleven. Het staat dan ook bekend als een van de best bewaarde laatmiddeleeuwse stadskernen van Duitsland. Er zijn maar liefst zeshonderd monumenten, waaronder de munsterkerk St.-Georg, een van de mooiste laatgotische hallenkerken van Duitsland. Verder is het centrum bijna geheel omsloten door een tweeëneenhalve kilometer lange oude verdedigingsmuur met bijbehorende torens en stadspoorten. Ook hier niet alleen vakwerkhuizen, maar net als in Feuchtwangen veel glad gepleisterde gevels. Deze keer niet in zachte snoeperige pasteltinten maar in vrolijke felle kleuren met tomaatrode daken, die je goed kunt bekijken tijdens een wandeling over de stadsmuur. Overigens staat in het centrum wel een van de bekendste vakwerkhuizen; het 'Deutsches Haus' genoemd, dat nu een hotel is.

Al met al barst Dinkelsbühl dus van cultureel erfgoed bijna uit elkaar; stuk voor stuk monumenten die je zou moeten koesteren en heel op zuinig zou moeten zijn, lijkt mij, maar nee, de door de historische kern lopende hoofdweg langs kerk en vakwerk- en patriciërshuizen kan qua drukte met gemak wedijveren met een doorsnee provinciale weg. Ook hier is het een hele toer om de straat zonder kleerscheuren over te steken en dat is toch wel heel erg jammer. En dat zelfs dit niet iedereen schijnt te lukken, concludeer ik uit de alsmaar aanhoudende sirenegeluiden die ik de hele avond en nacht vanuit onze camper hoor. En zo blijft Dinkelsbühl mij niet alleen bij als een verkeersvervuilend, maar ook als geluidsvervuilend plaatsje, al de mooie bouwwerken ten spijt.

Commentaren: 0

50. De romantiek is terug

Het is het weekend van de verjaardagen. Op zaterdag is de vriend van onze dochter jarig. We vieren het met koffie en gebak in Tauberbischofsheim in een oubollige tearoom. Er zijn nog net twee plaatsjes vrij bij het raam. De achterliggende grote ruimte is gereserveerd voor ontbijtgangers die druppelsgewijs hun entree maken.

Bij de bezichtiging van het stadje springen twee plekjes in het oog: het marktplein en iets verderop de stadkerk St.-Martin met een groot gebeeldhouwd tafereel buiten tegen de gevel aan. Hoewel de voorstelling van een geheel andere orde is, doet het beeldhouwwerk me denken aan een Kerststal. Misschien dat dit door de kou en de winterse lucht komt. Ik krijg in in ieder geval subiet een decembergevoel over me.

We gaan op zoek naar de camperplaats die tegen het zwembad aan ligt met uitzicht op een blinde muur, zonder één enkele voorziening, behalve dat we op de maandagochtend de volle cassettetoilet op de vuilstort mogen aanbieden. Geen aanlokkelijk vooruitzicht. We besluiten dan ook door te rijden naar de volgende stop in Bad Mergentheim.

Deze plaats staat voor een groot deel in het teken van gezondheidskuren. Op een heuvel naast de camperplaats is een kliniek, waar ook onze buurvrouw uit Heidelberg voor vier weken haar heil zoekt. Normaal gesproken zitten cliënten er intern, maar zij overnacht samen met haar man en drie boxers in een camper. De camperplaats en de kliniek maken deel uit van een groot complex van sportvelden, minigolf, parkeervelden, een restaurant en Biergarten en dit alles buiten de Altstadt gesitueerd.

Via een fietspad dwars door het ernaast gelegen kuurpark komen we op zondag het centrum binnen ter hoogte van een schitterend mooi wit slot met een herfstachtige binnenplaats waar een museum is gevestigd. Een straatje verder vieren we met alweer koffie en gebak Rienks verjaardag. We hebben er dan al een hele visiteochtend via beeldbellen, gewoon bellen en mails opzitten.

Na het verjaardagsweekend trekken we verder naar Weikersheim met alweer een mooi slot, dat helaas met een groot hek is afgesloten. Jammer, maar het is mooi weer en we nestelen ons op een bankje in de zon aan de rand van het plein; de lucht blauwer dan blauw. Het lijkt alsof het woord 'regen' hier niet bestaat. We hebben al dagen achtereen lekker weer. Het plein ademt oudheid en kleur uit met middenin een tentoonstelling van grote foto's op houten borden, wat naar ons idee weinig toevoegt, of liever gezegd: eigenlijk alleen maar afbreuk doet aan de middeleeuwse sfeer van het toch al kleine centrum.

Omdat de meeste plaatsen op de route slechts tussen de tien en dertig kilometer uit elkaar liggen, kunnen we er, mits ze klein zijn, meerdere op één dag bezoeken. Dat geldt ook voor deze dag; daarom van Weikersheim direct door naar Röttingen waar we naar een aftandse, slecht onderhouden camperplaats aan het water worden verwezen die bovendien vanwege corona is gesloten. We rijden een stukje terug naar Tauberettersheim, waar we vanaf de doorgaande weg in het weiland een paar campers hebben zien staan. Het blijkt een gratis camperplaats net buiten het dorp te zijn, met uitzicht op een oude Romeinse brug en met wijnranken begroeide heuvels. De Romantische Strasse loopt op veel plaatsen parallel met een wijnroute en op sommige punten zelfs ook nog met een kastelenroute.

Tauberettersheim en Röttingen, waar we vanaf de camperplaats op de fiets naartoe gaan, zijn geen spectaculaire plaatsen, maar de tocht zelf is zeker de moeite waard. Een prachtig natuurgebied dat me door de opgestapelde gerooide suikerbieten op de kale, bruine velden af en toe aan het uiterste noorden van Friesland doet denken, maar dan met heuvels en bossen.

Die avond worden we onder het televisie kijken opnieuw verrast door lege accu's. Dus gaan we de volgende ochtend in herhaling: motor starten, stukje rijden en alles is weer goed. Nou ja, goed, voor een moment natuurlijk, want dat er iets goed mis is met de eigen stroomvoorziening is nu wel duidelijk. We bellen met de camperleverancier en kunnen binnenkort een afspraak maken voor vervanging van de accu's. Het zal een afspraak worden die we kunnen combineren met andere noodzakelijke dingen die in Nederland moeten worden afgehandeld, zoals het halen van een griepprik. Maar zover is het nog lang niet. Eerst nog heerlijk verder genieten van de prachtige reis die we maken met vanaf nu dus alleen gebruik van camperplaatsen met elektrische voorzieningen, maar dat is dan ook de enige beperking.

Met dat voornemen rijden we door naar het volgende plaatsje: Creglingen, dat bij binnenkomst vrij industrieel aandoet. Uiteraard zegt dat niets over het oude centrum. Om de binnenstad te kunnen bekijken, gaan we op zoek naar een parkeerplaats. Meestal is er wel ergens een plek te vinden bij een grote super- of bouwmarkt of bij sportvelden, maar in dit geval niet. Er zijn wel genoeg andere, krappere, parkeerplaatsen die echter allemaal vol staan. Het is echt verschrikkelijk druk in Creglingen. Misschien dat er markt is?

Nu er geen enkele parkeerplaats voor ons is te vinden, gaan we nog een plaats verder: naar Rothenburg ob der Tauber. En dan ineens, op weg ernaartoe, leeft de romantiek helemaal op. De route voert ons door dicht begroeide herfstbossen afgewisseld door open velden met opnieuw bulten gerooide suikerbieten en nu ook met kale bomen met daaronder in een rondje om de bomen heen kransen van afgevallen appels: rode, gele en groene, alsof ze al voor verkoop in de winkel zijn uitgesorteerd. We genieten van het ene panoramische uitzicht na het andere. We rijden zelfs over een kleine pas en komen als slotstuk in Rothenburg aan, dat alleen maar middeleeuwen lijkt uit te ademen en daardoor bij ons de adem ontneemt, zo mooi! De romantiek is helemaal terug. Onze wangen kleuren als appeltjes zo rood.

Commentaren: 1
  • #1

    Sophie Dijkgraaff (vrijdag, 29 oktober 2021 11:02)

    De route die jullie rijden is prachtig Connie. Ik volg jullie graag!

49. Lege accu's

Wertheim is de tweede stad op de route Romantische Strasse. We zien het kasteel al van verre liggen, maar ook - hoe lelijk – op de tegenover liggende heuvel meerdere flats. Dat had ik hier toch echt niet verwacht. De camperplaats waar we volgens de beschrijving naartoe worden gestuurd, ligt aan de andere kant van de Main, in Kreuzwertheim. En hoe mooi, vandaaruit kijk je precies op het kasteel uit. Het lijkt een schot in de romantische roos, maar er kleeft wel een 'maartje' aan: de plek is 'belegt'. Er zit niets anders op dan uit te wijken naar een veel minder mooie camperplek onder een brug naast een skateveld. Ondanks dat de reviews over deze plaats niet geweldig zijn, besluiten we om er polshoogte te gaan nemen. De locatie lijkt mee te vallen, maar romantisch is anders.

Rienk zegt: "Weet je wat? We gaan gewoon terug. Het zogenaamde bezette terrein is immers helemaal leeg, het kan niet anders of dat bord staat er nog van de vorige avond."

"Misschien zijn er reserveringen?", opper ik.

We kijken het na op internet en daar staat met grote letters op de site dat reserveren niet mogelijk is. Het kan niet anders of Rienk heeft gelijk en we gaan terug.

Wederom in Kreuzwertheim staat bij de stort van grijs water een gezellig uitziend paar aan wie we vragen hoe het nu precies zit met dat bord. Zij bevestigen waar wij op hoopten. Twee minuten later staan we op de mooiste plek tot nu toe van deze reis: aan de Main met uitzicht op de Alstadt en daarboven de ruïne van het kasteel Burg Wertheim, dat - zoals later zal blijken - 's avonds ook nog eens geweldig mooi wordt uitgelicht.

Er is één minpuntje aan deze droomplek: het is er stervenskoud. Als we met de fiets over de brug richting Altstadt rijden, worden we door de straffe wind bijna van de brug geblazen. In het centrum blijven we dan ook maar even, uiteraard niet zonder alweer prachtige foto's te hebben geschoten die we later in de warmte van ons huisje op wielen bekijken. Aan de andere kant van het glas vaart een joekel van een boot voorbij, of eigenlijk twee boten die aan elkaar vastzitten. Als we goed kijken blijkt het dezelfde boot te zijn die we in Würzburg zagen. Hoe toevallig. Even later gaan drie brandweermannen het water op, dik ingepakt in een klein bootje. Gezien de zo op het zicht onnodige manoeuvres die ze maken, zal het wel om een oefening gaan. Ik denk aan de gekleurde poppetjes aan weerszijden op de relingen van de Tauberbrücke in de Altstadt: een kunstwerk van dwergen in verschillende kleuren, allemaal met de duim omhoog. Ze zijn van toepassing op de brandweermannen. Bravo voor de redders in nood!

En ja, inderdaad het is niet alleen de Main die door Wertheim stroomt, maar ook de Tauber. Net zoals in Koblenz de Moezel en de Rijn samenkomen, zijn het hier de Main en de Tauber die elkaar opzoeken, alleen maken ze er in Wertheim niet zoveel tamtam over.

We zitten net lekker onderuitgezakt met een drankje en een toastje als er twee onverklaarbaar harde klappen klinken. De camper staat ervan te schudden. De deuren van de campers om ons heen worden geopend, verschrikt kijkende mensen verschijnen in de deuropening, halen de schouders op en sluiten de deuren weer. Niemand weet wat er aan de hand is en zo zal het wel blijven. Sommige dingen gebeuren gewoon. In feite zijn de harde klappen net zo onverklaarbaar als de stroom die later ineens midden in de nacht uitvalt. De huishoudaccu's, aangestuurd door de omvormer, hebben het af laten weten, maar waarom? We hebben niet meer stroom gebruikt dan anders. Met lege accu's geen licht, geen verwarming, geen douche. Er zit niets anders op dan de accu's al rijdende weer op te laden. En dat lukt. Nog geen kwartier later staan we midden op een bergplateau met panoramisch uitzicht te ontbijten. In de diepte ligt een dorpje verscholen onder de wolken die langzaam roze kleuren door de opkomende zon, terwijl vlak voorbij ons raampje slierten mist voorbij drijven. De Romantische Strasse laat zich van haar mooiste kant zien. Alweer een hoogtepunt.

Daarna zakt het romantische gehalte een beetje in. Niet dat we nu in een lelijk gebied belanden, want in elke plaats zijn oude torens, kastelen of sloten, kerken en vakwerkhuizen, maar toch net even iets minder spraakmakend dan in Würzburg en Wertheim. Misschien dat de romantiek hier ook tijdelijk met lege accu's zit die moeten worden opgeladen?

Commentaren: 0

48. De Romantische Strasse

In Bad Camberg, bekend vanwege zijn heilbaden en kuuroorden, komen we bij toeval terecht. Enorme regenval en veel verkeer gaan nu eenmaal niet samen, zodat wij na een verkeerde afslag te hebben genomen kunnen aansluiten in een lange file veroorzaakt door een ongeval. Het oponthoud noopt ons een stuk eerder dan voorgenomen van de snelweg af te gaan om een camperplaats te zoeken. Bad Camberg blijkt geen verkeerde keuze. Achter de drukke doorgaande weg ligt een oase van rust, teweeggebracht door een combinatie van indrukwekkende vakwerkhuizen en kleurrijke herfstnatuur. Rust, reinheid en regelmaat staan hier hoog in het vaandel. Na een mooie wandeling kopen we bij een garagebedrijf een milieu sticker waarmee we vanaf nu elke stad met de camper mogen betreden, ongeacht of die nu in de Umweltzone ligt of niet.

De volgende dag staat de camperplaats in Kleinwallstadt op het programma. Dat ligt een stukje voorbij Frankfurt, eveneens aan de rivier de Main. Met een wateroppervlak zo glad als een spiegel, waarin honderden bomen hun herfsttooi weerkaatsen, lijkt onze nieuwe tijdelijke woonlocatie veel op een sprookje. We staan aan de rand van het dorp bij een rij kastanjebomen. Veel dorpelingen komen naar deze plek toe om kastanjes te rapen en keren huiswaarts met plastic zakken, emmers en tassen vol.

Zo zonder wind, een beetje zonneschijn en een zachte temperatuur is het heerlijk fietsweer. We maken een tocht langs de Main die voor een groot deel over velden en door goudkleurige bossen gaat. Met de dreiging van slecht weer in de verte en donkere wolkenpartijen op de achtergrond levert het wonderschone foto's op. We steken de Main over en komen in Grosswallstadt, dat recht tegenover de camperplaats ligt. Bij Elsenfeld gaan we de rivier opnieuw over. In beide plaatsjes staan oude torens en vakwerkhuizen. Het is een voorproefje van de route van de Romantische Strasse, dwars door Beieren heen; van Würzburg aan de Main naar Neuschwanstein en Füssen aan de voet van de Alpen. De route komt door middeleeuwse steden en door veel natuur, en dat is precies wat we willen. Jarenlang hebben we dit gebied in rap tempo doorkruist op weg naar Noord-Italië, over de snelweg waar het niet opvalt dat het zoveel moois heeft te bieden. Nu hebben we de tijd (slow living) en zijn we benieuwd naar wat erachter al die namen op de verkeersborden schuilgaat.

In Kleinwallstadt zit de schrik voor de corona er nog goed in. Twee personen van de gemeente komen langs, met een mondkapje op, om het geld voor de staanplaats te innen en via de QR-code te checken of we zijn ingeënt. Zij waarschuwen voor slecht weer met harde windstoten en onweer. Niet voor niets, want een paar uur later staat de camper te schudden op zijn wielen en staan er hoge koppen op het water van de Main. Vanachter onze raampjes zien we alleen maar wapperende bomen, zwaaiende takken en afvallende bladeren. Zo kan de herfst er dus ook uitzien; een seizoen met twee gezichten. Het wordt ook gelijk een stuk kouder. Het kacheltje moet aan. Voor de stroom moeten we een euro betalen. Onduidelijk is of dat voor een duur van vier of zes uur is; er staan namelijk twee bordjes met verschillende tijden. Het blijken er vijf te zijn.

Na een wilde nacht gaat het avontuur van de Romantische Strasse echt beginnen, en wel vanaf een camperplaats onder de Friedensbrücke in Würzburg met uitzicht op de heuvels vol wijnranken, want Würzburg is een echte wijnstad. Vanaf de camperplaats lopen we zo het centrum in, ook hier weer via een brug over de Main. Deze keer wel een heel mooie: de Alte Mainbrücke. Deze middeleeuwse brug werd in de achttiende eeuw voorzien van twaalf barokke heiligenbeelden, waardoor ik hem automatisch ga vergelijken met de Karelsbrug in Praag, alleen is deze veel korter. Op de brug is het een drukte van belang. Tientallen mensen trotseren de kou en staan met een groot glas wijn in de hand op de brug met elkaar te praten. We komen in de Domstraat die recht op de Sint-Kilianusdom afstevent. We laten deze kathedrale kerk even liggen; het mooiste voor het laatst. Aan de linkerkant passeren we het stadhuis, dat door de bijbehorende toren wel een beetje op een kerk lijkt. Voor de rest is het een relatief eenvoudig gebouw. Ertegenover staat de Vierroehrenbrunnen, een fontein met vier buizen gemaakt uit Frankische schelpkalksteen, waarop in deze regio ook de wijnstokken worden verbouwd. We slaan af naar het plein met de Mariakapel. Weliswaar een groot gotisch kerkgebouw dat qua uiterlijk gezien mag worden, maar kerkrechtelijk een kapel. Misschien dat hierdoor de wat sobere binnenkant is te verklaren die ten opzichte van het exterieur enigszins tegenvalt. Heel apart vind ik de lelijke souvenirwinkeltjes die tegen de mooie gevel van de kerk zijn aangebouwd. De tweede kerk die we bezoeken is Neumünster vlak naast de Dom en een wondermooie vertolking van de weelderige Barok-periode. En dan is het tijd voor het slotstuk: de rooms-katholieke Dom. Met een totale lengte van 105 meter behoort deze kerk tot de vijf grootste romaanse kerkgebouwen in Duitsland. Alleen de entree met het grote ijzeren hek en vlak daarachter, daar waar het pad naar het altaar leidt, een meer dan levensgrote kandelaar met zeven kaarsen, is al een pracht op zich.

Drie mooie kerken met elk zijn eigen stijl, het maakt een bezoek aan Würzburg meer dan waard. Vol van alle indrukken wandelen we terug over de brug met uitzicht op de vesting Mariënburg, gevestigd op een heuvel aan de rand van het centrum. Romantiek ten top? Op dat moment denken we van wel, maar de dag erop blijkt dat het nog romantischer kan.

Commentaren: 1
  • #1

    Sophie Dijkgraaff (zondag, 24 oktober 2021 12:35)

    Heerlijk om met je mee te reizen via je blog en foto's.

47. Overdaad

Ondanks de miezerregen besluiten we ons veilige, warme nest op wielen, geparkeerd boven op de Eifel, even te verlaten voor een wandeling door het Nationaal Park. Als eerste komen we bij het Rode Kruis Museum, waarachter enorme hopen vuilnis liggen. Het meisje van de receptie bij de camperplaats, gehuisvest in een bus, vertelde ons al dat die vuilnisbergen restanten zijn van de overstromingen afgelopen zomer. Men is nog steeds bezig met puin ruimen en herstellen. De A61 is dan ook op meerdere punten afgesloten; er zijn op dit traject veel wegomleggingen en bovendien zijn alle lager gelegen camperplaatsen in de buurt gesloten.

Voorlopig hebben wij daar nog geen last van, want wij gaan voor een wandeling dwars door de bossen over het terrein van het voormalige opleidingskamp van de SS, Vogelsang. Dit complex werd tussen 1934 en 1936 onder leiding van architect Clement Klotz gebouwd in opdracht van de nationaalsocialisten. Vogelsang omvatte dozijnen gebouwen, waaronder gemeenschapshuizen, slaapzalen, sportaccommodaties en een auditorium. Het is het best bewaard gebleven voorbeeld van de architectuur van het Derde Rijk in Duitsland. Tot 1939 zijn er circa vijfhonderd SS’ers opgeleid. Met het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog kwam het programma enigszins stil te liggen en werd het complex in gebruik genomen als kazerne van de Wehrmacht. Na de Tweede Wereldoorlog werd het een militair oefengebied voor verschillende NAVO-landen, waarna de kazerne werd gerestaureerd en de opschriften ter ere van Hitler werden weggehakt. Ook werd er een kazerne in dezelfde stijl bijgebouwd en een bioscoopzaal en een klimmuur ingericht. In 2005 vond teruggave aan Duitsland plaats en werd het geheel onderdeel van het National Park Eifel.

In de 110 vierkante kilometer grote militaire zone tussen Bonn en de Belgische grens, waarvan Vogelsang deel uitmaakt, is een vijftig kilometer lang netwerk van paden door grasland, weides en bossen uitgezet Aangezien scherpe munitie nog steeds aanwezig kan zijn als het gevolg van het decennialange militaire gebruik van het terrein, is het verlaten van de paden streng verboden. De bedoeling van dit alles is het naziverleden aan te grijpen als voorbeeld hoe het niet moet en in plaats daarvan een plaats te creëren van vrede en tolerantie. Een initiatief met goede bedoelingen, maar voorlopig is het nog altijd zo dat bewakers op het terrein patrouilleren om te voorkomen dat voormalige nazi’s en neonazi's pelgrimstochten maken naar de vroegere school van het Derde Rijk. De vraag is dus of het loffelijk streven echt werkt.

Wij worden er in ieder geval tijdens onze wandeling langs de monumentale en indrukwekkende bebouwing alleen maar triest van. De uitstraling van de gebouwen en de duistere geschiedenis erachter roepen een immens beklemmende sfeer op en we besluiten dan ook de volgende dag te vertrekken.

De tocht gaat vanwege de recente wateroverlast via omwegen naar Koblenz, waar we op een gemeentecamperplaats terechtkomen. Van daaruit is het slechts achthonderd meter naar de Rijnoever en vierenhalve kilometer naar de Altstadt. Een mooie fietsroute langs de Rijn voert ons naar het prachtige oude gedeelte met veel pleinen met middeleeuwse gebouwen, en natuurlijk heel mooie kerken. Zo bepaalt de Kerk van Onze-Lieve-Vrouw op het hoogste punt van de stad samen met de Sint Kastor en de Sint-Florinuskerk het silhouet van het oude stadscentrum. De Sint Kastor Basiliek is trouwens de oudste kerk van Koblenz, waar ooit het Frankische Rijk werd verdeeld. Sommige delen van de kerk en het aangrenzende klooster stammen uit de twaalfde eeuw.

Verder grenst de historische binnenstad aan zowel de Moezel als de Rijn. Bij de zogenaamde Deutsches Eck, een kunstmatige landtong, stroomt de Moezel in de Rijn en dat verschijnsel is de trekpleister van Koblenz geworden, ook al omdat je daarvandaan een prachtig uitzicht hebt op de rots met de vesting Ehrenbreitstein aan de overkant, waar je met een kabelbaan naartoe kunt. Aan het einde van de negentiende eeuw kwam een gigantisch ruiterstandbeeld van maar liefst 37 meter hoog van Kaiser Wilhelm I op de Deutsches Eck te staan, dat tijdens de Tweede Wereldoorlog echter flink werd gebombardeerd. Na de oorlog wilden de geallieerden ook de sokkel afbreken, maar wegens geldgebrek is dit niet gebeurd en bleef deze overeind. In 1953 werd het monument voorzien van de wapens van alle deelstaten van Duitsland, inclusief de voormalige gebieden van het Duitse Rijk in het oosten en door president Theodor Heuss ingewijd als monument voor de Duitse eenheid. Boven op de sokkel werd een vlaggenmast geplaatst met de vlag van Duitsland. Maar de hoge sokkel bleef vooralsnog leeg. Wilhelm kwam pas terug toen Oost- en West-Duitsland weer één werden.

Terwijl ik de trappen onder Wilhelm en zijn paard beklim, overpeins ik dat we op onze reis door Duitsland van het ene in het andere geschiedkundige gedenkteken rollen, en dat die allemaal van enorm kolossale afmetingen en een intimiderende overdaad zijn. En ik maar denken dat het juist bescheidenheid is die de mens siert.

Commentaren: 0

46. Opvallend

Venlo staat bekend als een van de oudste plaatsen van Nederland. Ooit gesticht door de Romeinen is het nu een stad met een gezellig historisch centrum met tal van unieke winkeltjes en speciaalzaken. We fietsen er in een miezerbui naartoe vanaf de camperplaats in Grubbenvorst. De navigatie leidt ons over natte hobbelige en heuvelachtige zandpaden dwars door de bossen, waar een mountainbike zich thuis zou voelen. Wij zijn echter op een elektrische fiets en dan is zo'n tocht toch minder prettig. Uiteindelijk belanden we op een aaneenschakeling van bedrijventerreinen vanwaar we in het centrum terechtkomen. Het eerste en tegelijk mooiste dat daar opvalt is het stadhuis in renaissancestijl op een gezellig plein met gekleurde huizen en terrassen. De regen dirigeert ons verder naar de Hema en een winkel met originele gekke dingen die vooral met Kerstmis en Halloween hebben te maken. Onder aan de roltrap staat een afschrikwekkend luid brullend skelet onder wiens benen we naar boven worden gerold en waar we worden opgewacht door twee leden van The Addams Family. Na wat gekke en lugubere dingen te hebben bekeken, dalen we weer af op straatniveau waar regen en droogte elkaar afwisselen. We zien dat Primark op een prominente plaats langs de Maas is gevestigd en daarmee een van de mooiste plaatsen van alle filialen inneemt, maar of je hier nu zo blij mee moet zijn, valt te betwijfelen. Van de mevrouw waar we koffie drinken, horen we dat van de zomer half Venlo onder water heeft gestaan. Bij twee restaurants aan de boulevard reikte het waterniveau zelfs tot aan de nok van het dak.

Verder is Venlo het centrum voor de wijde omgeving, alsmede koopcentrum voor het naburige Duitse Ruhrgebied, en dat is goed te zien. Veel reclame- en aanwijzingsborden zijn tweetalig en de vette hap is ruim vertegenwoordigd. Alleen al op het kleine stukje dat wij lopen, tellen we acht snackbars waaronder een paar ter grootte van een vreetschuur. In het oogspringend is de supermarktgigant Zwei Brüder die volgens eigen zeggen al meer dan zestig jaar de voedselbron voor het Duitse achterland is. Wat ik daarvan verwacht, is dat de prijzen er niet zo heel hoog zullen zijn, maar daarin vergis ik me hopeloos. Sommige artikelen kosten het dubbele en ook over het assortiment word ik niet enthousiast. Schappen vol koffie en snoep die nagenoeg de hele bovenverdieping in beslag nemen en slechts een klein koelkastje met melkproducten, weggedrukt bij de personeelsingang. Ik moet zelfs wachten met de koeldeur opendoen totdat twee personeelsleden de winkel via deze doorgang zijn binnengelopen.

Nu we zo dicht bij de Duitse grens zijn, zul je denken dat we de volgende dag wel binnen een paar minuten met de camper ons buurland inrijden, maar nee, camperen in het buitenland vergt enige voorbereiding. Elk land heeft zijn eigen regeltjes en gebruiksaanwijzingen. Duitsland werkt met milieuzones en om daar te mogen rijden, heb je een groene milieusticker nodig. Dat onze motor schoner is dan de vereiste voorwaarden, doet er nu even niet toe. Alleen een sticker geldt als vrijbrief en omdat we die nog niet hebben, moeten we dus voor een alternatieve route op Nederlands grondgebied kiezen. Dan is er nog het gas, dat we gebruiken om te koken en voor de koelkast als we stilstaan; plus dat het een warmtebron is wanneer we niet aan de stroom staan en de ingebouwde elektrische kachel dus niet kunnen gebruiken. Ook voor gasflessen geldt dat ze in bijna elk land verschillend zijn. Eenmaal over de grens kopen we bij Hornbach een gasfles die we na hem leeg te hebben gestookt bij elke vestiging in Duitsland kunnen omwisselen voor een volle fles en op het moment dat we naar een ander land gaan, daar ook weer kunnen inleveren.

Als het gas is geregeld, slaan we als laatste voor een week boodschappen in, want we gaan naar een onherbergzaam gebied, en wel naar Vogelsang, dat midden in het Nationaal Park Eifel ligt. Officieel heet dit gebouwencomplex NS-Ordensburg Vogelsang, een voormalig opleidingskamp van de NSDAP, dat na zestig jaar militair gebruik op 1 januari 2006 werd geopend voor publiek.

Het begrip Ordensburg ontstond naar aanleiding van de behoefte van de partij en het staatsbestuur, om zich sterkere symbolen uit de Duitse geschiedenis eigen te maken en ze ideologisch een andere uitleg te geven. Er werden drie van zulke burchten gebouwd om de militaire elite van het Derde Rijk om te scholen, waarvan Vogelsang er een is.

In 2016 kwam er een museum en zijn er 365 dagen per jaar rondleidingen, workshops, excursies, tentoonstellingen, evenementen, conferenties. Je kunt er zelfs torenklimmen, zwemmen en eten in een restaurant. Ook het museum van het Rode Kruis en een sterrenwacht maken deel uit van het terrein. Het voormalige opleidingskamp van de SS is nu dus een bekende en aangeklede bezienswaardigheid geworden.

Maar van het meeste van dit alles hebben wij nog geen weet als wij via grote slagbomen en een kilometerlange geasfalteerde tweebaansweg als enige op de hobbelige, modderige camperplaats arriveren om daarna van een panoramisch uitzicht op de ongerepte natuur van de Eifel te genieten. Hoog en droog met een warm kacheltje en een goed gevulde koelkast. Een knappe jongen die ons hier weg krijgt, zeker als na een lange miezerdag op de valreep ook nog eens de zon begint te schijnen en een prachtige rode gloed verspreidt, alsof de bossen in brand staan. Opvallend mooi in de verder zo triest aandoende omgeving en een goede aanvulling op alle andere opvallende dingen die we deze dagen hebben meegemaakt.

Commentaren: 0

45. Sprookjes

In Bremen waren we twee keer eerder. De eerste keer in een hotel en de tweede keer met de camperbus die we toen net hadden. De camperplaats net even buiten de stad was zijn eerste buitenlandse overnachting. Het spreekt dus voor zich dat we hier wat herinneringen hebben liggen, maar ook dat we hier nu niet meer als een echte toerist alle hoogtepunten afstruinen. Zo laten we bijvoorbeeld de oudste wijk, Schnoor, links liggen; eigenlijk een beetje onterecht want dit middeleeuwse stadsdeel waar tal van oude ambachten werden uitgevoerd, is werkelijk alleraardigst. Maar deze keer kiezen we voor de blikvanger van de Hanzestad Bremen: het Marktplein met het raadhuis en de twee torens tellende dom, gewijd aan de apostel Petrus. Beide gebouwen zijn pronkstukken en het raadhuis staat zelfs op de lijst van Unesco- werelderfgoed. Een ander prachtig gebouw aan het Marktplein is het Gildehuis, dat na een branduitbraak in 1956 opnieuw werd gebouwd. Vlak voor het stadhuis staat het standbeeld van Roland, een symbool voor de stedelijke vrijheid; eveneens Unesco-waardig bevonden. De afstand tussen de knieën van het beeld is exact één Bremer el (55,372 cm). Volgens de legende zal Bremen vrij en onafhankelijk blijven zolang Roland over de stad waakt. Er gaan geruchten dat een tweede standbeeld van Roland in de ondergrondse gewelven onder het stadhuis verborgen ligt, zodat het snel kan worden vervangen in geval er iets met het huidige beeld zou gebeuren. Op 5 november, de dag van de herwonnen vrijheid van Bremen, worden er elk jaar bloemen neergelegd aan Rolands voeten. Met zijn 5,47 m hoogte en staand op een 60 cm hoge sokkel is het beeld niet te missen. In vergelijking met zijn prominente aanwezigheid komen de Bremer Stadsmuzikanten, tussen het stadhuis en de Unser Lieben Frauen Kirche gepropt, er bekaaider af, en dat terwijl dit standbeeld de startplaats is van de Duitse Sprookjesroute. Het beeld staat voor een van de sprookjes, opgetekend door de gebroeders Grimm, en gaat over vier oude, mishandelde huisdieren die van huis weglopen. Tijdens hun tocht naar Bremen weten ze, door samenwerking, een bende rovers uit een huis te jagen, waarna ze daar kunnen blijven wonen als vrienden. Overal in de stad vind je verwijzingen en andere uitvoeringen van de Bremer stadsmuzikanten, waarmee dit sprookje aan aandacht uiteindelijk toch niets te kort komt.

Als we Bremen verlaten met daarna nog een overnachting in Groningen zit het camperleven er even voor twee weekjes op, zo veel hebben we thuis vanuit Molkwerum te regelen, van dokters-, tandarts-, opticien-bezoek tot en met was, huishouding en een afspraak bij een museum voor een expositie volgend jaar waarvoor een voorstel moet worden uitgewerkt.

We pakken de draad weer op in Grubbenvorst, vanaf een camperplaats waar we dit jaar vroeg in het voorjaar waren. We staan aan de rand van het bos. Een heel verschil met de vorige keer toen alles nog helemaal kaal was en de blaadjes op openspringen stonden. Nu zijn we getuige van het begin van verval: de meeste blaadjes dofgroen met af en toe een rood, geel en bruin accent. De aanblik zou zo in een herfstsprookje passen.

Als we het centrum van Grubbenvorst in fietsen, is het eerste dat opvalt het Ursulinenklooster de Bisweide. Vanaf 1690 was het klooster in handen van de Congregatie van de Zusters Maricolen. Zij kochten de boerderij De Bisweide op, waar zij zorgden voor verstandelijk gehandicapte vrouwen. Toen de gemeenschap in 1850 dreigde uit te sterven, sloten de Maricolen zich aan bij de zusters Ursulinen. Twintig jaar later kreeg het de bestemming internaat en werd er onderwijs gegeven. Inmiddels is het gebouw verkocht en omgedoopt tot zorgcentrum; eerst alleen voor hoogbejaarde zusters, later ook voor reguliere ouderen. Op het midden van het aangrenzende grote grasveld staat een uitgestrekt aspergemonument, omdat Grubbenvorst lange tijd de grootste aspergeveiling ter wereld had. Nog iets verder richting winkelstraat komen we het carillon met klok van het Ursulinenklooster tegen die na de verkoop verloren dreigde te gaan. Dankzij de inspanningen van een werkgroep werd het carillon gerestaureerd en kreeg het zijn eigen plaats binnen het dorp.

Misschien dat sommige mensen Grubbenvorst ook als onderdeel van de wandelroute van het Pieterpad herkennen. Het is hier in ieder geval zo dicht langs de Maas prachtig wandelen en fietsen. Je kunt er zelfs met een pontje overvaren naar Arcen en Velden, vanwaar je een mooi uitzicht hebt op de achterkant van de O.L. Vrouw Tenhemelopnemingskerk met zijn zeer spitse toren. Al met al genoeg stof voor het schrijven van een kersvers sprookje, nu nog op zoek naar de nieuwe gebroeders Grimm. 

Commentaren: 0

44. regels

Het is kermis in Flensburg, best een grote en met tal van heerlijke hapjes. We komen hem tegen als we richting centrum fietsen, over een gigantisch steile weg die je zo in het diepe dal van de kern doet belanden waar je dan nog wel even moet bekomen van het getril van de dunne banden over alle kinderkopjes heen. We hebben mooier weer dan op de heenreis en ook meer tijd, zodat we nog beter dan vorige keer kunnen zien dat er naast alle pracht en praal die de huizen uitstralen veel armoede is. Er zijn heel veel zwervers en bedelaars en ook kan men zich hier, zo te zien, aardig uitleven met de graffitispuitbus, zelfs op de mooiste gevels. Alles bij elkaar geeft het een wat verpauperde indruk. Een schril contrast met Denemarken waar alles spik en span is.

Ook deze keer overnachten we op de mix-parking tegenover winkelcentrum Citti-Park, nu tussen een Zweedse en een Deense camper in. De Zweedse is een wat kleiner model bus met daarin een soort draaibare stoeltjeslift waarmee een gehandicapte man in zijn rolstoel op straat wordt getakeld en vice versa weer de bus in. Een ideale uitvinding, lijkt mij. De Deense mensen zijn afkomstig uit Odense, waar we net vandaan komen. Zij hebben pas hun boot ingeruild voor een camper en gaan daarmee drie maanden naar Spanje. Verderop op het parkeerterrein staat een caravan waar je een corona sneltest kunt laten afnemen. Na de Deense vrijheid te hebben geproefd is het weer even wennen in het strenge Duitsland. Wanneer we de volgende dag het winkelgedeelte willen verkennen achter de zwaar ingepakte kassa's van de supermarkt in het winkelcentrum dat we de vorige keer vanwege de onaantrekkelijkheid links hebben laten liggen, stuiten we op een verrassing. Achter de aanvankelijk Pools of Tsjechisch lijkende boodschappenwinkel blijkt een gigantisch winkelparadijs schuil te gaan met zowel food- als non-foodproducten; alles natuurlijk alleen met mondkapje, gedesinfecteerde handen en winkelkar toegankelijk.

Op de bovenverdieping bevindt zich een restaurant. Omdat het etenstijd is, lijkt het ons leuk daar een hapje te gaan eten. Wij tonen vol trots de corona check app, waarvoor wij zo onze best hebben gedaan deze op onze smartphone geïnstalleerd te krijgen, maar de vrouw bij de poort trekt eerst haar wenkbrauwen en vervolgens haar schouders op. De QR-code is voor Citti-Park onleesbaar, omdat er geen scanner voorhanden is. Ze haalt de kok erbij die haar reactie bevestigt en eraan toevoegt dat het enige dat telt de vaccinatiedatum is. Oké, dat is niet zo moeilijk. Met een pijltje terugwaarts toveren we die tevoorschijn. Het werkt. Na een goedkeurend knikje van beiden denken we aan de voorwaarden te hebben voldaan, maar nee, dat blijken we mis te hebben. Voor we daadwerkelijk het restaurant in mogen, dient eerst nog een formulier op A4-formaat te worden ingevuld. Vervolgens mogen we met een potje ongekookte pasta, dat in onze handen wordt gestopt, toch echt naar binnen. Het potje moet bij het weggaan wel weer worden ingeleverd, als variant op het winkelmandje bij veel andere winkels.

Binnen overheerst de lucht van desinfectie, teweeggebracht door een vrouw die elk plekje op haar pad met desinfectiemiddel en doekje te lijf gaat. In de open keuken bestellen we ons eten, dat vers wordt bereid door koks en kokkinnen met medische mondmaskers voor. Na te hebben afgerekend kunnen we gaan zitten. Wij hebben tafeltje 23 toegewezen gekregen, dat tegen een manshoog bruin houten scherm is geplaatst. Een houten scherm dat tot het interieur behoort om zo de belendende tafeltjes en gasten van elkaar te scheiden. Het schijnt niet coronaproof genoeg te zijn, want daarboven, reikend tot het plafond, is de bovenruimte afgeplakt met grote doorzichtige plastic flappen. Eindelijk mogen de kapjes af en kan het eten beginnen. De trek zou je door alle restricties bijna zijn ontnomen, maar eerlijk is eerlijk het eten is werkelijk formidabel. Daar kan menig restaurant nog een puntje aan zuigen.

Na het etentje, een gezellige voortzetting van de dag en een goede nachtrust zakken we verder Duitsland in. In eerste instantie naar Neumünster, maar omdat we daar niet zo zijn gecharmeerd van de camperplaats, rijden we door naar die van Kaltenkirchen. De jaarmarkt is inmiddels voorbij, dus we zullen er wel kunnen staan, denken we. Echter, als we het plaatsje inrijden, staan er allerlei borden dat de camperplaats is gesloten. Geen nood, wij rijden gewoon door naar de parkeerplaatsen bij de tennisbanen en gaan daar net als vorige keer op aanraden van een vriendelijke bewoner het illegale overnachtingsavontuur aan. Ook nu ontvangen we geen enkel commentaar op de overtreding. Wat deze keer wel anders is, is dat we bij het verlaten van Kaltenkirchen en het passeren van de officiële camperplaats veel geparkeerde campers zien. We hadden de regels dus niet hoeven overtreden. We kunnen ons er niet schuldig over voelen, want wat hebben wij ons verbaasd over het feit dat de Duitse caissières van achter hun mondkapje en kuchscherm met blote handen wisselgeld teruggeven. Dat lijkt toch echt op een grove corona overtreding. Maar misschien zien we dit alles een beetje te zwart-wit. Is het niet zo dat regels soms lijken te zijn gemaakt om er een klein beetje overheen te gaan? En dat geldt natuurlijk ook voor onze overnachting naast de tennisvelden.

Commentaren: 1
  • #1

    Sophie Dijkgraaff (woensdag, 22 september 2021 19:40)

    Weer fijn een stukje meegereisd!

43. Attractiepark, winkelcentrum en supermarkten

Vanaf onze prachtige camperplaats in Kopenhagen is het slechts zes kilometer fietsen naar het attractiepark Tivoli, midden in het centrum. We boffen, want de camperplaats sluit op 21 september de deuren en dan zou ik niet zo gauw hebben geweten waar we dan hadden moeten staan.

We parkeren onze fietsen op het plein waaraan het stadhuis ligt met daarnaast het H.C. Andersen- standbeeld. Het is een groot beeld met daarop een QR-code, waarmee je Hans naar je eigen smartphone kunt laten bellen.

Aan de overkant van de weg ligt Tivoli. Na het strenge coronabeleid in Duitsland is het een herademing om in Denemarken te bivakkeren. Nergens mondkapjesplicht en nergens hoeven in te loggen met de corona check app. Sterker nog: de dag erop - op 9/11 nog wel - vervallen alle coronabeperkingen, wat waarschijnlijk heeft te maken met de grote vaccinatiebereidheid in dit land. De entree in een van de oudste attractieparken ter wereld geschiedt dus heel relaxed. Het park werd in 1843 opgericht door Georg Carstensen. In de vijftiger jaren bracht Walt Disney er een bezoek om inspiratie op te doen voor de bouw van het eerste Disneypark. Met zijn 25 attracties is het geen groot park, maar wel supermooi aangelegd met mooie tuinen en gebouwen in de stijlen van verschillende landen. Het fijne is dat het voor iedereen toegankelijk is tegen een betaalbare prijs, omdat je alleen betaalt voor datgene waarvan je gebruikmaakt. Dat wil zeggen bij de ingang koop je een entreekaartje en voor elke attractie betaal je later apart. Behalve attracties zijn er meerdere eetgelegenheden, speeltuintjes, grasvelden en live entertainment. In de zomermaanden staat er een podium waar concerten worden gegeven.

Na Tivoli fietsen we naar Nyhavn, waar de oudste huizen zijn te vinden. De meeste zijn meer dan driehonderd jaar oud. Het oudste, op nummer 9, werd gebouwd in 1681. Ook Hans Christian Andersen heeft hier in verschillende optrekjes gewoond. Nyhavn maakt deel uit van ons rondje om de stad, waarna we terugkeren naar de kern. We zetten de fietsen neer in de Fiolstræd bij de Universiteitsbibliotheek, de belangrijkste onderzoekbibliotheek van Denemarken. Het is gebouwd naar neogotisch ontwerp; het gebruik van rode bakstenen luidde een nieuwe, onderscheidende trend in de Deense architectuur in. Verder is het design van Herholdt geïnspireerd op de West-Europese architectuur, en wel met name op de Noord-Italiaanse kathedraalarchitectuur. In eerste instantie dacht ik dan ook met een kerk van doen te hebben. Via de Jorks passage komen we in het Strøget voetgangersgebied, het meest centrale gedeelte van de stad. Op het plein staat een aantal mooie gebouwen, waarvan de oudste dateert uit 1616, maar het is de Ooievaarfontein die hier echt domineert. Sinds 1950 is het een traditie dat iedereen die pas is afgestudeerd als verloskundige een dansje rond de fontein maakt.

Na een enerverende dag fietsen we terug naar de camperplaats, daarbij veel fietsers met een soort kleine neksteun passerend. Naderbij gekomen blijkt in de taps toelopende achterkant een rits te zitten, waardoor ze als nektasjes zouden kunnen worden omschreven. Echter op internet heb ik hier niets over kunnen vinden.

De dag erop regent en waait het, zodat het minder erg lijkt om de terugreis te aanvaarden. We besluiten voor een weerzien van het Deense Odense en het Duitse Flensburg. Van beide steden denken we nog niet alles te hebben bekeken. In Odense komen we echter niet verder dan Rosengårdcentret, met 144.000 m² vloeroppervlak en meer dan 150 winkels, restaurants, een bioscoop en een fitnesscentrum het grootste winkelcentrum van Denemarken. We eten er een heerlijke pizza met zalig knapperige in de schil gebakken patatjes op de Food Avenue. Bij het verlaten van het winkelcentrum zien we dat onze fietsen zijn omgevallen. Rienks remkabel is gebroken. Zijn fiets is gelukkig nog wel bruikbaar, maar we moeten binnenkort wel omzien naar een reparateur.

Een dag later gaan we verder naar Flensburg en willen onderweg enkele levensmiddelen inslaan. Er zijn verschillende supermarkten in Denemarken, waarvan Rema 1000 ons het bekendst is, althans deze keten kennen we van onze reis naar de Noordkaap waar we in het Noorse Kautokeino een filiaal hebben aangedaan. Dat deze supermarkt ook in Denemarken is vertegenwoordigd is nieuw voor ons. Rema 1000, de Lidl en Aldi zijn overigens de enige supermarkten die als zodanig herkenbaar zijn. De andere ketens kom je spontaan tegen als je denkt een kledingzaak of tuincentrum te zijn binnen gegaan, waar helemaal achteraan de levensmiddelen liggen uitgestald. In een van de schappen zien we een krant met op de voorpagina een afbeelding van duizenden in groene hesjes gestoken mensen op de Grote Beltbrug die we twee dagen eerder zijn gepasseerd. Omdat ik de bijbehorende Deense tekst niet kan ontcijferen, vraag ik aan een winkelende klant of het soms om een marathon gaat. Ik leg hem uit dat we deze enorme mensenmassa vanaf de brug hebben gezien en er via internet niet achter kwamen wat daar aan de hand was. De man steekt zijn duim omhoog: "Yes, this was a marathon". Zo zie je maar dat een supermarkt ook een goede plek is om een land op meerdere punten dan alleen etenswaren te leren kennen, waarschijnlijk beter dan in een attractiepark.

Commentaren: 1
  • #1

    Sophie (woensdag, 15 september 2021 16:41)

    Wat een leuke uitsmijter!
    Weer graag een stukje meegereisd.

42. Camperplaatsen van uiteenlopend karakter

Aanvankelijk is het de bedoeling Flensburg even aan te doen om wat boodschappen in te slaan, maar de weg naar de Lidl is zo verrassend dat we besluiten een bezoek aan het centrum te brengen. De Noord-Duitse stad ligt in een heuvelachtig gebied, aan een fjord dat uitmondt in de Oostzee. Op nog geen tien kilometer van de Deense grens, waardoor het een mix is van zowel de Deense als de Duitse cultuur. We treffen dan ook veel Denen die hier hun inkopen doen, omdat het in Duitsland nu eenmaal allemaal een stuk goedkoper is. Wat verder opvalt zijn de prachtige huizen, in allerlei kleuren. Boven één straat hangen de elektriciteitskabels vol met oude schoenen. Ik heb me laten vertellen dat dit verschijnsel op twee manieren uitlegbaar is. Ten eerste voor jongens die hun maagdelijkheid hebben verloren, en ten tweede uit respect voor oorlogvoerende soldaten.

Aan de rand van de stad is een grote gratis camperplaats met nu eens niet alleen campers uit Duitsland, maar ook uit Denemarken, Noorwegen en Zweden. Het ligt recht tegenover het winkelcentrum Citti-park en naast een tankstation, waar we uitkijken op een zuil met steeds verspringende verkoopprijzen, zodat we ons een beetje op Wallstreet wanen waar de beurskoersen even rap wisselen als de brandstofprijzen hier, terwijl de felle verlichting 's avonds van het winkelcentrum juist weer meer aan de Strip in Las Vegas doet denken. Enfin, als we 's ochtends worden gewekt door een alledaagse grasmaaier staan we weer met beide benen op de grond in Duitsland.

Met camperplaatsen kan het trouwens raar lopen. Staan we dus eerst in Flensburg op een groot camperveld recht tegenover een winkelcentrum waar het verkeer voortdurend voorbij raast, een paar uur later komen we in Odense terecht op een stille doodlopende weg op een bedrijventerrein, naast een bedrijf dat handelt in caravans. Eerst denken we nog dat we een fout hebben gemaakt met de navigatie en het bedrijf voor een camperplaats hebben aangezien, maar dan blijken er twee kleine camperbordjes op een groot grasveld voor het bedrijfshek te staan. Om de hoek ligt een fiets/wandelpad dat het begin is voor een acht kilometerlange tocht naar het centrum. Beter kunnen we het niet treffen, zo in alle rust en ruimte staan en tevens een goede uitvalbasis naar de stad.

In het centrum van Odense lijken we ons in een sprookje te begeven en dat is natuurlijk niet zo verwonderlijk als je weet dat Hans Christian Andersen hier is geboren. We fietsen naar zijn geboortehuis, midden in een wijk met snoeperige huisjes in allerlei pastelkleurtjes in straten met kinderkopjes. Van enkele van zijn sprookjes staan beelden in de stad. Bij één – die van de standvastige tinnen soldaat – drinken we koffie. Een stukje verderop staat het raadhuis, dat me qua architectuur doet denken aan Italië; net zoals het grote beeld van een naakte vrouw dat ervoor ligt, Oceania genoemd. Is zij de vrouwelijke versie van de gevallen Icarus voor de Tempel van Concordia in Agrigento op Sicilië? Nee, dat lijkt mij te veel eer voor deze sculptuur, maar zij doet me er wel aan denken.

Terug bij de camper dromen we weg in de zon. De volgende ochtend worden we opnieuw gewekt door een grasmaaier. Een lekker ontbijt en een frisse douche is wat erop volgt. Daarna zetten we koers naar ons eindpunt Kopenhagen. We gaan over de Grote Beltbrug die maar liefst achttien kilometer lang is, en in feite uit twee verschillende bruggen bestaat. Twee weken geleden gingen we met de fiets over de Zeelandbrug, wat een gigantisch stuk leek. Deze brug is bijna vijf keer zo lang en verbindt het eiland Funen, waar Odense op ligt, met Seeland, het grootste eiland van Denemarken met de hoofdstad Kopenhagen. Op deze brug geen fietsers, maar wel een trein. Het uitzicht over de immense watervlakte wordt halverwege onderbroken door een klein eilandje, Sprogø genaamd. Er zijn resten van gebouwen uit de 12e eeuw, waaronder een fort. In 1868 werd er een vuurtoren neergezet en tussen 1923 en 1961 werd het eiland gebruikt voor de gedwongen opvang van vrouwen die seksueel losbandig leefden om zo ongewenste zwangerschappen te voorkomen. Nu heeft het eiland geen permanente bewoners meer en is het een natuurreservaat dat in gebruik is genomen door de eigenaar van de Grote Beltbrug.

Inmiddels is de temperatuur gestegen naar 28 graden. Dit samen met de gele verdorde akkers, waar we langsrijden, doet meer denken aan Spanje dan aan Scandinavië. Ons doel is een camperplaats in de Kopenhaagse haven. Daar waren we ook in 2015, op weg naar de Noordkaap. Het is geen goedkope camperplaats en daarom jammer dat er geen voorzieningen zijn voor het legen van het cassettetoilet. Gelukkig zijn er tankstations langs de snelweg waar je voor deze zaken wel terecht kunt, ook voor drinkwater en het lozen van grijs water.

In Kopenhagen op de pier naar de camperplaats gaat het Spanjegevoel verder. Het zijn de strakblauwe lucht en het heldere water dat mensen naar de zee lokt. Lekker zonnen op het strand of in het gras, varen met de boot en zwemmen. Als je nog geen vakantiegevoel zou hebben, krijg je het hier spontaan. Vlak voor de slagboom naar het camperterrein springt een bruinverbrande man in zwembroek voor de auto. Hij heeft lang grijs haar en een witte sticker midden op de borst. In onberispelijk Engels legt hij uit waar we een ticket kunnen kopen en op welke plek we mogen staan. Hij wijst naar een veld met kiezelstenen met twee rijen campers achter elkaar. We zijn spekkoper: nog één plekje op de voorste rij met voor ons een uitzicht op honderden kaarsrechte masten oprijzend vanuit dobberende zeilboten. Het water en de lucht houden een wedstrijd in blauw zijn. Zo kan een camperplaats er dus ook uitzien. 

Commentaren: 0

41. Buitenlands vakantiegevoel

Na een korte pauze gaan we verder waar we vorige keer zijn gebleven. Dat wil zeggen: een klein stukje oostelijk van Leer, namelijk Westerstede. We staan er op een drukke camperplaats, als enige buitenlander tussen de Duitsers. Rondom ons heen zijn veel kwekers gevestigd, een echt tuinbouwgebied dus. Het centrum is om de hoek en dat ziet er heel gezellig uit met ontzettend veel bloemen en rode bestrating. Aan de Markt met het Rathaus en de Sint-Petruskerk, geflankeerd door enkele grafstenen, houdt de Marktfrau als sculptuur alles en iedereen nauwlettend in de gaten.

Kortom, Westerstede is een vredig en rustig begin.

Het echte vakantiegevoel start in Bremerhaven, de volgende plaats die we aandoen. Ook hier een druk bezette camperplaats tussen alleen Duitsers, maar deze keer met een prachtig uitzicht over de Weser en de stad in de verte. We staan op een plek in het havengebied omringd door rozebottels, want ja, de herfst is in aantocht. Bomen, met de kastanjes voorop, beginnen al te verkleuren. Ik houd ervan, net als van de zee en de havens en geniet dan ook met volle teugen van het meeuwgekrijs dat daar onlosmakelijk mee is verbonden.

Bremerhaven vormt met het 53 km zuidelijker gelegen Bremen de deelstaat Vrije Hanzestad Bremen. In Bremen waren we eerder en dat vond ik destijds best leuk, maar nu ik in Bremerhaven ben, moet ik zeggen dat ik het hier nog leuker vind. Vlakbij ons plekje ligt de Fischereihafen, waar we starten met onze ontdekkingstocht op de fiets. Zoals de naam al doet vermoeden, draait hier alles om vis. In de oude visafslagen zijn tientallen visrestaurants te vinden. Met een bescheiden marktje, muziek, shantykoortjes en enkele middelgrote boten heerst er een gezellig sfeertje.

De fietstocht gaat verder naar het Klimahaus, een mooi staaltje architectuur van glas waarin een interactief centrum over weer en klimaat is ondergebracht, met aansluitend een outletcenter. Op zich is die outlet mooi gedaan met nagebouwde oude huisjes maar wel op zo'n manier zoals je vaker ziet op zulke locaties, onder andere in Roermond. Naast dit gebouwencomplex staat het Atlantic Hotel Sail city met zijn honderdveertig meter het hoogste gebouw van de stad. Op de 20e en 21e verdieping geniet je op het uitkijkplatform van een panoramisch uitzicht over vooral veel water, want hier ligt niet alleen de Weser, maar ook de Oude Haven met een knots van een onderzeeër en de Nieuwe Haven met langs de boulevard het zogenoemde Segelschulschiff dat is te bezichtigen. Vanuit het glazen Klimahaus loopt een glazen tunnel over de Oude Haven en een drukke verkeersweg heen naar het Columbus Shopping Center en de lange winkelstraat, de bürgermeiser-Schmidt-Strasse, erachter. Deze straat is opgefleurd met duizenden vlaggetjes van de ene kant naar de andere. Hoe verder je komt, des te meer emigranten je tegenkomt en dat is ook aan het winkelbestand te zien. Het is mooi weer en het buitenleven in volle gang, zodat je op deze plek in de noordelijke havenstad ook nog iets van een mediterrane sfeer mee krijgt.

Met in de avond siervuurwerk boven de Fischereihafen is ons buitenlands vakantiegevoel dan ook helemaal compleet. Maar het kan nog groter, nog intensiever, en vooral nog drukker. Dat merken we de volgende middag als we in Hamburg aankomen. Niet vlakbij het station, zoals een paar jaar geleden toen we op één lange, saaie winkelstraat uitkwamen waardoor we Hamburg deze keer bijna wilden overslaan, maar in het havengebied, vlak bij de 135 meter hoge en ruim drieënhalve kilometer lange Köhlbrandbrücke. Een brug vol met stilstaand en langzaam rijdend verkeer. Wij gaan langs de huizenhoge opeenstapeling van containers via de bijna even lange Elbetunnel, waar de verkeerssituatie al niet veel beter is. En ook verderop in het centrum is het een chaos. Een van de twee camperplaatsen die we op het oog hebben, is opgeheven en de andere staat vol. Wat we onderweg aan winkels, gebouwen en restaurants zien bevalt ons zeer, maar nog liever zoeken we de rust op die hier ver te vinden is. Hamburg is namelijk de op een na grootste stad van Duitsland en we moeten dan ook eerst tientallen kilometers door de bebouwing heen, voordat we de eerstvolgende camperplaats in Kaltenkirchen bereiken. En ook daar is het druk. Wegomleggingen, files en bovendien vanwege een jaarmarkt de camperplaats ontoegankelijk.

We proberen naar Neumünster te navigeren, echter het navigatiesysteem komt er niet uit. Telkens worden we naar de afgezette gebieden gestuurd en rijden we meerdere keren hetzelfde rondje. Het begint op te vallen. Tot twee keer toe tikt een fietser op Rienks raampje om te vragen of hij ons kan helpen. Bij de eerste man blijft het bij een poging, maar de tweede heeft, zoals hij zelf zegt: een goed idee voor ons, en wijst naar een verderop gelegen recreatiegebied midden in het bos, met bij de tennisbaan een grote parkeerplaats waar we kunnen overnachten. Illegaal weliswaar, iets waar wij in principe niet van houden omdat je nooit weet of er 's nachts niet ineens een aantal boa's op je deur klopt. Maar deze keer beschouwen we de overtreding als overmacht. En dat versterkt ons buitenlands vakantiegevoel volledig.

Commentaren: 1
  • #1

    Sophie (woensdag, 08 september 2021 12:40)

    Ik zou dat ook niet durven, illegaal ergens overnachten maar inderdaad dit was overmacht.
    Ik ben weer graag met jullie meegereisd.

40. Herinneringen

Het is alweer zes jaar geleden dat het biermerk Grolsch vierhonderd jaar bestond en dat ik ter gelegenheid daarvan met 399 andere kunstenaars van over de hele wereld werd uitgenodigd deel te nemen aan het evenement Grolsch 400 Workshop. De opdracht was om in Amsterdam - in het hart van de creatieve wijk van de stad, uitgerust met een winkel voor kunstbenodigdheden, schildersezels, doeken, een bar, een amfitheater, een food court en de hele dag door dj-sets - een hulde te brengen aan de Grolsch beugelfles. De zo ontstane individuele kunstschilderwerken vormden samen een campagnemozaïek bedoeld als kern van de wereldwijde consumentencampagne. Omdat ik daar leuke herinneringen aan heb en wij nu vlak bij het plaatsje Groenlo op de camperplaats staan, is het een goede gelegenheid om de geboortegrond van Grolsch te betreden. Willem Neerfeldt heeft dit bekende biermerk namelijk voor het eerst in 1615 in Groenlo gebrouwen. De naam Grolsch staat voor het bijvoeglijke naamwoord van Grolle, de oude naam van Groenlo. De brouwerij heet dan ook officieel Grolsche Bierbrouwerij.

We zien al gauw dat Grolsch hier nog altijd de boventoon voert. Op zowat elke gevel hangt wel een reclamebord en natuurlijk is er het Grolsch mini-museum Brouwhuys De Lange Gang, gevestigd in het ‘geboortehuis’ van Grolsch aan de Kevelderstraat, dat in 1615 door aartsvader Willem Neerfeldt werd gekocht om er een brouwerij te vestigen. Een mooi wit huis en een heel verschil met de grote brouwerij in Enschede van tegenwoordig waar we de volgende dag langsrijden.

Omdat we na ons bezoek aan Groenlo nog slechts een kleine week hebben voordat ik me in Koudum moet melden voor het borstkankerbevolkingsonderzoek, besluiten we de tussenliggende tijd te besteden aan het bezoeken van vrienden en familie in Gouda en Kats. In Gouda zijn we vaker, Kats is alweer een hele poos geleden, zodat we daar de omgeving op de fiets willen gaan verkennen. We beginnen in Colijnsplaat, een dorp met veel oude huisjes en een gezellige haven aan de Oosterschelde. Even voor het plaatsje passeren we het monument voor de Verdronken Dorpen. Het schijnt te gaan om minstens 120 verdronken kerkdorpen in Zeeland, inclusief enkele stadjes; dus dat zijn er nogal wat. Als je zo op de fiets zit en je kijkt naar het heldere blauwe water met daaroverheen de Zeelandbrug, kun je je al deze ellende van vroeger bijna niet voorstellen, zeker niet met het zonnetje en de prachtige wolkenformaties in de staalblauwe lucht erboven. Doch hier leeft de herinnering nog altijd voort.

In Colijnsplaat staan aan weerszijden van de dwars door het dorp lopende winkelstraat mooie hoge bomen. Een prachtig gezicht, zeker met aan het eind van de straat de witte Nederlands Hervormde Kerk waar je recht op af rijdt. Omdat het lunchtijd is, zijn we op zoek naar een warme hap, maar alles is gesloten. Het alternatief is Zierikzee, dat op Schouwen-Duiveland ligt, wat betekent dat we over de Zeelandbrug mogen en dat is echt geweldig! Eigenlijk heette de Zeelandbrug die in 1965 is gebouwd, de Oosterscheldebrug. Vanaf de oplevering tot 1972 was het de langste brug van Europa. Meer dan vijf kilometer over het blauwe water, dat door de hoge brug diep onder je ligt en waardoor het lijkt alsof je vliegt. Een heel mooie ervaring, waar we toch ook weer worden geconfronteerd met een verdrietige gebeurtenis uit het verleden. Na een frontale aanrijding in 1993 raakte een bijrijder van een bestelbus namelijk te water en is nooit meer teruggevonden. Ter nagedachtenis aan hem hangt aan de brugreling een herinneringsplaquette.

En zo raken we dan aan de overkant, waar we de laatste kilometers naar Zierikzee afleggen. Ik denk me op bekend terrein te begeven, maar als ik terugreken is het alweer ruim tien jaar geleden dat ik meedeed aan de tiendaagse Kunstschouw op Schouwen-Duivenland met als expositie locatie Scharendijke. Tijdens mijn verblijf bezocht ik Zierikzee, maar kwam er op een heel ander punt binnen dan nu, zodat ik er in het begin weinig van herken. Deze keer maken wij de entree via een ophaalbrug en de Noord- en Zuidhavenpoort, en komen daarna pas bij de winkeltjes, boetiekjes en galerieën terecht. Destijds was dit juist mijn beginpunt.

Helaas hebben we veel te weinig tijd om alles goed te bekijken, omdat we op tijd terug moeten zijn op de camperplaats. Vanaf twee uur 's middags arriveren de volgende gasten en moet de door ons gereserveerde ruimte vrij zijn. Jammer, maar we komen zeker terug. De brug en het kleine stadje aan de Oosterschelde met maar liefst vijfhonderd monumenten heeft ons te pakken. Als ik de foto's die ik onderweg heb gemaakt op de sociale media post, reageert een oud-collega van een bedrijf waar ik vijfendertig jaar geleden als verkoopmedewerkster binnendienst werkte: zij woont vlak bij Colijnsplaat. Ze vraagt of ik de volgende keer een kop koffie bij haar kom doen. En zo zie je maar: het maakt niet veel uit waar je bent, herinneringen liggen overal, zeker als je wat ouder wordt.

Commentaren: 1
  • #1

    Sophie Dijkgraaff (vrijdag, 03 september 2021 19:42)

    Wat leuk om op deze manier iets te leren over een biermerk.
    Je stukje is weer fijn om te lezen!

39. Circus

Ons eendaagse buitenlandtripje naar Leer zit er op. We moeten terug naar Nederland, waar we een aantal afspraken hebben. Het snel achter elkaar opbreken, rijden en inrichten is inmiddels een routine te worden, en heeft het karakter van een zich steeds verplaatsend circus. Toch kunnen we het niet vermijden dat we ook wel eens iets vergeten, zoals de elektriciteitskabel uit de stekker te trekken of het losse aanrechtblad c.q. snijplank over de gootsteen te leggen of de douchekop goed vast te zetten, zodat we aan het begin van een rit nog wel eens worden opgeschrikt door een enorme knal. Maar ook dit went.

Ter hoogte van Emmen rijden we Nederland binnen en we gaan direct door naar Appelscha. De camperplaats die we op het oog hebben, is bezet, en we gaan verder naar Elsloo. Op weg daar naartoe passeren we een spiksplinternieuwe camperplek, pal naast de drukke weg waarop we rijden. Er is nog één plekje vrij. Hoewel het geen ideale locatie is, gaan we er voor. Het is per slot van rekening hoogseizoen en dat betekent in deze contreien topdrukte.

Na de koffie maken we een prachtige fietstocht over de velden, waar de heide al voorzichtig in bloei staat. Een mooie afsluiting, want de volgende dag gaat het echt huiswaarts. We brengen er een goede week door. Ik ben bezig met een nieuw kunstproject, waarvoor ik wat meer ruimte nodig heb dan in de camper.

Daarna gaat het circus weer van start, met opnieuw een paar dagen Duitsland op het programma. Het plan is om op de zondag te vertrekken, maar daar zijn de weersomstandigheden niet op berekend. Boven Friesland is een heuse wolkbreuk ontstaan, met Stavoren - vier kilometer van ons vandaan - als kern. Straten en tuinen komen blank te staan. Het water gutst met sprongen uit ons toilet, terwijl ook het doucheputje dansbewegingen begint te maken. Zo veel water in zo'n korte tijd heb ik niet vaak meegemaakt. We houden de buienradar nauwkeurig in de gaten, beiden gespitst op een minder nat moment waarin we de fietsen en bagage naar de camper kunnen brengen. Ons verrijdbare huisje staat namelijk niet voor de deur, maar een stukje verderop, even buiten het dorp naast een boerderij. Echter, telkens als we op Buienradar kijken, verspringt de aangegeven tijd dat de regen op zal houden. Dit herhaalt zich zo vaak en duurt zo lang dat we besluiten niet nu maar de volgende dag te vertrekken, en dan - is dat nou niet altijd zo? - houdt de regen ineens even op. Hooguit tien minuten, maar dat is precies genoeg om de fietsen droog in de campergarage te krijgen. Daarna begint het weer volop te hozen.

Omdat het al halverwege de middag is en we niet veel zicht hebben op de weg, gaan we niet verder dan Zwolle. We parkeren er op een mixparking tegenover een basisschool en wachten daar voorlopig de laatste bui af, waarna we nog een uurtje hebben om in het centrum te winkelen. De volgende ochtend worden we gewekt door open- en dichtslaande autoportieren, opgewekte kinderstemmen en vermanende vaders en moeders. Het is de eerste schooldag in het noorden, dus iedereen heeft elkaar veel te vertellen. Het duurt dan ook best een poos voordat de laatste ouders het schoolplein hebben verlaten. En terwijl wij aan het ontbijt zitten, stormen de eerste kleuters naar buiten om te spelen in het zonnetje.

Na Zwolle is de volgende bestemming Zwillbrock, net over de Duitse grens. Met de camperbus zijn we daar eerder geweest en dat was goed bevallen. Je staat er helemaal gratis, in een mooi groot groen veld omgeven door hoog mais. Dit staat heel hoog, veel hoger dan in Nederland, en daarbij ziet het gewas er ook nog eens lekker fris uit, zonder één enkel geel blad. Tien kilometer verderop bij een sportcentrum in Vreden bevindt zich een sanistation dat eveneens kosteloos is te gebruiken.

In Zwillbrock dus geen voorzieningen, maar wel het klokkengelui van de barokke rooms-katholieke Sint-Franciscuskerk en de directe nabijheid van een prachtig natuurgebied, waar ook nog eens een hele groep flamingo's is neergestreken. Vorige keer waren ze veel te ver weg en kreeg ik ze niet op de foto, nu kunnen we dichterbij komen en heb ik bovendien behalve de smartphone ook mijn camera mee zodat ik kan inzoomen. Het levert prachtige plaatjes op.

Vanuit het natuurgebied fiets je zo het plaatsje Vreden in, dat aan de rivier de Berkel ligt. Aan de oever, in het stadspark, bevindt zich een historische boerderij die uit elf gebouwen bestaat. Zij zijn uit verschillende plaatsen in het district Borken daarheen gebracht en geven als groep een inkijkje in de historische bouw-, levens- en arbeidswijze van middelgrote boerderijen in Westmünsterland. De boerderij staat tegenwoordig onder monumentenzorg en wordt niet meer uitgebreid.

We gaan verder naar het winkelgebied waar de Markt compleet op zijn kop staat met bijna alle gebouwen rondom het plein in de steigers. We drinken een koffie en thee op een terras in een van de winkelstraten, kopen daarna wat herfstversiering voor de camper en hervatten vervolgens de fietstocht die ons aan de rand van het centrum langs een soort kringloopwinkel voert. Rienk ziet twee identieke houten kastjes met marmeren bovenblad staan die het zeer goed zouden doen als onderstel voor onze ietwat uit de kluiten gewassen televisie. Voorheen hadden we hem altijd aan de muur hangen, maar daar is in het huisje in Molkwerum niet echt plek voor.

Als we de winkel willen betreden, merken we dat de coronaregels hier nog behoorlijk veel strenger zijn dan in Nederland. Er mogen slechts vier personen de winkel in, alleen met een mondkapje en gedesinfecteerde handen. Bij de ingang staat een stoplicht. We moeten best een tijdje wachten, want er staat een kleine rij mensen buiten. Ondertussen nadert een slechtziende man, in zijn hand een stok met aan het uiteinde zo'n balletje waarmee hij de omgeving aftast. Het blijkt een bekende in Vreden te zijn. Desondanks kan niemand verhinderen dat hij opbotst tegen Rienks fiets die hij keurig netjes op de aangegeven plek had geparkeerd. Nadat Rienk de man de goede looprichting heen heeft gedirigeerd, loopt hij aan het eind van de straat bijna een grote openstaande vuilcontainer in. Als het niet zo treurig zou zijn, zou je bijna denken dat hij deel uitmaakt van ons circus en een slapstickrol vervult. En o ja, de kastjes blijven op hun plek, zij dienen slechts als etalagemateriaal.

Commentaren: 1
  • #1

    Sophie Dijkgraaff (zondag, 29 augustus 2021 13:24)

    Heerlijk om jullie reisverslagen te lezen.
    Duitsland is inderdaad veel strenger met de coronamaatregelen. Ik liep per ongeluk zonder een mondkapje een tankstation binnen. Niet vriendelijk werd ik naar buiten gestuurd...

38. Eerste buitenlandse overnachting

Bad Nieuweschans leek een bijzondere plaats en vooral geschikt om er tijdens de regenbuien in de camper naartoe te rijden om zo alvast een beetje Duitsland op te snuiven. Het is namelijk de meest oostelijk gelegen plaats van Nederland en de meest noordelijk gelegen grensplaats. Bad Nieuweschans herbergt thermale (bronnen)baden, sauna's en wellnessfaciliteiten en heeft bovendien nog een aantal andere bezienswaardigheden. Maar of het nu door het trieste weer komt of door iets anders, deze stad kan ons niet bekoren. De omgeving is wel de moeite waard. Vooral de talrijke grote en vooral hoge monumentale boerderijen zijn de moeite waard.

Ons volgende doel is Veendam, de op een na grootste stad van Groningen, en vanwege de ruimte, het groen en de waterpartijen in het centrum ook wel 'Parkstad' genoemd. Een extra toevoeging vind ik de kunstig weergegeven krijttekeningen in 3D.

Na dit uitstapje rijden we verder in westelijke richting, naar Borger waar we vorig jaar juni op een camperplaats stonden, pal naast de aardappelvelden. Daar aangekomen blijkt het camperveld te zijn afgesloten. Het gras is te nat en de bodem doordrenkt.

In Eext op de Drentse Hondsrug hebben we meer geluk. Daar zijn op een gigantisch grote familiecamping een paar camperplekken vrij. Ze zijn een beetje weggestopt in kleine haventjes, ingesloten door begroeide geluidswallen, wat naast de drukke weg niet geheel overbodig is. We zetten de camper met zijn snoet in een hoek, waardoor het lijkt of hij straf heeft. Geen topplek dus. Hoewel het in eerste instantie niet geweldig lijkt, is het hier toch leuk toeven. Zeker wanneer het - nadat de zon is doorgebroken - knap warm wordt en wij zomaar in de schaduw blijken te staan.

De camping maakt deel uit van een cultuurhistorisch wandelspoor, het tracé van de voormalige spoorlijn Assen-Stadskanaal. Wat er nog van over is, is een vrijwel geheel bewaard gebleven oude spoordijk van ongeveer 25 kilometer lang die als prachtig voetpad door het afwisselende landschap loopt. Vlak bij onze camperplaats staan ook nog vier oude treinwagons, met mos begroeid. Twee doen er dienst als restaurant met aansluitend een sanitaire ruimte. Aan het begin van het terrein, bij de snackbar, ligt de voormalige Eexterhalte.

Wonder boven wonder blijk ik daar ook ineens de DigiD-app op mijn Huawei-toestel te kunnen downloaden, iets wat de afgelopen dagen een onmogelijke zaak leek. Nu hoeven we alleen nog even contact te maken met de nieuw gekochte smartphone met daarop de corona check app en we kunnen naar Duitsland zonder eerst de corona SMS-code thuis op te hoeven halen. Wat een feest. Het wordt het eerste buitenlandse ritje van ons huisje op wielen. En al is het maar voor een dag, omdat we aan het eind van de week een aantal afspraken in Heerenveen hebben, we zijn helemaal door het dolle. We maken ons gelijk rijklaar met de stad Leer als doel. We treffen het: 't is een prachtige dag met veel zonneschijn. Nu nog een plekje voor de camper en wij kunnen aan de wandel. Maar zo makkelijk gaat het niet. Op de camperplaats die we in Leer op het oog hebben, kunnen we niet komen. Op de aangegeven route ligt namelijk een te smalle brug.

We wijken uit naar Logabirum, een dorp zes kilometer ervandaan. Daar is een heel aparte camperplaats met aan het eind van een enorme oprijlaan een gigantische molen en ook nog eens twee masten met ooievaarsnesten. Ook houden ze er kippen, heel veel kippen, die loslopen op een afgebakend veld. Onder de molen zit een houtzagerij en verder is er een boerderij met een prachtig aangelegde tuin waarin een tafeltje met eieren die je kunt kopen. Ernaast ligt het sanitairgebouw en een zogenaamd 'backhus', dat onderdeel uitmaakt van een rondleiding. We blijken bij een toeristische attractie te zijn beland.

De camperstaanplaatsen liggen verscholen achter de boerderij en de molen, en zijn aangebracht op een groot vierkant grasveld met rondom huizen. Op het veld staan zeven andere campers, allemaal Duitsers. We sluiten ons aan in de rij en komen bijna binnen te staan bij de achterbuurvrouw van de camperplaatseigenaresse, zodat we letterlijk kunnen zien wat voor eten er op de borden ligt. Voor de rest is het een zoek-maar-uitpakket met een vuilcontainer verstopt in de verste uithoek van het perceel. De loosplaats voor grijs water en het sanitair station om de toiletcassette te legen kan ik niet vinden. Die blijken weggemoffeld onder een metalen plaat, vertelt de eigenaresse me de volgende ochtend als ik afreken om te vertrekken. Ze voegt er direct aan toe dat we er geen gebruik van kunnen maken, omdat er zojuist een bus met toeristen is gearriveerd en de chauffeur het voertuig precies naast deze plaats heeft geparkeerd. Echt vriendelijk klinkt ze niet. We vinden het dan ook niet erg om te vertrekken, ook al is Leer een gezellige stad met een lange winkelstraat en een schilderachtige oude binnenstad, compleet met een historisch raadhuis en museumwijk. Bovendien is er een oeverpromenade langs de rivier de Leda die uitmondt in de Eems. Maar wat ons in deze stad het meest opviel is de hoeveelheid mensen dat rookt; dat zie je in Nederland echt een stuk minder. Misschien heerst er in Duitsland meer stress? Als ik naar de camperplaatseigenaresse kijk, zou dat zomaar kunnen.

Commentaren: 1
  • #1

    Sophie (maandag, 16 augustus 2021 13:08)

    Leuk stuk, moest glimlachen om de laatste zinnen.

37. Zonder corona check app in de regen

Nadat hij drie weken als verhuiscamper heeft gefunctioneerd, ontheffen wij ons huis op wielen van zijn dubbele taak en trekken we er weer op uit zonder extra bagage. De eerste plaats die we aandoen is Niawier. Daar waren we eerder, in het vroege voorjaar. Toen stonden er vier campers en nu zijn we in het hoogseizoen en staan we er in ons eentje.

Het is broeierig warm als we vroeg in de middag van Niawier naar het nabij gelegen Dokkum fietsen. Tussen de wispelturige wolken aan het firmament schijnt de zon zo af en toe, zodat we ons vooralsnog geen zorgen maken over een nat pak. Die zijn er pas later, als we buiten bij de camper nasi eten. De eigenaresse van de camperplaats heeft ons een halfuur eerder al gewaarschuwd. De lucht zag er volgens haar niet goed uit. We konden de camper beter vanuit het gras naar het verharde stuk verplaatsen, wilden we straks niet vast komen te zitten, waarschuwde ze. Wij dachten dat het zo'n vaart niet zou lopen en besloten eerst ons eten op te eten met als gevolg een bord natte nasi en glibberende banden in het gras.

De volgende dagen blijft het weer wisselvallig. We rijden door naar Groningen, naar Kardinge, waar we ook al eerder zijn geweest. De eerste dag zijn we door de regen tot de camper veroordeeld, de dag erop schijnt de zon en worden we gewekt door een sportevenement. Vroeg uit de veren betekent vroeg op de fiets naar het centrum, op zoek naar een goede dunne regenjas waarin je niet transpireert. Dat wordt 'm niet, maar dat is voor deze dag niet erg, want het is pas in de avond dat de regen, bliksem en donder losbarsten. Vanuit de camper is het heftige weer boven het lange wuivende riet een prachtig gezicht. We genieten van de lange witte sliertwolken tegen de donkere achtergrond met daartussen oranje en geelgekleurde bliksemschichten. Door de donderslagen is het geluid van de televisie onhoorbaar en daarmee bombarderen we het schitterende uitzicht om ons heen tot nieuwe kijkbuis. Verder benutten we onze tijd met het downloaden van de corona check app, dat bij Rienk wel lukt maar bij bij niet. Het kan toch niet zo zijn dat mijn smartphone die ik in juni vorig jaar hebt gekocht al is verouderd, vraag ik me verontwaardigd af. We spelen de vraag door aan een medewerker van Cool Blue. Hij denkt dat het ligt aan het merk Huawei waar de afgelopen tijd veel om te doen is. Er zit weinig anders op dan een nieuwe telefoon te kopen, wat trouwens geen overbodige luxe is want Rienk heeft die van mij overgenomen toen ik een nieuwe kreeg. Eentje die nadat ik hem in 2018 met het scherm op een stenen vloer heb laten vallen, van barsten aan elkaar hangt en dus bijna uit elkaar valt.

Tussen de buien door fietsen we met ons nieuwe speeltje naar de camper in de veronderstelling dat we de volgende dag met onze corona check apps naar Duitsland kunnen. We zijn immers beiden twee keer gevaccineerd. Maar helaas: het lot beschikt anders. Ooit heb ik aangegeven bij mijn DigiD geen SMS-identificatiecode te willen. Die had ik niet nodig, ook nooit nodig gehad; tot nu dus. En laat het nou zo zijn dat de overheid deze code alleen naar ons vaste woonadres wil sturen. We zullen dus terug naar huis moeten. Dat dit al zo snel na de verhuizing zou zijn, hadden we niet voorzien. De buitenlandplannen moeten nog even in de koelkast blijven.

Ondertussen vermaken we ons met het bezoeken van plekjes dicht bij de grens en strijken we in Winschoten neer, bij de haven. Net als in Niawier en Groningen ook hier heel weinig campercollega's. We worden verwelkomd door een Nederlandse vrouwelijke camperaar die in Duitsland woont. Zij neemt de honneurs waar voor de havenmeester die momenteel ergens anders is. We kennen haar wel, want de vorige keer was de havenmeester ook elders. Dat was vlak voor de corona uitbraak in Nederland toen wij nog met de camperbus waren. Ik herinner me dat het vreselijk regende en zij met een regenkapje over het haar op ons raampje klopte voor de betaling. Eigenlijk net als nu, met dit verschil dat het deze keer echte ouderwetse zomerbuien met rollende donders zijn, zeker tweemaal zo heftig als de voorjaarsbui van destijds.

Veel verder dan de supermarkt in Winschoten komen we niet en blijkbaar geldt dit ook voor andere mensen. Bijvoorbeeld een man die er plezier in schept om een ware versiertruc op mij los te laten. Hij staat voor een rek met zilveruitjes en vraagt me welke soort er in de salade moet. Hij wil dat ik zijn ogen ben.

Ik haal mijn schouders op en wijs een potje aan: "Ik zou het niet weten. Misschien dat dit iets is." De man schudt zijn hoofd. "Nee, die zijn het niet. Weet u het echt niet?"

"Nee, echt niet," antwoord ik, "ik gebruik nooit zilveruitjes in de sla, en als u het niet erg vindt, ga ik nu weer verder met mijn eigen boodschappen." De man mompelt wat en ik loop door naar de vleesafdeling. Merk ik ineens dat er iemand heel dicht achter me staat. In mijn onschuld denk ik eerst nog dat het Rienk is, totdat ik zijn stem heel dicht bij mijn oor hoor: "Waar liggen hier de kippenballetjes?"

Ik draai me om: "Oh, u weer? Nou die liggen niet hier, hoor, dit is de vegetarische afdeling", zeg ik kribbig. Ik ben bijna geneigd om hem naar zijn corona check app te vragen. Deze gebeurtenis op zo'n korte afstand is normaal gesproken al onwenselijk, maar nu in coronatijd helemaal. Maar misschien heeft hij helemaal geen app, schiet het door me heen, misschien zit hij, net als ik, op een verificatiecode te wachten, verveelt hij zich en weet hij niets anders te bedenken dan vrouwen in de supermarkt lastig te vallen...

Commentaren: 0

36. Verhuiscamper

Het is op de camperplaats in Gouda dat we horen dat we voor een huisje in het Friese Molkwerum in aanmerking komen. Niet dat we nu op alweer een verhuizing zitten te wachten, maar sinds we huren is er telkens iets. In het eerste huisje was schimmel en stond het water in de kasten en in het tweede huisje, ons huidige appartement, hangt een onuitroeibare rioolstank. Nu zijn we er natuurlijk niet zo heel veel, omdat we voornamelijk met de camper op pad zijn maar leuk is anders. Die stank trekt overal in, dus ook in je kleding die je af en toe wilt omwisselen.

Als het aan ons ligt hoeven we eigenlijk helemaal geen huis, maar daar is onze overheid niet op ingericht. Aan een vast woonadres ontkom je niet. En als het dan toch zo moet zijn dat een echt huis verplicht is, dan wil je het ook voor een vast atelier met opslag en postadres een beetje voor elkaar hebben. De basis moet goed zijn, zodat je er met een gerust hart op kunt terugvallen, al is het alleen maar voor het draaien van een was of het kijken naar een film op een groot televisiebeeld en natuurlijk voor het voorbereiden van nieuwe kunstprojecten. Alle benodigde materialen liggen hier opgeslagen en dat geldt eveneens voor de schilderijen die naar exposities moeten. Vandaar dat we weer richting noorden koersen om te kijken wat dit huisje voor ons in petto heeft.

Molkwerum is een schattig plaatsje van een kleine vierhonderd inwoners, direct aan het IJsselmeer gelegen. Dat wisten we natuurlijk al, want het ligt precies tussen onze voormalige woningen in Warns en Koudum in. Wat we nog niet beseften, is dat het een dorp is met een rijk zeevaardersverleden, dat wel het Venetië van het Noorden of het Friese doolhof werd genoemd. Ooit was Molkwerum gebouwd op zeven eilandjes, pôllen in het Fries. De dorpsbewoners hielden contact met elkaar via bruggetjes en planken over het water. Het was dus een wirwar aan straatjes, kanalen en bruggen. Nog steeds lijken de meeste huizen kriskras door elkaar te staan en roepen zo een sfeer van een bekoorlijke eenvoud op. De naam Molkwerum zou afgeleid zijn van melkweren: geschikte grond om melkvee op te weiden. Het plaatsje was tevens beroemd om de handel in zwanen-pekelvlees. Het dorpswapen en de vlag van het dorp verwijzen hier nog naar: een witte zwaan in een zwart veld. Verder maakte de Molkwerumer koekfabriek tot voor kort de beroemde Molkwarder Koeke, een specifiek Friese lekkernij. De nostalgische inrichting van het bakkerswinkeltje naast de koekfabriek, nu museum, brengt het verleden van het dorp tot leven. Bovendien zijn er nog het voormalige rechthuis uit 1697 en de Hervormde Kerk uit 1850.

Het huisje oogt eenvoudig en is heel geschikt voor ons doel: slow living. Ook de verhuizing staat hier in het teken van. Voorafgaand aan de uittocht bezoek ik voor het eerst sinds lange tijd het kunstenaarscafé Leeuwarden, oftewel de open coffee die deze keer niet in de Friese hoofdstad plaatsvindt, maar in een galerie in Exmorra. In en rond de galerie is een kunstroute uitgezet die we afleggen na een kop koffie. Het is super gezellig iedereen weer eens even te zien en er wordt heel wat afgelachen.

Na het kunstenaarscafé gaan Rienk en ik verder naar Oosterbierum, waar een nieuwe camperplaats bij een boerderij is aangelegd. Tussen de graanvelden, met aan de ene kant in de verte de kerk en aan de andere kant uitzicht op de zeedijk, staat het heerlijk rustig. Samen met twee jonge Duitsers en hun baby van acht maanden zijn we de enige camperaars. Rondom de stal staan picknicktafels en water mogen we binnen halen, daar waar vroeger de koeien stonden.

Daarna breekt de verhuisperiode echt aan, en daarmee ook een nieuwe functie voor ons huisje op wielen, namelijk die van verhuiscamper. Je wilt niet weten hoeveel spullen er in de garage kunnen; we hoeven maar acht vrachtjes te rijden, inclusief het spiksplinternieuwe laminaat dat moet worden verwijderd en we zolang op de zolder van ons nieuwe huis neerleggen. Eerst de huisraad overbrengen en dan vloeren leggen is niet de handigste volgorde. Na vier verhuizingen in nog geen anderhalf jaar tijd is de animo om in te richten er inmiddels behoorlijk af. Voor de grootste meubels, langer dan 1.80 meter, huren we een kleine verhuiswagen, zodat we in totaal slechts negen keer heen en weer hoeven. Om het verschepen van meubels en vooral veel kunst en materialen leuk te houden, hebben we de ene dag een inlaaddag in Sint-Annaparochie en de andere dag een uitlaaddag in Molkwerum, met tussendoor snacks op een terrasje en overnachtingen op de parkeerplaats in Sint-Annaparochie en de camperplaats in Warns, om-en-om.

Uiteraard zitten er ook een paar dingen tegen, zoals een opgebroken weg waardoor we steeds zijn genoodzaakt om te rijden en een defect aan de lift die gelukkig snel is verholpen. Maar het ergste is dat we de deur dicht trekken, terwijl al onze sleutels in huis liggen. Een geluk bij een ongeluk staat de balkondeur wagenwijd open, zodat je met een trapleer zo naar binnen kunt. Maar hoe kom je aan een ladder? Misschien dat er een in de gezamenlijke berging staat? Na een tijd wachten op de komst van een bewoner, krijgen we de sleutelbos van een hulpvaardige buurman mee, met daaraan een sleutel voor de berging en een sleutel voor de binnentuin waar alle voordeuren op uit komen. En ja, vraag me niet van wie, maar midden in de bergruimte, naast de fietsen, ligt een ladder! De rest was dankzij Rienk gauw gepiept.

En zo rommelen we maar door en spreken we ondertussen veel mensen. Nieuwe buren in Molkwerum, oude buren in Sint-Annaparochie, en zelfs een heel aardige buurvrouw buiten het appartement die we nog nooit hadden gezien. En ook onderweg treffen we bekenden, onder wie in Stavoren een van mijn oud-cursisten Poëzie en in Warns op de camperplaats een beeldhouwster die in de galerie exposeerde. Dat is nu precies het leuke van het rondtrekken met een camper, je komt altijd wel ergens een bekende tegen. Onze camper alias huis en atelier op wielen blijkt zijn oude functie nog niet te zijn verloren, ondanks dat hij nu tijdelijk is omgedoopt tot verhuiscamper.

Commentaren: 0

35. Roerig Gouda

We zijn deze keer langer dan normaal in Gouda. Dat heeft geen bepaalde reden. Het is gewoon mooi weer en wij hangen de toerist uit in de stad waar we zo lang hebben gewoond; Rienk langer dan ik. Er liggen veel herinneringen: de middelbare schooltijd, de banen, de vrienden... Bovendien is Gouda de stad waar we elkaar hebben leren kennen, waar we zijn getrouwd en waar twee van onze kinderen zijn geboren. Bijna elke straat, plein en/of activiteit vormt een herkenningspunt. De brocantemarkt rond het stadhuis op de markt is er nog steeds op elke zomerse woensdag, evenals de stroopwafels, kaarsen en kazen, de oude straatjes achteraf waar planten en bloemen welig tieren, de waterlelies in de gracht, de Visbanken, de Sint-Janskerk met daaromheen de galerietjes en musea, de grote sluizen, het binnenvaartmuseum en de garenspinnerij. Soms zijn dingen verplaatst, zoals het beeld 'De Steltlopers' van de Kleiweg naar de Raam of zijn er dingen bijgekomen waaronder de Stroopwafelmuur en het Stadsstrand. We lezen op een gebouw de spreuk van Erasmus: 'Reizigers zijn in deze wereld, geen bewoners' en beseffen hoe waar zijn woorden zijn. Dat geldt ook voor een andere tekst, schuin aan de overkant: 'Lees de omgeving uitgebreid, dan loop je rijker verder.' We doen ons best.

De Goudse camperplaats grenst aan de 'Chocoladefabriek': een bibliotheek met horeca, waar vroeger de gemeente was gevestigd en waar ik nog een blauwe maandag op de afdeling Burgerzaken heb gewerkt. Na de roerige tijden van een paar jaar geleden, waarbij de camperplaats door dubbel geparkeerde campers was uitgegroeid tot een middelgrote camping met wijd uitgezette tafels, stoelen, windschermen, luifels et cetera, lijkt de rust weergekeerd. Rode strepen geven het territorium aan van de campers en witte strepen die van personenauto's; een mixparking waar iedereen hetzelfde tarief betaalt. Eenvoudig genoeg zou je denken, maar juist die twee kleuren strepen met afbakeningen van verschillend formaat zorgen voor wanorde. Campers en personenauto's komen door elkaar te staan met soms maar een paar centimeter ruimte ertussen en dat levert irritaties op. Een bruin verbrande man met geblondeerd haar, geperst in een strak shirt in fel turquoise rijdt de stekker van onze elektriciteitskabel stuk. Aanvankelijk lijkt hij zonder er iets over te zeggen, weg te willen lopen. Als Rienk hem op de kapotte stekker attendeert, betaalt hij na kort aandringen de schade. Hij oogt nerveus, niet zonder reden, zal later blijken. 's Avonds komt hij terug in gezelschap van een dame met wie hij een date had. Geen succesvolle, zo te zien, want de vrouw neemt afscheid zonder kus. Hij probeert haar zolang mogelijk aan het lijntje te houden en doet zijn best om haar te strikken voor een van de talrijke bestemmingen die hij als mogelijkheid voor een volgend uitje oppert. Om zijn woorden kracht bij te zetten stoot hij keer op keer breed gebarend met zijn armen tegen onze camper aan en dansen de plantjes hitsig mee. Het mag niet baten. De vrouw loopt met steeds grotere stappen naar achteren, weg, zo snel mogelijk van zijn amoureuze bedoelingen vandaan.

Wij richten onze blik van de film buiten naar die van binnen. Een vrouw trekt zich terug in een oud huis midden in onbewoond en koud Canada. Een verstilde film, waarin weinig wordt gesproken, des te opmerkelijker is het hevige lawaai dat opeens door de camper klinkt, of nee, erboven. Dolbi surround, een ruimtelijk geluidseffect. Een helikopter draait rondjes boven de camperplaats. We gaan naar buiten en treffen een propjesprikker die vrijwillig achtmaal per jaar op een zaterdag de camperplaats onder handen neemt. Gezamenlijk kijken we naar de lucht. De duisternis valt in. We keuvelen nog wat door. Gouda is onrustig. Een opstootje hier, een uit de hand gelopen ergernisje daar. 's Middags waren we getuige van een vrouw die fruit stal op de markt. Een jongen met een meisje achter op zijn fiets werd boos op een automobiliste, omdat ze hem bijna had geschept. Op een rotonde remde een automobiliste keihard en sloeg een fietspad in. Ze schrok er zelf van en wist niet hoe ze verder moest. Met de handen in de hoogte reed ze bijna van een talud. Een vrouw met bril en groen shirt, een hond aan de lijn, zag het gebeuren en hield mij staande om te zeggen dat ze mij hier op dezelfde plek een paar minuten geleden ook zag. Bij elkaar een aantal op zichzelf staande gebeurtenissen die we oprakelen. De propjesprikker dient als gretig luisterend publiek. We gaan pas naar binnen lang nadat de helikopter is verdwenen.

Normaal gesproken is dit een plek waar ik weinig opvallends zie gebeuren; behalve een keer een man in ochtendjas en blote benen bij de betaalautomaat en een vrouw met twee lammetjes aan de lijn die de parkeerplaats overstak. Daar is nu blijkbaar een kentering in gekomen. Wij slapen er een nachtje over om ons op te maken voor een volgende dag met nieuwe kennismakingen, zoals met de van origine uit Limburg afkomstige man in een oude legerauto die naast ons staat. Hij heeft hem helemaal zelf verbouwd, met behoud van de originele kenmerken, en woont er permanent in. Hij reist veel door Engeland en is nu in Gouda om zijn vriendin te bezoeken. De 'opzichter' mengt zich in het gesprek. We noemen hem zo, omdat hij elk uur over de camperplaats loopt, op zoek naar nieuwkomers en deze schaamteloos observeert. Hij vertelt dat hij is afgekeurd door een arbeidsongeval en een huis in Duitsland heeft. In plaats van zijn jaarlijkse verblijven in Spanje, bivakkeert hij dit jaar veel in de buurt van Gouda.

In de middag arriveert een Italiaanse familie, van wie de moeder en twee zoontjes roodharig zijn. De baby lijkt op zijn vader en heeft net als hij zwart haar. Met zijn vijven trekken ze door ons land in een oude camper met klemmende deur. Het is ineens een drukte van belang met continu heen-en-weergeloop, gepraat en slaan met deuren. De 'opzichter' trekt zijn wenkbrauwen op.

Ja, deze keer is er dus veel te zien. Dat vindt ook een mevrouw die haar auto parkeert. Met haar sleutels in de hand en een gelukzalige glimlach om haar mond staart ze naar de rij campers. Als we langs haar lopen, vertelt ze dat het haar droom is er in de toekomst ook eentje te kopen. Ze is een enthousiaste vrouw met het hart op de tong. Na afloop bedankt ze ons voor het gesprek en trekt haar knaloranje T-shirt recht. Met het shirt en de rood-wit-blauwe banden van haar polsen tot aan haar ellebogen is ze helemaal in de stemming voor de Europese Kampioenschappen. Vanavond speelt Oranje.

Wij gaan nog even fietsen naar Boskoop en Reeuwijk. Onderweg bij een Hup-Holland-Hup-kraampje, langs de weg in het weiland, stappen we af en hebben een praatje met de verkoper. Even later passeert het oranje T-shirt met rood-wit-blauwe polsbanden en claxonneert luid. Ze hebben allemaal zin in de wedstrijd vanavond. Hun opgetogen gedrag en betrokkenheid mogen echter niet baten; Nederland verliest en ligt eruit.

Commentaren: 0

34. Halfjaar in de camper

Het is bijna de tweede helft van juni en ons camperavontuur lijkt tijdelijk uit te doven door tal van onvoorziene omstandigheden die eerst moeten worden opgelost. De voorlopig laatste onbezorgde vakantiedagen brengen we door in de grensstreek, nog altijd met De Heurne als camper locatie. We gaan naar Werth, waar we door een poort onder het voormalig raadhuis, een wit gebouw met rood-witte luiken, door rijden naar de Peter und Paul Kirche boven op een heuvel. Vanaf deze plek kun je het kleine plaatsje goed overzien. Werth valt sinds 1975 onder de stad Isselburg die we eveneens bezoeken. We komen daar langs het Raadhuis met het monument ter herinnering aan de ijzergieterijen. Andere hoogtepunten in deze stad zijn de Stadstoren en de Bartholomeuskerk met daarvoor de zogeheten Ständebaum, die in de maand mei is versierd met een meikroon. Aan de overkant van het water staat tussen het hoge groen de Wäscherin aan de Issel, een beeld gemaakt door Erika Rutert. Ernaast een bankje met uitzicht op de kerk en de toren, met daarbij een camperplaats. Omdat er geen enkele camper staat, vragen wij ons af of de camperplaats wellicht door corona nog gesloten is.

Wat in ieder geval dicht is, is het nabij gelegen Kasteel Anholt. Zo door de grote ijzeren hekken en van een afstand te zien is het kasteel een heel mooie Waterburcht, dat zeker een bezoek waard is. Jammergenoeg zijn we net een dagje te vroeg, lezen we op het bord aan het hek, want de volgende dag gaat Anholt weer open. Echter, de volgende dag zit het avontuur er even voor ons op en rijden we terug in noordwestelijke richting. Over Hattemerbroek waar we stickers met de Friese vlag voor onder het nummerbord ophalen. Bij toeval komen we in Zalk terecht, bekend van het 'kruidenvrouwtje' Klazien. Vlak bij haar voormalige huis eten we een boterham.

In het noorden is het qua camperaars een drukte van belang en nergens plek. We bellen in het rond en reserveren in Lekkum voor na het weekend. Op vrijdag tot en met zondag staat alles vol. In Leeuwarden kunnen we nog wel terecht, althans dat zegt de meneer door de telefoon, maar als we arriveren is daar ook alles bezet en is er bovendien geen receptie te bekennen. We bellen naar de camping in Sint-Annaparochie. Ook daar geen camperplaats onbezet. Wel mogen we voor de aankomende nacht - bij wijze van uitzondering - op het grote campingveld staan, dat eigenlijk is bedoeld voor caravans en tenten. Dat is fijn, want zo zijn we alvast voor één nacht uit de brand. Blijft de overbrugging van de twee daarop volgende nachten. Als we langs ons appartementencomplex rijden, zien we dat de verste en meest comfortabele parkeerplaats met ruimte voor 'overhanging' op het gras vrij is. Dat wordt het begin van een hele reeks overnachtingen met uitzicht op ons appartement. Gratis en voor niets met heel veel aanspraak van de buurt. Mensen vinden het geweldig zo'n grote camper op de parkeerplaats en zijn benieuwd naar het verhaal erachter, dat wij natuurlijk graag vertellen. Zij blij, wij blij, en helemaal als de kikkers uit de naburige sloot ook nog eens van zich laten horen. Voor de eerste keer dit jaar. Thuis draai ik wat wassen en onderwijl maken we een fietstocht langs het Wad naar Westhoek, waar we over een dam de zee inwandelen. Bij de start is het eb maar het getij keert snel, sneller dan verwacht zodat we even later met natte voeten terug op de fiets zitten.

Na het weekend is het dus tijd voor een paar dagen Lekkum, gezellig keuvelen, fietsen, eten en wandelen met onze dochter, vriend en hond. Ook komt er een vriendin van mij langs. Zij ambieert eveneens het zwervend bestaan en arriveert met een camperbusje. We showen elkaars onderkomen. Die van haar wil ze opvrolijken met het sierkussen, dat ik met de hand heb gemaakt uit kledingrestanten ooit door mij gedragen en dat ze heeft gewonnen met de prijsvraag die ik had uitgeschreven naar aanleiding van de honderdste nieuwsbrief. Een ander kunstwerk, gewonnen met diezelfde prijsvraag, breng ik de dag erop naar een tweede winnares in een plaatsje in de buurt. Hiermee heb ik het nieuwsbrieftijdperk voorgoed afgesloten.

Na Sint-Annaparochie en Lekkum gaan we altijd door naar Warns en Gouda. Dat zijn de vaste locaties die horen bij het 'thuisbezoek' met elk zijn eigen functie. Sint-Annaparochie als basis, Lekkum als ontmoetingsplek voor onze dochter, Warns voor huisarts- en tandartsbezoek en Gouda voor een visite bij Rienks moeder. Zo ook deze keer. In Warns is het warm, achtentwintig graden. De zomer zoemt tussen het hoge gras waar we met een koel drankje en toastje zitten. De verharde plekken zijn al vergeven, wat we helemaal niet erg vinden. We hebben namelijk een prachtig stukje weten te bemachtigen tussen een vlier en een toverhazelaar met daarachter de voorbijvarende bootjes en boten; van roeibootje tot superjacht of binnenvaartschip. Het is 21 juni en we vieren dat we vandaag precies een halfjaar in de camper wonen; gestart op de kortste dag en nu beland bij de langste dag. Een heerlijke tijd, waarin we alle weerselementen voorbij hebben zien komen. Een beetje zoals nu in sneltreinvaart tijdens de korte periode dat we hier staan: van achtentwintig graden, droog en zonnig, in vierentwintig uur tijd naar tien graden met regen. Heel veel regen. Het grasland vol kuilen vult zich met water, waardoor we niet veel anders kunnen doen dan 'spelen met onze speeltjes'. Rienk op de laptop en ik bezig met het beschilderen van de houtsplinter die Rienk op het drielandenpunt in Vaals had gevonden. Het wordt een flatgebouw, in de stijl van de 'Harkitecten'-serie die ik vorig jaar op doek heb gemaakt. Een 'ruimtelijke Harkitect', noemt de sierkussenvriendin het resultaat en dat vind ik een geweldige benaming waar ikzelf niet op was gekomen.

Rienk vindt het jubileum een visje waard en samen gaan we op de fiets naar Laaksum zodra de regen is gestopt. Op het terras kijken we over het rimpeloze IJselmeer, dat erbij ligt als een spiegel, en zeggen we voor de zoveelste keer tegen elkaar: "Wat hebben we toch een mooi leven!" Rienk achter zijn kibbeling en ik achter een gehaktbal. We hebben veel gemeen, maar in de vis zullen we elkaar nooit vinden.

Commentaren: 0

33. Twee landen, één dorp

De eigenlijke reden dat we op de camperplaats in De Heurne staan, is dat we naar Obelink Vrijetijdsmarkt in Winterswijk wilden. We hadden gehoord dat het aanbod er zo groot is, dat er speciale overnachtingsvelden voor campers zijn aangelegd. En dat bleek inderdaad ook zo te zijn, alleen heeft de gemeente daarna verboden om er de nachten door te brengen. Dat was een tegenvaller, zeker met het weekend voor de deur wanneer de camperplaatsen en campings altijd overvol zitten. We gaven onszelf een uur om de winkel door te lopen en een indruk op te doen, hoewel het eigenlijk te warm was voor zo'n activiteit en het assortiment te groot om binnen zo'n korte tijd te bekijken. Het was dan ook met een beetje onbevredigend gevoel dat we na ons bezoek de omgeving afstruinden op zoek naar een leuke plek. Dat viel niet mee, totdat er in De Heurne toch nog een plaats vrij is.

Het ziet er hier gezellig en gemoedelijk uit. Eenzelfde opstelling als in De Lutte, alleen met minder campers, twaalf in totaal. Doordat alle campers elkaar met de snoet aankijken, heeft het iets weg van een klein dorpje, waar contacten gauw gelegd zijn. Direct bij aankomst stuiten we op mensen uit Opperdoes, bekend van de aardappel. Ook wij komen uit een aardappelgebied: 't Bildt met de zo bekende Bildtstar. Aardappeleters onder elkaar, zeg maar.

Een paar plaatsen verderop staan een beeldend kunstenaar en zijn vrouw. Hij reageert enthousiast op het reclamebord achter het laatste linker raampje van onze camper met daarop mijn website. Dat bord werkt trouwens goed, zeker in combinatie met de bedrukte kussens achter de andere ruiten. Mensen worden erdoor getriggerd en op menige camperplaats wordt mijn werk een onderwerp van gesprek. Maar zo gek als met de vloggers die twee plaatsen naast Opperdoes staan, loopt het nog lang niet. Die herken je zelfs zonder ze te zien. De stem van de man die het terrein komt op lopen, hoort onmiskenbaar bij CamperTv, een professionele campervlogger die wij al een tijdje volgen. Toevallig heeft hij de dag ervoor een video over matrassen in De Heurne opgenomen. En hoe leuk, zijn vrouw, die ook in de vlogs meespeelt, heeft een eigen boekenblog. Het wordt een aangenaam gesprek met veel uitwisselingen tussen Opperdoes, CamperTv en ons. Op zo'n inspirerende camperplaats waren wij nog niet eerder en het spijt ons dat ze alle twee al na twee dagen vertrekken, direct gevolgd door de kunstschilder. Ik zie dat CamperTv voor vertrek zijn reclamenummerbord heeft verwisseld voor zijn normale autonummerplaat. Dan vind ik mijn reclamebord toch makkelijker. Dat is altijd en overal zichtbaar.

Wij gaan naar Dinxperlo, slechts vier kilometer verderop, dat samen met het Duitse Suderwick een tweelingdorp vormt. De dorpsgrens is tegelijk de landsgrens. Beroemd is de 'Heelweg' met zijn Duitse trottoirrand als grens. De Suderwickers die daar aan de 'Hellweg' (de Duitse benaming) wonen, kunnen slechts over Nederlands grondgebied bij hun woningen komen - behalve wanneer ze te voet over het Duitse trottoir gaan. De huizen aan de Nederlandse kant hebben even en die aan de Duitse kant oneven nummers en het grappige is, dat de straat qua huizenstijl en lantaarnpalen aan de ene kant Nederlands aandoet en aan de andere kant Duits. Om het grensgebied extra te benadrukken, hebben de grensstenen een soort 'stoepje' van typisch Nederlandse klinkers en Duitse granietstenen gekregen. Ook zijn er rood-witte slagbomen met de tekst Zoll/douane. Extra bijzonder vind ik de nauwe burenband tussen beide plaatsen die tezamen ook wel Dinxperwick worden genoemd. Ze hebben een eigen plaatsnaambord ontworpen; voor de helft met witte letters op een blauwe achtergrond(Dinxpe), voor de helft met zwarte letters op een gele achtergrond (rwick). En daaronder: Grenzeloos Europa Grenzenlos. Ook staat er een vlaggensculptuur met de Nederlandse, Duitse en Europese vlag. Verenigingen en individuele mensen zetten zich in om een goede grensoverschrijdende gemeenschap te zijn. Zo heeft Dinxperlo het eerste gedeelde Nederlands-Duitse politiebureau, gebruiken Dinxperloërs Duits drinkwater, is Suderwick aangesloten op de Nederlandse riolering en gaan Suderwickse kleuters naar de Nederlandse basisschool. Daarnaast is er een grensoverschrijdende woonzorgzone aan de Heelweg/Hellweg. Deze zone bestaat onder meer uit een verpleeghuis in Nederland en een woonvorm in Duitsland die met elkaar zijn verbonden door een ontmoetingsplek die de straat overbrugt. Als je nog meer wilt weten over dit bijzondere gebied en de grens die sinds 1766 tussen deze twee dorpen ligt, dan kun je naar het Grenslandmuseum als dat weer is geopend. Wij gaan er voorlopig niet heen, maar misschien is het wel een leuke vlogtip voor CamperTv?

Commentaren: 1
  • #1

    Jannie Harmsen (zondag, 01 augustus 2021 15:54)

    Zie het weer helemaal voor me Connie. Graag je leuke verslag gelezen!

32. Grensplaatsen

Vanuit onze camperplaats in De Lutte fietsen we naar Oldenzaal. Rienk heeft onze rijwielen net nagekeken, want ze maakten een krakend kabaal. Na dit klusje in de brandende zon hebben we lekker gegeten op een klein schaduwrijk stukje tussen de camper en de oprijlaan met de paarse rododendrons in, zodat we er - net als de fietsen - weer even tegen kunnen.

In Oldenzaal is het markt. Dat brengt gezelligheid met zich mee, want met de gesloten Sint-Plechelmusbasiliek is er verder weinig te beleven. Plechelmus was een Ierse monnik uit de achtste eeuw. Er staat een standbeeld van hem voor de kerk; bij de toren die maar liefst zestig meter hoog en meer dan dertien meter breed is. Behoorlijk aan de maat dus. Vanwege zijn kleur wordt hij de 'Oude Grijze' genoemd. Verder kent Oldenzaal twee winkelcentra: de 'Driehoek' en de 'Vijfhoek'. Je zou verwachten dat de 'Vijfhoek' het grootste gebouw is, maar dat blijkt niet het geval. Het is juist de 'Driehoek' met zijn drie overdekte passages, veertig winkels en een licht middenplein, dat eruit springt. Van Oldenzaal rijden we verder naar Losser, waar we tegen de avond arriveren. Hier is het oude gedeelte rondom de Martinustoren op het Marktplein het interessantst. De toren is het enige restant van de gelijknamige kerk die in 1904 is afgebroken. Van de kerk zijn alleen de contouren nog zichtbaar.

Na de plaatsjes aan de Nederlandse kant te hebben bezocht, wordt het tijd om over de grens te kijken. Nordhorn staat als eerste op het programma. We stippelen een mooie route uit, over smalle paadjes dwars door de bossen. Prachtig om te rijden, maar minder geschikt om te navigeren. Geen enkel bereik. Na veel gemaakte kilometers haken we vlak voor de stad af en proberen het de volgende dag opnieuw; ditmaal langs het Nordhorn-Almelokanaal. Een kaarsrecht fietspad met aan weerszijden prachtige begroeiing: wollig groen onderbroken door Fluitenkruid. We pauzeren op een bankje tegenover een houten huis op palen dat in het water staat; vlak bij een brug. Daarna nog even doorfietsen waarbij we nog meer bruggen passeren, en dan zijn we in het centrum.

Nordhorn is een waterstad; de rivier de Vecht omstroomt de binnenstad. Tegen het Stadspark aan ligt de Kornmühle; een van de weinig nog overgebleven historische gebouwen. De oude watermolen uit de veertiende eeuw werd tot in de vorige eeuw aangedreven door waterkracht van de Vecht, totdat hij in 1931 werd vervangen door elektrische aandrijving en in 1970 uiteindelijk buiten gebruik werd gesteld. Een stukje verderop staat de St.-Augustinuskerk, een indrukwekkend gebouw en tevens belangrijkste katholieke kerk van Nordhorn. Achter de kerk vind je het winkelgebied; een voetgangerszone. De brede winkelstraat - met weinig begroeiing en nog minder terrassen en bovendien nauwelijks mensen op de been - doet kaal aan, en tegelijkertijd ook heel Duits. Ooit groeide de stad uit tot een van de grootste textielcentra van Duitsland. Vanaf de jaren '70 kreeg de textielindustrie echter te maken met ingrijpende veranderingen en de wereldwijde olie- en energiecrisis. De textielfabrieken gingen failliet. Op de plek waar de Povelfabrieken stonden, werd halverwege de jaren '90 het nieuwe woongebied Wasserstadt Povel ontwikkeld. In de spinnerijtoren kwam het Stadsmuseum en de voormalige weverij doet nu dienst als cultureel centrum. De totale restauratie van het circa achttien hectare grote braakliggende terrein duurde jaren en werd een stedenbouwkundig voorbeeld van formaat.

Het bivakkeren in grensgebied bevalt ons wel. De volgende Duitse stad die we aandoen is Bocholt, ongeveer zeventig kilometer zuidwaarts. De camperplaats in De Heurne van waaruit we Bocholt bezoeken, bevindt zich op gelijke hoogte, maar dan aan de Nederlandse kant. Ook Bocholt was ooit groot in textielnijverheid, maar deze plaats was helaas hetzelfde lot beschoren als Nordhorn.

We komen het centrum binnen bij een winkelcentrum, Shopping Arkaden geheten. Het is rond etenstijd en we gaan op zoek naar een warme lunch. Die is in de Arkaden wel te vinden, echter vanwege corona is er geen gelegenheid om die ergens zittend op te eten. Ook buiten, naast het gebouw, staan geen bankjes waarop we kunnen neerstrijken. Misschien hebben we iets verder meer geluk. We gaan langs de rivier de Bocholter Aa met op de oever de St. Joriskerk. Achter deze Gotische kerk ligt het historisch stadhuis, gebouwd in de stijl van de Nederlandse renaissance. Het geldt als een van de mooiste stadhuizen in Duitsland. Beide bouwwerken zijn bestempeld tot de meest markante van de stad. De weekmarkt wordt net opgebroken en de terrassen opgebouwd. Je zou denken dat hier wel iets lekkers te vinden mag zijn, maar nee, het is enkel ijs dat de pot schaft, en waarvan de Duitsers gretig gebruikmaken. Wij hebben liever iets hartigs en dat blijkt buiten de Arkaden niet voor het oprapen te liggen. Net als we de moed beginnen op te geven, stuiten we in een zijstraat op een piepklein stenen gebouwtje, een soort kraampje, waar ze curryworst met patat verkopen en die smaakt best op een van de zitjes buiten.

Tja, het is leuk om af en toe over de grens te gaan en een stukje buitenland te proeven, maar als ik heel eerlijk ben, vind ik de Nederlandse plaatsen in deze streek gezelliger dan de Duitse. Het is dan ook met een blij gevoel dat we terugfietsen naar het Nederlandse De Heurne en ons de volgende dag in Aalten te goed doen aan een heerlijke maaltijd op een goed gevuld terras.

Commentaren: 0

31. Regen, kunst en bier

We zijn inmiddels al aardig wat gewend als het om regenval gaat, maar De Lutte overtreft werkelijk alles. Als we arriveren is er nog weinig aan de hand. Een mooie, gemoedelijke plaats in een lieflijk landschap van weiden, gewassen, koeien, riviertjes en bossen en heel opvallend: overal paarse rododendrons.

Vlak bij de camperplaats ligt het natuurmonument en recreatiegebied het Lutterzand, voor een groot deel omzoomd door de Dinkel die een grillige grens vormt tussen lager gelegen stroomdalgraslanden en een uitgestrekt, hoger gelegen stuifzandgebied. De loop van de rivier meandert sterk en veroorzaakt diepe insnijdingen in de bodem. Bij de steil aflopende kanten is het niet veilig lopen. Vandaar dat er op de meest precaire locaties houten hekken zijn neergezet die qua vorm net zo kronkelen als de loshangende wortels boven het water. De Dinkel is een van de weinige rivieren in Nederland die haar oorspronkelijke karakter heeft behouden. Bovendien is het Lutterzand benoemd tot Aardkundig Monument; een aanduiding bedoeld om mensen bewust te maken van de ontstaanswijze van een specifiek landschap.

De eerste avond maken we een prachtige wandeling. Daarna gaat het loos met de regen en dat zal de camperplaatseigenaar weten ook. Het terrein ligt naast een voormalige boerderij en komt compleet onder water te staan. Het lijkt wel een rijstveld. Met rood-witte kettingen zet de boer elk uur een stukje meer van zijn land af, totdat er niets meer af te zetten valt en hij het bordje 'camping vol' aan de kant van de weg zet. Over het gras rijden is onmogelijk geworden. We zijn dus gedoemd te blijven totdat het water zakt. Dat gebeurt pas na twee dagen en omdat er dan direct ook weer nieuwe campers arriveren, wordt het land alsnog finaal aan gort gereden. Dit betekent wederom werk aan de winkel voor de eigenaar. Met een tractor nivelleert hij de ontstane sporen; steeds opnieuw en opnieuw, net zolang tot het grasland goed berijdbaar is en hij stuk voor stuk alle rood-witte kettingen verwijdert.

Na de extreme nattigheid slaat het weer om. Het wordt echt warm, zodat de eerste camperaars al gauw naar buiten komen. Na twee dagen noodgedwongen binnen zitten, zijn ze wel weer toe aan een praatje. Een van die camperaars blijkt een buurman te zijn geweest van een stel dat twee jaar geleden ons huis in Warns heeft gekocht. Voor de zoveelste keer beseffen hoe klein de wereld is.

De regen mag dan wel zijn gestopt, maar daarmee nog niet de overlast van de bomen waar we onder staan en waaruit constant allerlei viezigheid en insecten vallen. Elke dag moet Rienk de telescoopladder tevoorschijn halen om het zonnepaneel schoon te maken. Een vies paneel kan immers slecht opladen.

We blijven langer dan een week op deze plaats, zo mooi vinden we het hier. Niet alleen genieten we van het Lutterzand, maar ook van de omgeving en plaatsjes eromheen, zoals Denekamp en Ootmarsum en in mindere mate De Lutte, waar we elke middag een ijsje halen.

Het eerst gaan we naar Denekamp, waar de kerk, opgetrokken uit Bentheimer zandsteen, beeldbepalend is. Je ziet direct dat deze is gewijd aan Nicolaas van Myra. Binnen zit de heilige Nicolaas letterlijk hoog te paard en buiten staat een beeld van hem met boek en staf, waar hij met drie kinderen in gesprek is. Een stukje verderop zien we een wit beeld van drie nonnen met daaronder de tekst 'zij kwamen om te dienen'.

Even voorbij het centrum ligt landgoed Singraven met het gelijknamige statige Huis, het achterliggende Koetshuis en de historische watermolen. Singraven biedt een veelzijdig landschap met bossen, lanen, akkers, weilanden, moerassen en de steeds aanwezige Dinkel. Wij zien voornamelijk de paarse rododendrons die ook hier rijk vertegenwoordigd zijn. Normaal gesproken houdt men op het landgoed trouwerijen en rondleidingen, zowel binnen als buiten. Er is zelfs een arboretum, een gespecialiseerde botanische tuin. Nu is alleen het terras bij de watermolen geopend.

Wij gaan door, naar Ootmarsum, naar de kunst. Want hoewel er driemaal per jaar een siepelmarkt is (siepel is ui) en Ootmarsum Siepelstad wordt genoemd, ken ik het plaatsje vooral als Kunststad. Niet alleen zijn er behoorlijk wat galerieen gevestigd, maar ook in de straten zijn veel kunstwerken te bekijken. Een deel van Ootmarsum is beschermd stadsgezicht. Gelijk al bij binnenkomst staat op het Kerkplein de H.H. Simon en Judaskerk, een dertiende-eeuwse pseudobasiliek met daarvoor een rechthoekige vijver versierd met bronzen bevers. Op twee van de dieren zit een jongetje met een bril op en een ijsje in de hand. Het lijkt een tweeling, maar als ze opstaan zie ik dat de een groter is dan de ander. In de kerk staat een mooie maquette van het eigen gebouw. Ook de smalle achterafstraatjes, volgebouwd met rode bakstenen huizen en muren en af en toe een vakwerkhuisje ertussen, zijn het bekijken waard. Bovendien kun je daar de drukte op de pleinen en hoofdstraten, vol met winkeltjes en terrasjes, even vermijden.

De bekendste kunstenaar van Ootmarsum is Ton Schulten. Hij werd er geboren als zoon van een bakker en groeide op in een katholiek middenstandsgezin met zes kinderen. Na carrière te hebben gemaakt in de reclamewereld besloot Schulten in 1989 zich geheel te gaan wijden aan de schilderkunst. Hij ontdekte in 1992 het Twentse coulissenlandschap als inspiratiebron, nadien werd zijn werk meer figuratief. Ik houd van zijn kleurrijke hokjes schilderstijl. Nu heeft Schulten er een eigen galerie en museum. Ook is er een plein naar hem genoemd.

Natuurlijk wil ik alles zien. Na de glasblazerij, waar ik de glaskunstenaar aan het werk zag, kom ik langs het klooster Maria ad Fontes. Als ik door de ruiten kijk, zie ik dat het gebouw van binnen helemaal is gestript. Een groot bord geeft aan dat er koopappartementen, een bed and breakfast en een ruimte voor commerciële en culturele activiteiten in komen.

Bij het verlaten van Ootmarsum passeren we Othmar Bier, een ambachtelijke brouwerij volgens het Duitse Reinheitsgebot gebrouwen, waarvan Rienk tijdens de lunch al een glas heeft geproefd. Een bierbrouwerij, grappig. En ik altijd maar denken dat kunstenaars meer van de wijn zijn. Misschien dat bier lekkerder smaakt bij siepels. Wellicht hebben zij meer invloed op het stadje dan ik aanvankelijk aannam.

Commentaren: 0

30. Nat en saai

Na Warns, Grubbenvorst, Koningsbosch, Sint Annaparochie en Harlingen is er vandaag opnieuw storm. We staan in Meppel bij de haven tegenover scheepswerf De Kaap en de lucht is inktzwart. Eerst maar gauw schoon water tanken voordat de bui losbarst. De watervoorziening staat tegen het watergebied aan, zodat schepen er ook gebruik van kunnen maken. Aan de waterdruk en de dikte van de straal maak je niet op dat het hier om een druk bezochte plek gaat. De inname van honderdtachtig liter duurt twintig minuten. Ik durf er niet aan te denken hoelang de boot die na ons is erover doet, want daar kan wel duizend liter in.

We staan nog maar net op onze plek of de regen valt met bakken uit de hemel, gelukkig niet voor lang, zodat we daarna in het centrum boodschappen kunnen doen. Het is een mooie, korte route naar de supermarkt, waarbij we langs de Molen De Vlijt en het Drukkerijmuseum komen. Ons bezoek valt in het Pinksterweekend. Op zaterdag is het gezellig druk in de winkelstraat, maar op zondag en maandag is er niets te beleven. Dan is ook de andere molen met het winkeltje, De Weert, gesloten en trekken we ons terug op een bankje in het Slotplantsoen, recht tegenover het joods monument.

Als we terugkomen, zijn er twee nieuwe campers bijgekomen, uitgerust met dierlijke bewoners. In de ene camper huist Pietje, een gele kanarie in een kooi op het dashboard. Naast de andere camper is een klein groen tentje opgezet, voor de hond. Hij is oud en versleten en komt de camper niet in. Af en toe zet zijn baas een klein melkkrukje naast hem neer om hem gezelschap te houden.

In de avond komt een groep jongeren naar de aanlegsteiger. Ze eten en dansen op de muziek van Hollandse hits en verdwijnen na een uur. Verder gebeurt er niets opvallends, behalve dat de camperaars zich hier ontzettend lijken te vervelen. Het grootste deel van de tijd staan ze buiten, blij als iemand een gesprek met hen aanknoopt en als zo'n situatie zich niet voordoet, doen ze er alles aan om zelf het initiatief te nemen. Het gevolg is dat je je hoofd niet buiten de camper kunt steken of er komt wel iemand op je af om te vertellen hoe hij aan zijn camper komt, hoelang hij hem heeft, welke campers hij daarvoor heeft gehad en waar ze zijn geweest. Iedereen draait hetzelfde repertoire af. Knap vermoeiend allemaal, vooral als je zelf wel tal van leuke dingen in petto hebt. We zijn dan ook blij als Pinksteren voorbij is en de camperaars op huis aan gaan. Dan kunnen wij ook weer in beweging komen op zoek naar een andere plek zonder te vrezen dat alles vol zit.

In Wierden vinden we de rust terug. Een langgerekte groene camping met gras, struiken en bomen zover je kunt kijken met ons als enige bezoeker. Heerlijk. Die avond knapt het weer op en eten we buiten. Daarna alleen maar weer regen. Ik verstuur mijn honderdste nieuwsbrief, de laatste. Het doek is gevallen. De kunstenaar is op reis en heeft weinig exposities en andere kunstzinnige boodschappen te melden. Honderd is natuurlijk een mijlpaal en daarom verzin ik er een aardig dingetje eromheen. Een prijsvraag waarbij vier gratis kunstwerken te winnen valt.

Als het even droog is, fietsen we naar het centrum van het forensendorp. Als eerste doen we de Sint-Janskerk aan, oorspronkelijk gewijd aan de twee heiligen Johannes de Evangelist en Johannes de Doper. Met de nieuwbouw van een katholiek godsdiensthuis raakte de naam in de vergetelheid en staat de kerk nu te boek als Dorpskerk. Binnen is een schoonmaakster aan het werk. Ze zegt dat de kerk is gesloten. We gaan verder met onze verkenningstocht, maar veel is er niet te zien. Een langgerekte plaats met aan het eind een station. De twee terrassen die er zijn, zijn leeg, en dit keer niet vanwege corona.

We haasten ons terug naar de camperplaats: alweer een zware regenbui op komst. Terwijl ik de fiets in de hoogste versnelling zet, denk ik na over de fantasieloosheid van sommige plaatsen. Ligt het misschien aan de naam? Wierden, Wier, Niawier. In alle drie deze plaatsen zijn we geweest en niet één springt er naar mijn idee uit. Na Wierden gaan we naar De Lutte. Ik vrees het ergste, want een week geleden in Lutten was het ook niet bepaald enerverend. Gelukkig dat in dit geval de vergelijking mank gaat, althans wat saaiheid betreft, want ook in De Lutte weet de regen van geen wijken.

Commentaren: 1
  • #1

    Sophie (dinsdag, 27 juli 2021 15:47)

    Ik kijk uit naar je volgende blog!

29. Hotelovernachting

Lutten, een goed onderhouden camperplaats tussen de weilanden en koeienstallen. Dat is waar we ons bevinden. Alles ademt er koe. Bij aankomst krijgen we zelfs een sleutelhanger met een koe. Ook zijn er bezichtigingen van de stallen als de koeien worden gemolken. We staan er twee dagen en we raken aan de praat met voormalige zeezeilers. Twee stellen in twee campers die elkaar op een boot hebben leren kennen. Een paar jaar geleden hebben ze de boot ingeruild voor de camper en treffen elkaar vanaf die tijd op camperplaatsen. De vrouw houdt een blog bij, waarvan de naam een variant is op die van hun voormalige boot. Altijd leuk om te lezen wat een collega-blogger heeft te vertellen.

Na Lutten gebeurt er iets wat je als camperaar niet gauw doet. We nemen onze intrek in een hotel! In Steenwijk. Uiteraard hebben we hiervoor een goede reden: er wordt een ventilator in de camper ingebouwd en de lijm die daarvoor nodig is moet vierentwintig uur drogen voordat er weer kan worden gereden. We leveren ons huisje af bij de dealer en gaan op de fiets verder naar het hotel. Het is pas tien uur in de ochtend als we arriveren en we mogen niet naar binnen. De receptioniste is onverbiddelijk. "De kamer is pas na drie uur beschikbaar", zegt ze. "Binnen mag u vanwege corona niet zitten en het terras gaat pas om twaalf uur open."

Wat nu? Buiten beraadslagen we over wat we het beste kunnen doen. Een tuinman, druk met aarde wegvegen, hoort ons op afstand aan en mengt zich op amusante wijze in het gesprek. "Als jullie nu eens naar de Coop gaan en daar wat lekkers kopen", stelt hij op samenzweerderige toon voor. "Dan kunnen jullie dat ergens in het centrum op een bankje opeten." Afwachtend kijkt hij ons aan en gaat dan triomfantelijk verder: "De Coop is makkelijk te vinden. Je moet alleen nog even een tilletje op."

Een tilletje? Aan het gebaar dat hij erbij maakt, lijkt het erop dat het om een hoogje of klein heuveltje gaat. "En weet je wat daarna leuk is om te doen?" Weer die geheimzinnige blik. "Nee? Nou, dan kun je een fietstocht maken in de Weerribben-Wieden."

Nu is het onze beurt om afwachtend te kijken, want hoe komen we daar? Er volgt een omslachtige uitleg. Het enige dat we ervan onthouden is dat we na de spoorwegovergang rechtsaf moeten.

We bedanken de tuinman hartelijk en volgen zijn raad op, maar vinden de Coop met het tilletje niet. In plaats daarvan halen we een koffie-to-go met appeltaart bij een restaurant dat eigenlijk helemaal geen to-go-attributen in huis heeft. Geen weggooilepeltjes, geen zakjes, geen dienbladen; helemaal niets. "Die moeten we toch eens aanschaffen", zegt het meisje dat me helpt.

Ik knik, terwijl ik denk: is dat niet een beetje laat? Morgen mogen de terrassen weer vanaf acht uur 's morgens open en zal de to-go-service niet meer zo in trek zijn.

We nemen plaats op een bankje op de Markt met uitzicht op een fontein en lopen daarna langs de winkels in het centrum. Steenwijk is niet groot, dus heel lang hebben we hier niet voor nodig. De tijd lijkt aangebroken om het tweede gedeelte van het voorstel van de tuinman te gaan uitvoeren: de fietstocht in de Weerribben.

Onderweg hebben we nog wat napret over het tilletje, dat we niet hebben gezien. Het vinden van de spoorwegovergang levert minder problemen op. Nadat we die zijn gepasseerd, kijken we uit naar de weg naar rechts die hierop moet volgen. "Als het met die weg net zo gaat als met het tilletje en we die ook niet vinden...", zegt Rienk. "...dan heeft hij ons goed tuk", maak ik de zin af, terwijl ik wijs op het bord van het plaatsje dat we op dat moment binnen rijden en luistert naar de naam 'Tuk'. Soms dienen toevallige zinspelingen zich spontaan aan.

De tocht gaat door dorpen en polders. Er komen dreigende wolken aan. Op een kerkklok zie ik dat het kwart voor drie is.

"Het is genoeg geweest", zegt Rienk. "We gaan terug. Over een kwartier mogen we in onze kamer."

Zo gezegd, zo gedaan. De kamer blijkt inderdaad toegankelijk. De fietsen mogen in de schuur achter het hotel en wij ploffen na de sleuteloverhandiging neer in de twee gemakkelijke stoelen die de kamer rijk is. En daar zitten we dan, in een fantasieloze kamer, zonder onze vertrouwde spulletjes om ons heen. Het klinkt misschien raar, maar we voelen ons licht ontheemd. We nemen een douche in een gigantisch grote ruimte, van boven tot onder wit betegeld, met in een hoekje de douchekop en een wastafel. We hebben trek en zouden wel iets willen eten, maar dat kan alleen op de kamer via een tijdslot. Het restaurant mag nog niet open. Aan de overkant is een McDonald's. Misschien biedt dit meer perspectieven? We steken het parkeerterrein over, maar ook daar is de binnenruimte gesloten. Het terras is vanwege het weer eveneens geen optie. Het regent licht en de stoelen zijn kleddernat. We kunnen wel terecht in een grote witte partytent aan de rand van het parkeerterrein. Niet echt gezellig, maar dat is niet erg. We kunnen eten en de volgende ochtend volgen er versoepelingen, zodat het dan voor het eerst sinds maanden weer mogelijk is buitenshuis op locatie te ontbijten. Ik informeer voor de zekerheid nog even naar de nieuwe openingstijden bij een werknemer die de prullenbak leegt. Volgens hem lijkt het helemaal goed te komen, maar als we de volgende ochtend verwachtingsvol voor de deur staan, blijkt McDonald's gesloten. Ik tuur door de ramen naar binnen, waar ik een werkneemster zie lopen en druk op de bel.

"Nee, helaas, onze baas durft het nog niet aan. Vanaf twaalf uur bent u van harte welkom op ons terras, of u moet via de McDrive gaan."

Ik kijk haar verbaasd aan. "Ja, dat kan, maar ik ben wel lopend."

Het meisje lacht. "Geen probleem."

Dat treft, voor ons ook niet. Alleen zitten we nog met de vraag: waar gaan we het ontbijt opeten? We kunnen moeilijk met het geur verspreidende eten door de entree, langs de balie naar onze kamer die aan het eind van een kilometerslange gang ligt.

Met dat we het probleem onder woorden brengen, dient zich bij ons allebei tegelijk de oplossing aan. We zitten toch naast de nooduitgang? Ja. En die kan alleen van binnen worden geopend? Ja. Nou, dan gaat een van ons door de McDrive en de ander opent de deur, zodat het eten ongemerkt naar binnen kan worden gesmokkeld.

En zo krijgt ons saaie onderkomen van één nacht toch nog een leuk en smaakvol staartje.

Commentaren: 0

28. Uitrusten in Deventer

Rustig aan doen. Dat is waar ik me na het incident in Gouda voornamelijk op probeer te richten. Minder activiteiten tegelijk, minder schermtijd, niet autorijden; en in plaats van dit alles af en toe overdag een uurtje naar bed. De zomerexpositie in Sint-Jacobiparochie, waar ik zo naar heb uitgekeken en al veel voor heb voorbereid, zeg ik af, want niet zo extreem als eerder, de klachten blijven.

In het verlengde van deze voornemens beginnen we letterlijk met een schone lei, oftewel een schoon huis. De camper gaat onder de douche, voor de eerste keer. We gaan naar Bodegraven, naar Truck Wash, waar ons huisje tussen de grote vrachtauto's een wasbeurt krijgt. Maar liefst drie jongens zijn ermee in de weer. Ze staan op hoge ladders en gaan met aan het plafond hangende waterslangen en -borstels aan de slag. Het duurt zeker een kwartier. In de tussentijd drinken wij een beker koffie en raken aan de praat met een Poolse chauffeur die werkt voor een vleesverwerkingsbedrijf in de buurt. Zijn wagen moet driemaal per week de wasstraat in. "Bederfelijke waar, alles moet schoon, koeling helder."

Tja, daar kunnen wij natuurlijk niet aan tippen.

Van mede-camperaars in Druten, met wie we nog steeds contact hebben, kregen we de tip naar de Stadscamping in Deventer te gaan en dat is wat we met onze schone huis willen gaan doen. Tenminste, dat bedenken we spontaan op de brug over de IJssel; vlak voor de afslag. Eigenlijk zouden we naar Wierden. De switch wordt ingegeven door het plotselinge besef dat het de volgende dag Hemelvaart is en de weersvoorspellingen redelijk goed zijn. Een ideale combinatie voor drukte op de camperplaatsen en campings. We kunnen er maar beter vroeg bij zijn.

Het blijkt geen verkeerde inschatting. Er staat een fikse file voor de ingang; een uur later verschijnt het bordje 'camping vol', en dat terwijl er voor het Hemelvaartweekend een extra stuk park tijdelijk bij de camping is getrokken. Het is vooral op dit extra stuk dat er veel retrovoertuigen staan. Puur genieten al die busjes en caravans in vintagestijl. In vergelijking met de camperplaatsen - bevolkt door voornamelijk oudere mensen in bijna identieke witte gevaartes - waar we doorgaans komen, vind ik deze mengelmoes aan mensen en onderkomens heel verfrissend.

Naast ons staat een man met baard, begin veertig. Zijn 'van' is compleet Amerikaans ingericht. Hij is druk bezig met het ordenen van het buitenmeubilair. Lampjes, tentdoeken, kleden, bankjes, krukjes, alles tovert hij tevoorschijn. Afgaand op zijn uiterlijk met grote tatoeages, piercings, zwarte kleding en grove kettingen aan zijn broek verwacht je niet zo gauw van doen te hebben met een aandeelhouder van een internationaal bedrijf dat handelt in artikelen bestemd voor fietsfabrikanten. Hij vertelt dat hij elk jaar tijdens het Hemelvaartweekend naar Deventer komt. Vaste prik. Nu vanwege corona met slechts twee anderen, maar normaal gesproken staat hier een complete groep die qua samenstelling elk jaar varieert. Klikt het met een nieuwkomer dan mag deze het jaar erop terugkomen en als het dan van beide kanten nog steeds botert, mag hij het daarop volgende jaar een introducee meenemen. Een mooie formule, waarbij je steeds andere mensen leert kennen.

Aan de andere kant van ons staat een familie die half in een camperbusje en half in een tent huist. Ze woont aan de overkant, in de stad, en viert de verjaardag van de oudste dochter die met haar vriendinnen in de tent zit, gescheiden van de overige gezinsleden die zich in het busje hebben teruggetrokken. En zo heeft iedereen hier zijn eigen verhaal en missie.

De Stadscamping ligt in het Worpplantsoen, aan de IJssel met uitzicht op het centrum. Aangrenzend zijn meerdere strandjes, pieren en een braakliggend terrein; voor de kinderen een grote natuurspeeltuin. Het Worpplantsoen is het oudste stadswandelpark van Nederland en vanwege de doorbrekende lente een wollige samenstelling van duizenden witte kaarsjes in metershoge kastanjebomen, staand op een tapijt van Fluitenkruid, eveneens wit. Ton-sur-ton, zeg maar.

"Een heel verschil met de winter wanneer de IJssel uit zijn oevers treedt het hele park soms onder water staat", vertelt een vaste recreant. Ook nu is het terrein drassig. Verspreid in het gras liggen stalen platen die je kunt gebruiken om er met de camper of caravan op te staan of als hulp om weg te rijden.

Midden in het plantsoen pronkt het roestbruine kunstwerk 'Worpscape' van Rob Sweere. Het doet denken aan een futuristisch amfibievoertuig met op ooghoogte plantjes die deel uitmaken van een mini-ecosysteem. Feitelijk ligt het park tussen twee bruggen: de Wilhelminabrug en de Spoorbrug die allebei leiden naar het centrum aan de overkant. Hoewel de afstanden gering zijn, is er voor gekozen om bij de ingang van de camping een elektrisch voetveer met zonnepanelen neer te leggen, zodat je nog sneller in de Deventerse kern terechtkomt.

In het centrum is het één groot feest met de Brink als grootste en levendigste plein in het hart van de stad. De vele terrassen met de palmachtige planten doen exotisch aan. Ook is er een winkeltje waar alles in het teken staat van de beroemde Deventerkoek. Aan het eind van de Brink staat de Waag. Dit voormalige weeghuis, gebouwd in 1550 was vroeger van cruciaal belang voor het bedrijfsleven in de handelsstad. Nu vind je er het Deventer Stadsmuseum.

De Waag is voor Rienk Deventers parel, mij spreekt het stadhuis meer aan, omdat het een interessant voorbeeld is van hoe oud en nieuw elkaar ontmoeten. Door gebouwen en gebouwonderdelen stammend uit verschillende tijden samen te voegen, worden diverse bouwstijlen vertegenwoordigd. Het gedeelte met de gevel uit 1693 is opgenomen in de 'Top 100 van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg', terwijl het grote, nieuwe gedeelte uit 2016 alle stadskantoren vertegenwoordigt die vroeger over de stad waren verspreid. Op de gevel zijn eikenhouten kozijnen aangebracht met aluminium roosters waarop unieke vingerafdrukken van 2264 verschillende inwoners van Deventer te zien zijn. Het is een van de duurzaamste openbare gebouwen van Nederland en werd bekroond met de Abe Bonnema Award voor Architectuur in 2017.

Ik vind de stijl van het nieuwe gedeelte qua sfeer, kleur en uitvoering (in rechte lijnen) Moors lijken. Ze doen me aan het Alhambra in Granada denken.

Tegenover het stadhuis ligt de Lebuïnuskerk; de hoofdkerk, waarvan de hoge toren in de verre omtrek is te zien. Ik geniet van alles, ook van de knusse authentieke winkeltjes zoals je in bepaalde wijken in Berlijn ziet of in Alkmaar. Voor mij stralen ze eenzelfde drukke, alternatieve sfeer uit. Het is natuurlijk niet voor niets dat Deventer bekend staat om culturele evenementen zoals de boekenmarkt en het Dickens festijn. Het is gewoon een knotsgezellige stad.

De voorgenomen rust brengt Deventer me, zodra ik de camper overdag verlaat, geenszins. En dan heb ik het nog niet eens over het geschreeuw en vuurwerk in de nacht nadat Go Ahead Eagles is gepromoveerd. Maar ik kan niet anders zeggen dan dat ik me er kostelijk heb vermaakt.  

Commentaren: 0

27. Storm, moederdag en ambulance

Na de uitbundige zonneschijn op Koningsdag en het schrale zonnetje van de dag erop, regent het nu al dagen met af en toe een droog moment. We zijn opnieuw op weg naar Sint-Annaparochie, waar we nog wat aanvullende dingen moeten doen. We gaan over Roden, naar een grote kampeerhal, en kopen daar wat serviesgoed plus een bandana voor mij; een vrolijk gebloemd stukje textiel dat ook als mondkapje is te gebruiken. Weer eens iets anders dan die saaie weggooidingen.

Omdat Groningen de vorige keer zo was bevallen, besluiten we voor ons vertrek naar Friesland daar opnieuw een nachtje over te blijven. Zo kunnen we de volgende ochtend gelijk weer een fietstochtje naar het centrum meepikken.

Tijdens de fietsrit hebben we te kampen met een straffe tegenwind die verder aanwakkert als we met de camper on the road zijn. Eenmaal in Sint-Annaparochie stormt het onbedaarlijk en klettert de hagel op het dak. Terwijl Rienk naar ons appartement is, draai ik vijf wassen op de camping. De afstand van de camper naar de wasgelegenheid is niet gering: 500 stappen enkele reis. Doordat de droger het niet goed doet en ik alles moet centrifugeren voordat de was de droger in kan, ga ik tien keer op en neer. Tienduizend stappen in totaal met elke keer een tandje wind meer. Na afloop ben ik kapot. Des te fijner dat we die avond van kookplicht zijn ontheven, want precies vandaag is er bij wijze van uitzondering heerlijke patat met snacks op de camping te verkrijgen. Als ik er mayonaise bij bestel, krijg ik een bak ter grootte van een boterkuipje. We kunnen er een maand van eten.

Na een roerige nacht vertrekken we naar Harlingen, waar echt een prachtige camperplaats is. Met het zicht op de veerboten naar de eilanden en de aankomst van schepen in de binnenhaven hoef je je geen moment te vervelen. Eruit kom ik er nog even niet. De storm lijkt een orkaan geworden. De campingdeur is bijna niet in bedwang te houden en het is dan ook maar de vraag wie er harder deint, de schepen of wij. Rienk gaat de uitdaging wel aan. Gehuld in dikke jas, muts en regenponcho gaat hij manhaftig op pad om na een uur - wanneer de zwart kolkende wolken ook hem te gortig zijn - ruw naar binnen wordt gesmeten.

Ik kruip pas de volgende ochtend uit mijn schulp, als de storm is gaan liggen en de zon zich af en toe laat zien. De staalblauwe lucht die daarmee gepaard gaat, staat garant voor mooie, heldere en kleurrijke foto's. Gewapend met mijn fototoestel wandelen we langs de haven met de kleurrijke vissersboten, wapperende netten en visafslagen. Daarna steken we de brug over en komen in Zoutsloot, waar vroeger de meeste zoutketen waren gevestigd. Harlinger boeven konden in die tijd worden veroordeeld tot de zogenaamde pekelkuip, een grote ton zout water waarin ze lange tijd moesten staan. Nu is het een pittoresk stukje Elfstedenstad met aan weerszijden van de sloot schattige huisjes. Na een kijkje in de erachter liggende Voorstraat, de winkelstraat van Harlingen, gaan we terug. We zijn net op tijd om niet nat te worden door de zoveelste hagelbui.

De dag erop zakken we af naar Gouda, waar Rienks moeder in een verzorgingshuis zit. Het is Moederdag en dan is een bezoek aan haar een uitgemaakte zaak. Zelf doen we er al jaren niet meer aan, net zoals aan vaderdag. We zien deze dagen als een verplichting door de commercie ingesteld die niets met liefde heeft te maken. Maar voor beppe maken we een uitzondering. Zij komt uit een andere generatie en is het zo gewend. Rienks zus komt ook, dus het wordt een gezellig familiesamenzijn.

Na het bezoek gaat zus terug naar huis en maken wij een fietstocht. We gaan over Hekendorp, langs mijn ouderlijk huis, waar we zelf ook nog gedeeltelijk anderhalf jaar hebben gewoond nadat mijn moeder was overleden. Er is veel aan veranderd; groter geworden, terwijl de tuin na het kappen van mijn vaders geplante bomen juist kleiner lijkt. De tocht gaat verder over Driebruggen, langs de Reeuwijkse plassen, Sluipwijk, Reeuwijk om ten slotte weer in Gouda uit te komen.

Voordat we naar de camperplaats teruggaan, willen we een hapje eten bij de Wok. Daar kwamen we vroeger, in de tijd dat we hier woonden, graag. De bestelde maaltijd nemen we mee naar de Markt die er dankzij de anderhalve-meter-maatregel met wijd verspreide terrassen heel gezellig uitziet. We nemen plaats op een van de stenen verhogingen om de bomen heen. Het eten smaakt heerlijk, totdat ik ineens heel beroerd word. Zonder in details te treden, komt het erop neer, dat ik na tweeënhalf uur nog altijd niets opknap en me serieus begin af te vragen hoe ik die avond de camper ga bereiken. Ik kan lopen noch fietsen.

De wolken stapelen zich op en dreigen met regen, de terrassen zijn al een paar uur gesloten en wij zitten daar maar. Rienk wordt steeds ongeruster en vraagt of hij de ambulance moet bellen.

Ik zeg: "Doe maar."

Nog voor de ambulance arriveert, komt een auto van Handhaving langs. Het moet een vreemd gezicht zijn, wij met z'n tweeën alleen op dat grote plein. De boa's zorgen voor een flesje water.

Dan komt de ambulance en word ik binnen onderzocht. Gelukkig geen lichamelijke mankementen, maar het is natuurlijk raar zo'n plotselinge en heftige uitval. Dat vindt het ambulancepersoneel ook. "Rustig houden," zo luidt het devies, "en in ieder geval contact met de huisarts opnemen."

Daarna word ik met de ambulance naar de camper gebracht. Wat een rentree! Vreselijk!

Een Moederdag dus om niet te vergeten, maar ook eentje met zelfs bijna toch nog een dochter op bezoek. Want wanneer zij van mijn perikelen hoort, wil ze direct vanuit Leeuwarden met de trein naar me toekomen. "Dat lijkt me niet nodig", zeg ik. Liggend op het heerlijke bed in de camper kom ik langzaamaan tot mijzelf. Een Moederdag in de ambulance. Het is een dag die me altijd bij zal blijven, vooral omdat dit een Moederdag is in de meest zuivere vorm. Een kind dat niet komt omdat het moet, maar een kind dat voelt wanneer ze er moet zijn. Dat is het enige dat telt.

Commentaren: 2
  • #2

    Jannie Harmsen (vrijdag, 16 juli 2021 22:57)

    Ondanks de nare afsluiting van jullie fijne dag, vind ik dit toch een mooi verhaal Connie. Ik weet natuurlijk niet wat er met je aan de hand was, maar ik vermoed een zekere oververmoeidheid en mede door de vele indrukken. Hoe dan ook hebben jullie een lieve dochter. Net zo lief als de mijne en ik heb graag weer even tijd gemaakt om één van je camperblogs te lezen.
    Hartelijke groet!

  • #1

    Sophie (donderdag, 15 juli 2021 19:38)

    Ik lees je verhalen elke keer weer met veel plezier.

26. Koningsdag en terrassen

Het is Koningsdag als we in Groningen staan. In Kardinge, een groot sportcomplex met ondermeer een ijsbaan, subtropisch zwembad, wedstrijdbad, drie sportzalen, ijshockeyhal en tennisbanen. Het meest opvallende onderdeel is de zevendertig meter hoge klimwand Excalibur; vanwege de vorm en de kleur ook wel klimbanaan genoemd. De camperplaats is gemoedelijk en gratis bovendien. We hebben er meerdere keren gestaan en ik heb het idee dat er een aantal studenten hier hun vaste woonplek heeft, afgaande op een paar opvallende voertuigen die ik herken. De jongelui liggen met hun leerboeken in het gras en als ze het zat zijn, kunnen ze gebruikmaken van de sportfaciliteiten of zich verpozen in het naburige park. Wat wil je nog meer?

Vanaf de camperplaats meandert één lang rood gemarkeerd fietspad recht het centrum in. Een afwisselende route van vier kilometer dwars door woonwijken, langs haventjes, over bruggen en sluizen. We passeren de in het oog springende Tasmantoren die veel weg heeft van de Arche de la Défense in Parijs. Langs het Damsterdiep zie ik een oude schoorsteen staan, verloren op een braakliggend terrein. Tussen de struiken heeft iemand een hutje gebouwd, waarin hij lijkt te wonen, en even verderop is een soort commune-achtige gemeenschap van alternatievelingen. Als ik internet mag geloven komt aan dit alles binnenkort een einde. Het gebied wordt ontwikkeld tot een nieuwe levendige, moderne en hoogstedelijke wijk, 'Stadhavens' genoemd, geïntegreerd met de aanwezige historische gebouwen zoals de EMG-silo, de zakkenloods en de Cova-schoorsteen.

Eenmaal in het centrum stevenen we recht af op Gronings nieuwste aanwinst: het Forum. Een vijfenveertig meter hoge piramide-achtige rots van zeventienduizend vierkante meter die zich presenteert als 'cultuurwarenhuis'. Je vindt er een bibliotheek, vijf filmzalen, het museum voor strips, games en animaties, expositie- en evenementenzalen, werk- en studieplekken en horeca. Wij gaan er niet in, weten eigenlijk niet eens of het open is. Wij zijn op zoek naar oranje; willen vrijmarkten, toeters en slingers, terrasjes, maar die zijn er natuurlijk niet. Het is nog altijd corona en de terrassen zijn dicht. Jammer, want qua weer is het nog nooit zo'n mooie koninklijke dag geweest. Wel staat er op een knipperend billboard te lezen dat het nog één dag duurt voordat de terrassen opengaan. Dat geeft de burger moed.

Met het stadhuis in de steigers en een paar eetkraampjes toont de Markt ietwat desolaat. We slenteren verder, langs het Goudkantoor, de Koornbeurs en de Aa-kerk. Daar zijn meer kraampjes en ook meer mensen, maar echt feestelijk is het nog niet. We nemen een hapje en gaan terug naar de camper om daar buiten, in de koude wind, te lezen. Het toetje dient zich automatisch aan. Een karretje met Italiaans ijs dat de weg naar Kardinge heeft gevonden.

Maar het is pas op the day after, dat het echte feest begint; met nog net een schraal zonnetje, een restant van de dag ervoor. De terrassen lopen langzaam vol. Wij staan dan op de camping in Bourtange, met om de hoek de historische vijfhoekige vesting. Het is niet druk in het vestingdorp. Ja, Bourtange is een dorp en geen stad, want hoewel de grachten en muren anders doen vermoeden, heeft Bourtange nooit stadsrechten gehad. Binnen de vesting zijn verschillende musea, oude barakken, een kerk, een synagoge en een kapiteinswoning ondergebracht. Als je van bovenaf op het dorp zou kunnen kijken, lijkt het wel een beetje op een spinnenweb met in totaal tien straatjes die uitkomen op een pleintje met rondom horeca en winkeltjes. In de meeste worden demonstraties gegeven. Een gezellig geroezemoes, dat we een tijd hebben moeten missen. Met al even de schoolkinderen onderweg op de fiets en nu ook de terrasjes open -weliswaar tot zes uur 's avonds - begint het langzaamaan weer op het oude normaal te lijken.

Buiten het 'spinnenweb' is er in Bourtange weinig te beleven. Voor de boodschappen zijn de dichtstbijzijnde voorzieningen in Vlagtwedde, zo'n twintig minuutjes fietsen. Ook daar geopende terrassen, te kust en te keur. Maar... als ik heel eerlijk ben, zijn terrasjes niet heel erg aan ons besteed. Natuurlijk is het leuk om zo af en toe bij een bezoek aan een stad of dorp een tussenstop te kunnen houden met een versnapering, maar dat mag voor mij ook met een lekker ijsje op een gemeentebankje. Eigenlijk vind ik de bezette terrassen vooral leuk als decor, als achtergrondgeluid, als sfeerbrenger. Met lege terrassen wordt een omgeving al gauw saai. Ach, misschien zijn we daarin wat afwijkend ten opzichte van de doorsneemens, net zoals we van een regendag met de laptop op schoot ontzettend kunnen genieten. Alhoewel dit genot nu een beetje op losse schroeven komt te staan vanwege een kapot snoer bij de mijne en een kierend scherm en toetsenbord bij die van Rienk. Het is duidelijk dat we moeten gaan spenderen, doch dat is niet zo eenvoudig. Het bestellen van nieuwe 'speeltjes' hangt momenteel nauw samen met de stagnatie van de levering van elektronische onderdelen, dus we zullen nog even geduld moeten hebben. Misschien in die tussentijd toch nog maar weer eens een terras pakken?

Commentaren: 0

25. Verjaardagen en kassenbezoek

Lekkum is onze uitvalsbasis als het om onze dochter gaat die slechts vijf minuten fietsen van de camperplaats af woont. Het is een feestelijke dag: zondag en haar verjaardag. Voor het gemak vieren we gelijk die van mij mee. Helaas niet in een gezellig lenteweertje, maar in een snijdende kou en - vanwege corona - buiten aan de picknicktafel vlak naast onze camper. Dus niet op een terras in Leeuwarden waar we ons zo op hadden verheugd. De opening van de terrassen is helaas met een week uitgesteld. Het goede nieuws is dat het droog is en Sietske allerlei lekkere zelfgemaakte hapjes en drankjes heeft meegenomen. De slingers hangen en de onderling uitgewisselde cadeaus worden uitgepakt.

Koud geworden van het stil zitten, lopen we naar Lekkum. Bekijken er het haventje en gaan langs de Sint-Ceciliakerk terug langs de Dokkumer Ee; het water en de lucht staalblauw, de bloemen kanariegeel en het gras gifgroen. Kortom, Friesland op z'n best. Het voorjaar komt eraan, je voelt het aan alles behalve aan de temperatuur.

Langs het fietspad zijn mensen bezig kaartjes op te hangen. Het blijkt om de toneelvereniging DTD De Trije Doarpen Lekkum, Miedum en Snakkerburen te gaan die even verderop aan een soort try-out bezig is. We zijn van harte uitgenodigd, maar ja, als je dochter en haar vriend er zijn die je al een paar maanden niet hebt gezien, moet je prioriteiten stellen.

Na Lekkum trekken we oostwaarts, naar Niawier. Wier, Niawier, Wierden; allemaal plaatsen die we aandoen en die qua naam en oppervlakte veel op elkaar lijken. Eigenlijk was het doel Dokkum, maar daar aangekomen, staat de camperplaats vol. De eerstvolgende plek die ons nu iets lijkt, is Niawier, waar we eerst nog wel even over twijfelen. In Wier hadden we namelijk een leuk contact met een stel uit Texel, dat het erover had naar Niawier te gaan. Als wij er ook heengaan, lijkt het net alsof we ze stalken. We besluiten het toch maar te doen en zien de Texelse camper al van verre staan. We draaien het erf op, langs tientallen bordjes met een camper erop, wat het vermoeden doet rijzen dat ze slechtziend zijn in Niawier. Langs het kassencomplex rijden we verder en vinden aan de achterzijde een plekje met weids uitzicht over de graslanden.

Wat het stalken betreft, hadden we ons geen zorgen hoeven maken. Wanneer we even later met hen in gesprek komen, herkennen de Texelaars ons niet; zelfs als onze ontmoeting in Wier ter sprake komt, is de herkenning niet echt overtuigend. Zelf weet ik nog wel wat ze ons een week eerder hebben verteld. Vooral de vrouw heeft indruk gemaakt. Over de zeventig en zo sportief als het maar zijn kan. Met de fiets, zonder elektrische ondersteuning, naar Frankrijk, skiën vanaf de moeilijkste pistes. Ga er maar aanstaan. Ik ben al moe naar veertig kilometer op mijn e-bike.

Tegen de avond wip ik even het plaatsje in. Het is maar klein, slechts rond de driehonderdvijftig inwoners. Het dorpje heeft een karakteristieke kern met bij de Hervormde Kerk een standbeeld van Anders Minnes Wybenga, de dorpsdichter van Niawier. Hij leefde van 1881 tot 1948; een terugkerend thema in zijn werk was het zware leven op de Friese klei.

Zoals bij de meeste camperplaatsen gaat de betaling via een envelop in het informatiehokje. Bij deze camperplaats zijn beide voorzieningen ondergebracht in een gezellig ingerichte kas, waar veel is te bekijken. Als ik de deur achter me sluit en me voeg bij Rienk die het grijze water aan het lozen is, komen de eigenaars eraan: een al iets ouder stel met een gezonde interesse in het wel en wee van hun gasten. Het loopt uit tot een aangenaam gesprek van meer dan een uur, waarbij ze ons hun eigen camper laten zien, ondergebracht in een andere kas. Er volgt een enthousiast relaas over de halfjaarlijkse reizen naar Spanje. De man houdt een reisverslag bij, waarvan hij samen met de foto's elk jaar een uitgebreid boek maakt, dat hij cadeau doet aan zijn kinderen. Voor elk kind een exemplaar. Zijn vrouw vertelt me er geestdriftig over en het duurt dan ook niet lang voordat ik samen met haar aan de lange tafel zit, gebogen over een van de fotoboeken, terwijl Rienk en de man nog om de camper dralen.

Grappig, zo had ik mij een kasbezoek niet voorgesteld. En ook niet dat een vrouw, geboren en getogen op de Friese klei, liever in een camper in Spanje zit dan op haar eigen vertrouwde hiem waar de seizoenen tastbaarder zijn dan waar ook ter wereld. Zij zegt de uitgestrektheid totaal niet te kunnen waarderen en al helemaal niet te missen. Wellicht zijn de knalrode pompebled stickers, aangebracht op de camperspiegels, voor haar genoeg om zich overal met haar geboorteland verbonden te voelen in plaats van in heimwee te verzwelgen. Van zulke uit Friesland afkomstige personen ken ik er weinig.

Commentaren: 0

24. Alledaagse beslommeringen OP bekend terrein

'Een huis vol', een tv-programma rond de jaarwisseling waar ik altijd met plezier naar kijk. De laatste twee keer met de familie Jellies uit Tollebeek. Nu rijden we pardoes hun woonplaats in en parkeren op het pleintje naast de provinciale weg Emmeloord-Urk, vlak bij een beeld en een boekenkast die als bibliotheek dienst doet. Iets verderop staan drie grote mozaïekpanelen met een kerk, windmolens, een tractor en bomen. Aan de andere kant enkele winkels. Het pleintje gaat over in een straat met aan het eind het Protestants Kerkcentrum. Vooral de zesentwintig meter hoge kerktoren met de vrijstaande, open staalconstructie valt op. De Rotterdamse architect Kees Elffers werd met de bouw ervan beïnvloed door het functionalisme, wat goed te zien is aan de witte vierkanten die om en om in het geraamte van de toren zijn geplaatst.

Na onze lunch in Tollebeek gaat het verder richting Friesland, waar we in Mirns uitkomen. Daar is recht tegenover een nicht van Rienk nog niet zo lang een camperplaats gevestigd die we graag willen verkennen. We hadden al verwacht dat het om een mooie plaats zou gaan, want de locatie in de Gaasterlandse heuvels met op de achtergrond het Rijsterbos is natuurlijk magnifiek. Toch worden we verrast door de schoonheid ervan. Het felgroene heuvellandschap doet aan Teletubbieland denken. Als het 's nachts ook nog eens licht vriest, is het uitzicht de volgende morgen helemaal oogverblindend. Ontzagwekkend zelfs. Ik sta extra vroeg op om de mistflarden met mijn fototoestel vast te leggen. Zolang de rijp blijft, ook als de mist is verdwenen en de lucht staalblauw is, waan ik me in een wintersprookje. Het duurt niet lang. Na het ontbijt en het douchen zijn de velden weer groen en gaan we samen op pad. Langs de gele narcissen om de klokkenstoel heen, door het bos vol met boomreuzen die hun takken grillig alle kanten laten opgroeien, langs de betoverend mooie boomstronken, en zo kan ik nog wel even doorgaan. Het Rijsterbos behoort niet voor niets tot een van de mooiste en bekendste wandelgebieden in Friesland.

Na de wandeling pakken we de camper en toeren wat rond in de ons zo bekende omgeving, waar we twaalf jaar hebben gewoond. We doen Sloten aan en zetten de camper op een van de parkeerplaatsen naast het braakliggende veld waar in 2018 de Colorfield Performance plaatsvond; een Gesamtkunstwerk waaraan vierhonderdvierenveertig beeldend kunstenaars meededen, onder wie ikzelf. Het is tijd voor de lunch en we hebben prachtig uitzicht op de schattige huisjes aan de overkant van de weg en het water. Vervolgens gaan we door naar Warns, onze volgende camperplaatsbestemming langs de Warnservaart, onderdeel van het Johan Frisokanaal. Er komen tien rubber boten met militairen voorbij.

We staan op deze plek in afwachting van de eerste coronaprik die we op een zaterdagochtend krijgen. Na een rillerig weekend met wat spierpijn en een stijve arm - wat vooral mij treft, Rienk heeft er niet zoveel last van – trekken we verder noordwaarts. Naar Wier, een gemoedelijke kampeergelegenheid met theetuin in de buurt van Sint-Annaparochie. Vlak bij dit kleine dorpje van ruim tweehonderd inwoners staat Radarpost Noord van de Koninklijke Luchtmacht. Het is een van de twee zogenaamde 'Medium Power Radars', waarmee het Nederlandse luchtruim wordt bewaakt. De radarinstallatie is vorig jaar vernieuwd.

Het campergedeelte bevindt zich in de voormalige tuin van de boerderij en is een park op zich. Erachter ligt de theetuin en nog verder het kampeerterrein met slechts twee caravans. In een ervan logeert een echtpaar dat een huis laat bouwen in Wier. Vanuit hun tijdelijk onderkomen kunnen ze nauwgezet de bouwvorderingen van hun nieuwe huis volgen. Wij kijken uit op kale bruine velden met op de achtergrond de Koepelkerk van Berlikum.

Overdag draai ik enkele wassen die voor het eerst in de buitenlucht kunnen drogen en 's avonds neem ik deel aan een digitale bijeenkomst van een kunstcafé in Amsterdam. Het blijft behelpen in coronatijd maar desondanks is het toch heel gezellig.

Zo af en toe ga ik vanuit Wier op de fiets even naar Sint-Annaparochie, waar ik bij de kleine tekeningetjes die ik onderweg heb gemaakt, bijpassende lijstjes zoek die ik thuis heb bewaard en in de camper wil ophangen. Ook worden er nog wat pakjes afgeleverd, zoals een proef voor de zwart-wit tentoonstelling die ik in juli samen met een bevriende kunstenares in de Grote Kerk in Sint-Jacobiparochie zal houden en... waarvan ik me uiteindelijk zal terugtrekken, maar dat weet ik dan nog niet. Verder heb ik een reclamebord gemaakt voor achter de ruit in de camper, dat eveneens in het appartement wordt afgeleverd, en moet de wintergarderobe worden verwisseld voor de zomergarderobe. Zeg maar, dat ik druk ben met het verrichten van gewoon wat alledaagse huis-en tuinbeslommeringen zonder dat er sprake is van een echt huis en een tuin. En dat maakt het eigenlijk weer heel ongewoon, zelfs als alles op bekend terrein plaatsvindt.

Commentaren: 1
  • #1

    Daisy Heinhuis (zondag, 11 juli 2021 10:10)

    Zojuist hebben we elkaar voor het eerst ontmoet. Jullie manier van leven spreekt mij erg aan. Inmiddels je prachtige kunstwerken bewonderd. Maar ook al een paar avonturen gelezen op jullie blog. Geweldig!!! Heel veel succes en plezier op jullie nieuwe adres en camperreizen.��� harte groet, Daisy